Lezingen van de dag – woensdag 4 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth van Portugal († 1336)

Elisabeth (ook Isabella) van Portugal, Estremoz (bij Lissabon), Portugal; koningin & stichteres

Zij werd in 1271 geboren in paleis Aljafería als dochter van koning Pedros III van Aragón en de heilige Constantia van Aragón († 1302; feest 8 april). Haar ouders vernoemden hun kind naar haar oudtante, de heilige Elisabeth van Thüringen († 1231; feest 17 november). Van jongs af aan was ze veel bezig met gelovige praktijken, zoals gebed en versterving. Op haar twaalfde huwde ze met koning Dionysius (Dinis) I van Portugal. Ze schonk hem twee kinderen: Constantia – zij zou later koningin van Castilië worden, en Alfonso, die zijn vader zou opvolgen. Haar man bleek vaak ontrouw, maar zij behandelde zijn onwettige kinderen met evenveel liefde als die van henzelf. Nooit kwam er een klacht over haar lippen jegens de talrijke maîtresses van haar man, die aan het hof gedurig voor een sfeer van stiekemdoenerij en jaloezie zorgden.

Zo was er eens een hoveling die jaloers was op de page van Elisabeth; hij genoot haar vertrouwen; ze liet hem dagelijks zonder dat anderen daar iets van hoefden te weten aalmoezen naar de mensen brengen. De jaloerse hoveling ging naar zijn heer, de koning, met de boodschap dat die page hem bedroog door intieme betrekkingen te onderhouden met zijn vrouw, hare majesteit Elisabeth. Hoe ongelooflijk het ook klinkt, maar de koning was zelf zo verdorven dat hij geloof hechtte aan deze praatjes. Hij besloot hem uit de weg te ruimen. Toen hij die dag op zijn paard uitgereden was, kwam hij langs een bakker die bij een grote over aan het werk was. Onmiddellijk steeg hij af en gebood de man: “De eerste de beste die morgenochtend namens mij naar je toekomt met de vraag of de opdracht van de koning is uitgevoerd, grijp je onmiddellijk bij de kladden en smijt je inde oven. Ik heb een appeltje met hem te schillen. Het gaat dus om de woorden: ‘Is de opdracht van de koning uitgevoerd. Begrepen?’ De volgende morgen stuuurde de koning de bewuste page naar die bakker. Maar toen de man langs een kerk kwam en bemerkte dat er een mis aan de gang was, ging hij naar binnen en woonde ook nog de volgende mis bij. Hij was nu eenmaal een vroom man en de koningin had niet voor niets juist hem tot haar vertrouweling gemaakt. Intussen wachtte de koning in het paleis vol ongeduld tot het moment dat het vonnis voltrokken moest zijn. Nu stuurde hij de verklikker erachteraan om te zien of zijn opdracht inderdaad was uitgevoerd. Zo kwam hij als eerste bij die bakker aan. En deze deed aan hem wat de koning hem had opgedragen. De booswicht kwam om in de vlammen.

Elisabeth was een voorbeeldig koningin. Ze ijverde veel voor de verbreiding van de christelijke geest en cultuur. Zo stichtte ze een gasthuis en een opvangcentrum voor vondelingen. In het politieke leven trad ze nooit uit de schaduw van haar man, tenzij hij daar uitdrukkelijk om vroeg. Onophoudelijk probeerde ze in zijn omgeving op zijn goede kanten te wijzen, zodat de mensen hem zouden beminnen. Ze bemiddelde tijdens de gewapende strijd tussen hem en hun zoon Alfons, die al bezig was een leger tegen zijn vader te verzamelen. Maar achterbakse vertrouwelingen van de koning deden hem geloven, dat zij onder één hoedje speelde met haar zoon en in het conflict tegen hem, de koning, had gekozen. Om van alle gezeur en twijfel af te zijn, liet hij haar verbannen naar Alanquer, een ver afgelegen burcht. Dat maakte, dat zij zich nog meer toelegde op boete en gebed. Uiteindelijk werden haar gebeden verhoord: vader en zoon verzoenden zich met elkaar. Daardoor kon zij weer op het paleis terugkeren. Zelf had zij de hand in de verzoening tussen koning Ferdinand IV van Castilië en diens mededinger naar de kroon, Alfonso de la Cerda. Op dezelfde manier bracht zij weer eenheid tot stand tussen haar broer Jakob van Aragon en haar schoonzoon de koning van Castilië.

