Lezingen van de dag – woensdag 30 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Dodo van Haske († 1231)burning-candles-in-church

Dodo van Haske, Bakkeveen, Friesland; kluizenaar

Dodo was een vrome man van Friese afkomst. Aanvankelijk was hij getrouwd, maar na verloop van tijd besloot hij in te treden bij de Norbertijnen van klooster Mariëngaarde. Toentertijd stond dat onder leiding van abt Siard, die later als heilige zou worden vereerd († 1230; feest 14 november).

Tegelijkertijd werd Dodo’s vrouw Norbertines in klooster Bethlehem, gelegen ter hoogte van het huidige Bartlehiem. Dodo kreeg toestemming om als kluizenaar te gaan leven op een afgelegen landgoed in de buurt van Bakkeveen. (Later zou Siard daar een nieuwe priorij vestigen). Dodo nam één sobere maaltijd per dag; hij droeg een ijzeren harnas op de blote huid en daaroverheen een boetekleed. Elke dag maakte hij zo’n vijfduizend kniebuigingen, zodat zijn knieën uiteindelijk meer weghadden van kamelenknieën. Elke nacht stond hij op om te bidden.

Op uitnodiging van de plaatselijke priester verhuisde hij naar Haske om er zielzorg uit te oefenen. Hij streed vooral tegen het verschijnsel van de bloedwraak. Wanneer iemand onrecht was aangedaan of letsel had opgelopen, nam een ander lid van die familie wraak op een bloedverwant van de dader. Vele mensen zochten hem op in zijn kluis, een armzalig bouwseltje, om er goede raad en troost te halen. Hij stierf op zondag na Maria Boodschap in het jaar 1231. Op het moment dat hij zijn dagelijkse gebeden deed, stortte zijn gammele hutje in; hij werd bedolven onder het puin en dodelijk gewond. Mensen die hem onder de brokstukken vandaan haalden, getuigen dat hij aan handen en voeten de kruiswonden van Christus (stigmata) vertoonde.

WOENSDAG IN DE PAASWEEK


Uit de Handelingen van de Apostelen 3, 1-10

Christen zijn, getuigen van de verrijzenis, is niet op de eerste plaats schermen met woorden, maar leven, spreken en handelen als Jezus. Wij zien Petrus een zieke genezen: hij gebruikt woorden , gebaren, kortom de ‘stijl’ van Jezus zelf. Dit toont hoe Jezus zelf met zijn leerlingen actief blijft. Belangrijk is hier ook dat het om Jezus en om God gaat, niet om Petrus, mens en bedienaar van Gods heilswerk. Niet de apostel, maar wel God wordt verheerlijkt door de mensen die dit heilsmoment bijwoonden.

Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het middaggebed. Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes.
Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’
De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen.
Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’
Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend.
Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.

 

Psalm 105, 1-9

Refr.: Wees blij van hart, u die de Heer zoekt.

Loof de Heer, roep luid zijn Naam,
maak zijn daden bekend onder de volken.
Zing en speel voor Hem,
spreek vol lof over zijn wonderen.
Beroem u op zijn heilige Naam,Resurrection-Icon
wees blij van hart, u die de Heer zoekt.

Zie uit naar de Heer en zijn macht,
zoek voortdurend zijn nabijheid.
Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken.
Nageslacht van Abraham, zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door Hem verkozen.

Hij is de Heer, onze God,
zijn besluiten gelden over de hele aarde.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
zijn belofte aan duizend geslachten.
Het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 24, 13-35

Zoals de leerlingen van Emmaüs kunnen wij Jezus pas ervaren, zien, in onze wereld, in onze menselijke relaties, als we echt geloof hebben, als we alles met nieuwe ogen bekijken. Alles rondom ons, de opbloeiende natuur, de openbloeiende mensen, onze eigen ervaringen, leiden naar Hem. Dat geloof is altijd een tasten. Want als we Hem herkennen, verdwijnt Hij dikwijls weer uit ons gezicht.

Op de eerste dag van de week gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen.
Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.
Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’
Daarop bleven ze somber gestemd staan.
Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’
Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’
Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’
Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’
Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.
Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen.
Toen Hij met hen aan tafel aanlag, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.
Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik.
Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’
Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’
De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Van Woord naar leven

De leerlingen keerden Jeruzalem de rug toe, weg van de stad van lijden, dood en verrijzenis. Maar de Heer liep met hen mee, wilde hen ontmoeten, maakte zich kenbaar. Na deze ontmoeting gingen de leerlingen terug naar Jeruzalem, terug naar de stad van lijden, dood en verrijzenis.

Ook wij lopen wel eens weg van het kruis, weg van de liefde. Enerzijds omdat we dikwijls zo weinig begrijpen van de liefde, anderzijds omdat deze weg ons soms beangstigt; ons bang maakt onszelf te verliezen.
Maar de Heer kent onze twijfels en doorziet onze angst, veel meer dan we vermoeden. En net zoals bij de leerlingen komt Hij ook ons tegemoet. Ook met ons loopt Hij mee. Ook ons wilt Hij ontmoeten. Ook aan ons wilt Hij zich kenbaar maken.

Waakzaamheid, biddende opmerkzaamheid… weet je nog, we hadden het er gisteren hier nog over.

Mogen we Jezus die met ons meegaat ten diepste welkom heten, opdat onze twijfels, onze zwakheden, ons ongeloof, kan omgebogen worden naar zijn licht.

Laten we niet weglopen van Jeruzalem, maar er voor goed onze woonst in vinden. Want in deze stad, daar in het diepst van onze ziel, het nieuwe Jeruzalem, zullen we de genade ontvangen de weg van de ware liefde te gaan, de weg van het kruis, de weg van de opstanding; niet alleen, maar mét de Heer, tot geluk van zovelen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,index
kom in onze twijfels,
raak ons ongeloof aan,
maak U kenbaar in onze angsten.
Geef dat wij ons in uw armen mogen werpen,
om genezen door U en vanuit U
de weg van uw liefde te gaan.
Amen.