Lezingen van de dag – woensdag 5 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Censurinus van Ostia († 252)w

Censurinus van Ostia, Italië; staatsambtenaar & martelaar met de bisschop Quiriacus en 17 gevangenbewaarders: Amandinus, Commodus, Cyprius, Eusebius, Felix, Herculanus, Hermus, Maurus, Maximus, Menas, Monachius, Olympius, Rusticus, Staurocinus, Taurinus, Venerius en de tribuun Theodorus; † 252.

Censurinus was een hooggeplaatste staatsambtenaar. Toen bekend werd dat hij christen was, werd hij gevangen gezet. Maar vanwege zijn hoge positie kreeg hij het privilege bezoek te ontvangen. Zo werd hij bezocht door de priester Maximus met diens diaken Archelaus en Aurea, een vrouw die maagd was gebleven omwille van Christus en aldus vrij was om zich te wijden aan werken van barmhartigheid.

De toewijding, de levensvreugde en de vrome levenswandel van al deze mensen maakten diepe indruk op de gevangenbewaarders. Toen er ook nog wonderen en genezingen plaatsvonden kwamen er negentien met het verzoek christen te mogen worden. Hun namen zijn bewaard gebleven: Amandinus, Commodus, Cyprius, Eusebius, Felix, Herculanus, Hermus, Maurus, Maximus, Menas, Monachius, Olympius, Rusticus, Staurocinus, Taurinus, Venerius en de tribuun Theodorus. Zij werden gedoopt door priester Maximus; Aurea trad op als doopgetuige. Vervolgens ontvingen zij uit handen van bisschop Quiriacus de sacramenten van het vormsel en de eucharistie. Toen dit de keizer ter ore kwam, liet hij allen als staatsgevaarlijk om het leven brengen.

woensdag in week 22 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 3, 1-9

In een wankele tijd is er altijd gevaar dat bepaalde mensen zich meer gaan hechten aan personen dan wel aan de inhoud van het christendom. Dit was ook het geval te Korinte. Paulus nodigt ons uit ons niet te laten beïnvloeden door twistvragen. Want wie echt in dienst staat van het evangelie verwijst niet naar zijn eigen persoon, maar naar Christus zelf.

Broeders en zusters,
ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was u niet aan toe. En ook nu nog niet, want u bent nog gebonden aan de wereld. Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander?
Wanneer de een zegt: ‘Ik ben van Paulus’, en een ander: ‘Ik van Apollos’, bent u dan niet als alle andere mensen? Wat is Apollos eigenlijk? En wat is Paulus? Zij zijn niet meer dan dienaren die u tot geloof hebben gebracht, beiden op de wijze die de Heer hun heeft geschonken. Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien.
Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God is belangrijk, want Hij doet groeien. Wie plant en wie begiet hebben hetzelfde doel, al worden ze ieder apart beloond overeenkomstig de moeite die ze zich hebben gegeven. Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.

 

Psalm 33, 12 + 13 + 14 + 15 + 20 + 21

Refr.: Uw koningschap, Heer, omspant de eeuwen.

Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft,
de natie die Hij verkoos als de zijne.

Uit de hemel ziet de Heer omlaag
en slaat Hij de sterveling gade.

Vanaf zijn troon houdt Hij het oog
op allen die de aarde bewonen.

Hij die de harten van allen vormt,
Hij doorziet al hun daden.

Wij verwachten vol verlangen de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.

Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op zijn heilige Naam vertrouwen wij.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 38-44

De mensen wilden Jezus, de wonderdoener, vasthouden voor zichzelf. De genezingen die Hij verrichtte gaven daar schijnbaar aanleiding toe. Maar Jezus was gekomen voor alle mensen en niet slechts voor een kleine groep.

Na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Hem om haar te helpen.
Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.
Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was.
Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’
En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

Van Woord naar leven

Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Jezus om haar te helpen. Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.

Meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen…
Wie geraakt wordt door de Heer, wie door Hem genezen wordt staat op, bij de schoonmoeder van Petrus letterlijk, maar ook in het hart. Zij mocht bij wijze van spreken al even proeven van de genade van Jezus’ opstanding die korte tijd later zou plaatsvinden.

Zo is het ook met ons. Wanneer wij ons laten raken door Jezus, ons laten genezen door Hem, maakt Jezus ons deelgenoot van zijn opstanding, deelgenoot van zijn verrijzenisvreugde en -vrede waarvan we drager worden en als het goed is ook uitdrager.

Wanneer we biddend terugblikken op ons leven zullen we zeker momenten bespeuren waarin we ons aangeraakt wisten door de Heer, op welke wijze ook. Het is goed dat we deze momenten her-inneren, ze een plaats geven in ons innerlijk, opdat ze een blijvende bron mogen zijn van genade, een bron van levengevend water waar Jezus zelf de oorzaak van is.
We kunnen deze genade ook wegduwen, ze wegdringen naar ons onderbewuste, waar haar vlammetje langzaam maar zeker uitdooft en alle kracht verliest. Dat zou jammer zijn.

Wanneer Jezus ons aanraakt is dat altijd met de bedoeling dat we innerlijk zouden opstaan, verenigd met Hem kijkend naar de Vader van wie alle genade komt. In Hem zal Jezus ons ja-woord tot de Vader bezielen met de liefde van de heilige Geest opdat het in waarheid mag gezegd worden en vruchten mag afwerpen die haar oorsprong vinden in God zelf.

Laten we de Heer in ons leven her-inneren. Dat dit ons blij en dankbaar mag stemmen. Dat de her-innering ons mag doen opstaan, het Pasen uitdragend naar allen die God op ons levenspad brengt.

Simons schoonmoeder, zo lezen we, begon nadat ze opstond voor hen te zorgen. Zo mooi. Laten we niet opstaan en zomaar wat rondkijken. Laten we zorgend gaan leven, met zorg voor elkaar: thuis, op school, op het werk, in de buurt, naar de armen toe, naar hen die geen licht meer zien,…

Laat ons opstaan en Paasmensen worden: vanuit Gods vrede zorg dragen voor onze samenleving.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
raak ons aan, genees ons, doe ons in U opstaan. Neem ons op in uw ja-woord tot de Vader, opdat ons hart steeds missionair mag zijn en de hoop in zich zou dragen dat ieder Gods Liefde zou mogen proeven.
Alle dagen van ons leven. Amen.