Lezingen van de dag – woensdag 6 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Magnus van Füssen († 772)

Osb, Duitsland; stichter met Theodo van Kempten

Sint Mang moet rond het jaar 700 geboren zijn. Maar het is onduidelijk of hij van origine Ier, Aleman of Retroromaan was. Hij was monnik in klooster Sankt-Gallen, toen hij door bisschop Wikterp van Augsburg († 771; feest 18 april) werd gevraagd in het nog heidense gebied van Allgäu het evangelie te brengen. In gezelschap van zijn medebroeder Theodo trok hij naar de omgeving van Kempten, stichtte er een aantal christengemeenschapjes en legde er de basis voor het latere klooster. Daar liet hij Theodo achter.

Op zijn eentje ging hij naar bisschop Wikterps geboortedorp Epfach, stichtte in het nabijgelegen Waltenhofen een Mariakerkje en trok vervolgens stroomopwaarts langs de Lech het dichtbegroeide woud in, daar waar later de plaats Füssen zou ontstaan. Ook op die plek stichtte hij een klooster. Zo werkte hij vijfentwintig jaar onafgebroken aan de verspreiding van het evangelie. Volgens zeggen wist hij ook de plaatselijke bevolking aan levensonderhoud te helpen door er de ertsmijnbouw op gang te brengen.

Hij stierf op ruim zeventigjarige leeftijd: 6 september 772 en werd bijgezet in de bidkapel van ‘zijn’ klooster te Füssen. In 845 opende de toenmalige bisschop Lanto zijn graf. Volgens ooggetuigen was zijn lichaam nog gaaf en ongeschonden, wat in die tijd als een teken van heiligheid werd beschouwd.

In Zuid-Duitsland, Tirol, Zwitserland en de Elzas zijn veel kerken aan hem gewijd. Hij is patroon van Allgäu, Füssen en Kempten; bovendien is hij beschermheilige van het vee. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen ongedierte, met name muizen, rupsen, slangen, slangenbeten en schadelijke insecten op de velden; ook nog tegen oogziekten.

Hij wordt afgebeeld als abt met staf (soms met mijter), terwijl hij onder zijn voet een draak, monster of duivel in bedwang houdt; open of gesloten (evangelie)boek; met een beer (toonde hem volgens de legende de plek waar zich ijzererts bevond).

woensdag in week 22 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, 1-8

Paulus herinnert eraan dat voor christenen alleen het evangelie echte waarde inhoudt.

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. Aan de heiligen in Kolosse, gelovige broeders en zusters die één zijn in Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader. In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt.

 

Psalm 52, 10 + 11

Refr.: Ik blijf hopen op uw Naam, die goed is.

Ik ben als een groene olijfboom
in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd.

Ik zal U eeuwig loven om wat U hebt gedaan,
ik blijf hopen op uw Naam, die goed is,
in de kring van wie U lief zijn.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 38-44

De mensen wilden Jezus, de wonderdoener, vasthouden voor zichzelf. De genezingen die Hij verrichtte gaven daar schijnbaar aanleiding toe. Maar Jezus was gekomen voor alle mensen en niet slechts voor een kleine groep.

Na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Hem om haar te helpen.
Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.
Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was.
Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’
En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in psalm 52: ‘Ik blijf hopen op uw Naam, die goed is, in de kring van wie U lief zijn.’

Elke tijd in de geschiedenis zal wel z’n stormen hebben gekend. Maar de tijd die we nu doormaken is toch wel zéér woelig. Groeperingen als Islamitische Staat (ja, ze zijn er nog steeds) of Boko Haram, tonen hun ware gezicht alsof de duivel zelf er nood aan heeft zich in alle duidelijkheid te manifesteren. Met als gevolg: terreur, oorlog, armoede, honger, dood. Een ongeziene niet meer te stoppen vluchtelingenstroom is er de laatste jaren op gang gekomen. Bij velen hier in Europa slaat de angst om het hart: waar gaat dat eindigen … dit kunnen we niet aan … Sommigen slaan hier politieke munt uit, bij anderen komt het beste in henzelf naar boven, weer anderen kruipen in hun schelp en verstoppen zich in hun ego.

Kunnen we in deze pijnlijke realiteit blijven hopen, zoals de psalmist zingt, op Gods Naam ?
Ja hoor, dat kunnen we. Wijzelf kunnen die hoop belichamen door de goedheid van God te ‘zijn’. Anderen mogen aan ons zien dat goedheid bestaat. Is Europa (met haar christelijke wortels !) bereid haar hart te openen, haar grenzen, voor hen die land en goed hebben achtergelaten op zoek naar een veilige thuis. Zijn wij bereid de deuren van onze harten en huizen te openen om hen te ontvangen. Ook zij zijn kinderen van God en dus onze broeders en zusters. Uiteindelijk zijn lands- en staatsgrenzen puur mensenwerk, en is in wezen de wereld van iedereen, en is iedereen van de wereld (zoals Thé Lau het zo mooi – op zijn manier – tot uitdrukking bracht).

Gods Naam is goed, zegt de psalmist terecht. Laten we kringen vormen (om de woorden uit de psalm te gebruiken) die Gods Naam bezingen, die van Hem ontvangen, die Hem beminnen, die bereid zijn Gods goedheid te zijn. Geldelijke donaties, het schenken van kleding en voedsel, hen willen ontmoeten, met de kinderen optrekken, taallessen geven, hen zelfs in huis nemen… er zijn zovele mogelijkheden om die talloze mensen die thuisloos zijn nabij te zijn.

En laat ons niet ophouden te bidden dat God moge ingrijpen in deze wereld; dat het kwaad moge ophouden te bestaan, dat op die plekken waar de haat de overhand heeft gekregen er weer haarden van verzoening en vrede mogen ontstaan, en dat deze mooie wereld een plek moge worden waar het goed is om leven, voor ieder, waar ook.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
leer ons lief te hebben vanuit uw liefde in ons; dan zijn we tot veel in staat, en zal onze liefde, die eigenlijk de uwe is, vol van genade is.
Mogen wij op deze wijze Gods hoop uitdragen.
In uw naam, amen.