Lezingen van de dag – woensdag 31 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alfonsus Rodriguez († 1617)

Rodríguez sj, Palma de Mallorca, Spanje; lekenbroeder

Hij werd geboren in de Spaanse stad Segovia in de dertiger jaren van de 16e eeuw. Hij heeft enige tijd aan het jezuïetencollege van Alcalá gestudeerd. Maar toen zijn vader stierf, werd hij naar huis teruggeroepen om diens stoffenhandel over te nemen. In 1557 trouwde hij. Het echtpaar kreeg twee zoons en een dochter. Eerst ging zijn bedrijf failliet en vervolgens kwamen kort na elkaar zijn dochtertje, zijn vrouw, zijn twee jongens en zijn moeder te overlijden. Toen had hij alleen nog zijn geloof om zich aan vast te klampen. Hij was achtendertig jaar en net als Sint Paulus destijds stelde hij de vraag: ‘Heer wat wilt Gij dat ik doe?’

Op 31 januari 1571 trad hij te Valencia in bij de jezuïeten als lekenbroeder. Hij werd gezonden naar het college Montesion te Palma de Mallorca. Hij arriveerde er op 10 augustus van hetzelfde jaar en zou ruim vijfenveertig jaar onafgebroken de functie van broederportier vervullen.

Hij was een man van gebed, grote eenvoud en diepe vroomheid. Velen kwamen hem opzoeken om goede raad van hem te ontvangen. Een van hen was de priesterstudent Pedro Claver († 1654; feest 9 september). Als voormalig handelsman wist hij te vertellen dat er in de Nieuwe Wereld vreselijke dingen gebeurden. Vanuit Afrika werden door Spanjaarden, Portugezen, Hollanders en Engelsen negers naar Zuid-Amerika overgebracht, om daar voor goudgeld op de markt verkocht te worden. Ze werden in de goud- en zilvermijnen te werk gesteld en stierven als ratten. “Het goud en zilver waar onze kerken en paleizen mee zijn versierd, kost duizenden mensenlevens, en er schijnt niemand te zijn die zich om die arme mensen bekommert”, zo besloot broeder Alfonso. Van dat ogenblik af, stond het voor Pedro vast dat hij daar naartoe wilde. Pedro zou uitgroeien tot de Apostel van de negerslaven.

Broeder Alfonsus werd in 1888 door paus Leo XIII († 1903) heilig verklaard.

Bron: Heiligen.net

woensdag in week 30 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 6, 1-9

Allen die op een of andere manier gezag en verantwoordelijkheid hebben, vraagt Paulus die uit te oefenen in trouw aan God. Hij is hun gemeenschappelijke Meester. Doen ze dit in dienst van hun ondergeschikten, dan zullen deze ook veel makkelijker gehoorzamen. Ze hebben zoveel gezag als ze zelf verdienen door te dienen.

Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder’, dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’
Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.
Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen.
Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat Hij geen onderscheid maakt.

 

Psalm 145, 10-14

Refr.: Waarachtig is God in al zijn woorden.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen
van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Een steun is de Heer voor wie is gevallen,
wie gebukt gaat richt Hij op.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 13, 22-30

Lucas geeft drie korte parabels bij de opgang van Jezus naar Jeruzalem. De parabel van de nauwe poort, de parabel van de gesloten deur en de parabel over het toegelaten worden tot het Koninkrijk. Hij wil beroep doen op persoonlijke inzet, want er komt een tijd dat het wel eens te laat zou kunnen zijn.

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde:
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

Van Woord naar leven

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered ?’

Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naïef en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: ‘Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien’. ‘Doe alle moeite… ‘ Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. ‘…want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.’

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: ‘Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie’.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

De overweging van vandaag is ontleend aan ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij © Brepols

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
kom tot ons.
Raak ons aan in uw liefde.
Breek onze weerspannigheid,
ban de ongerechtigheid uit ons leven.
Ja, genees ons,
opdat wij doorheen ons ja-woord
eens mogen delen
in uw eeuwig Rijk van vrede en liefde.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.