Toen zij op 6 januari 1325 weduwe was geworden, besteedde ze de erfenis aan nog meer nieuwe vestigingen van christelijke deugd en naastenliefde, en tenslotte trok ze zich terug in het clarissenklooster te Coimbra dat ze zelf had gesticht.

Ze stierf uiteindelijk in Estremoz tijdens de zoveelste verzoeningspoging, nu tussen haar zoon, Alfonso IX van Castilië, en diens zoon, koning Alfonso IV van Portugal. Ze slaagde, maar de inspanningen waren teveel geweest. Ze werd ernstig ziek. Op een goed moment zei Elisabeth tegen haar schoondochter, die bij haar was blijven waken: “Wees zo vriendelijk om even een zetel te halen voor de edele vrouwe die ons komt bezoeken.” Dat was Moeder Maria die haar kwam halen. Ze werd begraven te Coimbra. Haar relieken rusten er in de Santa-Clara-kerk.

Ze werd in 1625 door paus Urbanus VIII († 1644) heilig verklaard.

Haar feest wordt in Coimbra uitbundig gevierd als ‘Festas da Rainha Santa’ (feest van de heilige koningin).

Ze is patrones van Portugal, Coimbra, Estremoz en Zaragoza; daarnaast van bruiden en echtgenotes, vooral van ontrouwe mannen; ze wordt aangeroepen bij jaloezie en huwelijksproblemen, in oorlogstijd en bij oorlogsleed (omdat ze een veldslag tussen haar man en haar zoon verhinderde).

Ze wordt afgebeeld als claris met beide handen een kruisbeeld; onder haar linkerarm houdt ze een boek geklemd; haar kroon afgelegd en rozen bij zich, vaak in haar schoot; aalmoezen uitdelend.

woensdag in week 13 door het jaar


Uit de profeet Amos 5, 14-15 + 21-24

God verafschuwt onze feesten en onze vieringen als wij daarbuiten onrechtvaardig leven of onrechtvaardigheid dulden. De profeet Amos klaagt deze wantoestanden scherp aan.

Zoek het goede, niet het kwade. Dan zullen jullie leven, en dan zal de Heer, de God van de hemelse machten, met jullie zijn, zoals jullie altijd zeggen. Haat het kwade, heb het goede lief en zorg dat er recht gedaan wordt in de poort. Misschien zal dan de Heer, de God van de hemelse machten, genade schenken aan wie er overgebleven zijn van Jozefs volk.
Want zo spreekt de Heer: ‘Ik heb een afkeer van jullie feesten, Ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag Ik niet. Ik schep geen behagen in de brand– en graanoffers die jullie mij brengen; de vetgemeste beesten van jullie vredeoffers keur Ik geen blik waardig. Bespaar mij het geluid van jullie liederen; de klank van jullie harpen wil Ik niet horen. Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.

 

Psalm 50, 7 + 8 + 9 + 10 + 11 + 12 + 13 + 16bc + 17

Refr.: Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil in God.

Luister, mijn volk, Ik ga spreken,
Israël, Ik ga tegen je getuigen,
Ik, God, je eigen God.

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Maar de stier uit je stal heb Ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Mij behoren de dieren van het woud,
de beesten op duizenden bergen.

Ik ken alle vogels van het gebergte,
wat beweegt in het veld is van mij.

Had Ik honger, Ik zou het je niet zeggen,
van mij is de wereld en wat daar leeft.

Eet ik soms het vlees van stieren
of drink ik het bloed van bokken ?

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?

Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je ter zijde.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 28-34

In letterlijke zin zal het verhaalde feit wellicht bij ons niet voorkomen. Toch klinken ook bij ons, zelfs in ons, soms stemmen als: wat heeft God hiermee te maken ? Zijn aanbod wordt soms als een ongewenste inmenging in onze zaken aangevoeld.

Toen Jezus aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen Hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs durfde te gaan.
Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’
Een eind verderop liep een grote kudde varkens te grazen.
De demonen smeekten hem: ‘Als je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’
Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’
Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven.
De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze het overal rond, ook wat er met de bezetenen was gebeurd.
Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. Toen ze Hem gevonden hadden, verzochten ze Hem dringend hun gebied te verlaten.

Van Woord naar leven

Zo spreekt de Heer: ‘Ik heb een afkeer van jullie feesten, Ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag Ik niet. (…) Bespaar mij het geluid van jullie liederen; de klank van jullie harpen wil Ik niet horen. Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.’
Zo lezen we vandaag in de eerste lezing.

Vanuit deze verzen wil ik graag een gedachte met u delen die in mijn hoofd opkomt.

Het doet me namelijk denken aan iemand wiens huwelijk heel wat jaren geleden op de klippen is gelopen. Zoals zovelen met alle goede bedoelingen was hij gehuwd, ervan overtuigd zijnde dat zij de ware was voor het leven.
Maar het vuur doofde al snel uit en al na enkele jaren was het gedaan. Er kwam scheiding, met veel pijn tot gevolg, langs beide kanten.
Nu, na vele jaren pijn en rijping, voelt deze persoon zich zeer verwant met het verhaal van de verloren zoon uit het evangelie; je weet wel die parabel die Jezus vertelt over de barmhartigheid van God. Hij voelt zich namelijk als de zoon die wegtrekt van zijn vader, het zogenaamde volle leven tegemoet. Deze eiste zijn loon op en vertrok. Dat had hij in zekere zin ook gedaan door weg te gaan van zijn vrouw, en weg te lopen van het sacrament van het huwelijk dat hij zo mooi had beleefd met zijn echtgenote. Maar hij eiste dus het geld op en trok weg.
Net zoals de verloren zoon uit het evangelie verbraste ook hij z’n geld en goed, tot hij platzak teneer gebogen op de grond zat; in zak en as zeg maar.
En, weer net zoals de verloren zoon, kreeg hij berouw, diep spijt over hoe de zaken gegaan waren. En diep in zichzelf, vanuit dat berouw, begon hij te verlangen naar ‘thuis komen’, en hij herontdekte het gebed. Hij was beschaamd ten opzichte van God, maar langzaam maar zeker begon hij terug te bidden, en dat leidde ertoe dat z’n geloofsleven weer diepgang kreeg, zuiverder dan ooit tevoren. En vanbinnen begon hij de reis naar de Vader; innerlijk verder groeiend. En zoals in het verhaal van de verloren zoon was het zijn diepe ervaring dat God hem in zijn verlangen stond op te wachten; meer zelfs: de Vader liep hem tegemoet en biddend ervoor hij hoe God hem omhelsde in zijn mateloze liefde en barmhartigheid. Een prachtige innerlijke weg was hij gegaan.

Maar dan de Kerk … oh de Kerk, waar hij in wezen zo van houdt.
Hij mag niet meer ter communie gaan, iets waar hij zo naar verlangt. Hij mag niet communiceren, want hij is gescheiden. En gehoorzaam als hij is, blijft hij steeds geheel achteraan op de laatste rij in de kerk zitten terwijl de anderen de Heer ontvangen in de communie.

Erg toch he mensen. Het is alsof de verloren zoon, na z’n innerlijke weg van spijt en verlangen, terug gaat naar z’n vader. De vader ziet hem aankomen, rent op z’n zoon af, en juist voor de omhelzing zegt de vader: ‘ah nee, dit kan niet. Blijf daar staan, op een meter afstand. Sorry, geen omhelzing, geen aanraking, geen gemeenschap. Blijf waar je bent, het zal je lot zijn voor heel je verdere leven. Eigen schuld dikke bult’.

Lieve mensen, ik hou van de Kerk hoor, zeer veel zelfs.
Maar de Kerk moet in deze haar zogenoemde barmhartigheid in vraag durven stellen. Ze viert iedere zondag feest, de Opgestane wordt gevierd en ontvangen doorheen de liturgie; doorheen Woord en Brood. Maar dit laatste, het Brood, mag niet ontvangen worden door hen die na eerlijk berouw (na een huwelijksscheiding) terug naar God gaan. Aan dat grote moment van innige eenheid met de Heer mag niet deelgenomen worden.
Waar zijn we als Kerk dan mee bezig ?

Wil de Kerk beeld en gelijkenis zijn of worden van haar hart (de Heer zelf) zal zij zich op de eerste plaats moeten verdiepen in Gods barmhartigheid, om van daaruit haar ramen en deuren wijd open te zetten op de wereld.
Misschien is zij (daarom niet op alle vlakken) meer verloren zoon dan dat ze denkt, en moet ze snel de tocht aanvatten naar de Vader, om vanuit de omhelzing met Hem, liefde te zijn voor allen; ja voor allen !!

Kom Heilige Geest !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,
mogen wij als Kerk
uw barmhartigheid zijn.
Kom heilige Geest.
In Christus’ naam.
Amen.