Lezingen van de dag – woensdag 7 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Onze Lieve Vrouw van de RozenkransRosary01

gedachtenis

Rond 1570 bedreigden de oprukkende Turken het christelijke westen. Met de grootst mogelijke moeite wist paus Pius V († 1572) de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk
(† 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (= het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).

Intussen had de paus de christenen opgeroepen het gebed van de heilige rozenkrans te bidden en daarbij Maria’s voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen – zo beloofde hij – zou hij een officieel feest van de rozenkrans instellen. En zo geschiedde.

Het feest werd nog eens door paus Clemens XI († 1721) voor de hele kerk bekrachtigd, toen Prins Eugen op 5 augustus 1716 nogmaals een schitterende overwinning behaalde op de Turken bij Peterwardein (bij Neusatz aan de Donau ten noordwesten van Belgrado); hij plaatste het op de eerste zondag van de maand oktober.

Paus Pius X († 1914) plaatste het feest op 7 oktober. Op aanraden van de heilige karmelietes en mystica Katharina Filtjung († 1915) wijdde paus Leo XIII († 1903) de maand oktober toe aan Maria als Koningin van de Heilige Rozenkrans.

Overigens was de rozenkrans als gebedssnoer al veel ouder. Het waren vooral de dominicanen die de devotie voor de rozenkrans verspreidden. Bekend is de afbeelding dat Maria vanuit de hemel het gebedssnoer toevertrouwt aan Sint Dominicus († 1221), vaak tegelijk ook aan Sint Catharina van Siena († 1380). Zo behoorde de dominicaan Alanus a Rupe († 1475) tot de bevorderaars van het rozenkransgebed.

De Rozenkrans

De volledige rozenkrans is een gebedssnoer, samengesteld uit vijftien keer tien kralen, telkens afgewisseld met één aparte, meestal grotere kraal. De series van tien kralen noemt men ‘tientjes’. Terwijl men de kralen door de vingers laat glijden, bidt men telkens een Wees-gegroet; bij de grotere kraal tussen de tientjes in bidt men een Onze Vader en een Eer aan de Vader. Aan het begin van elk tientje wordt een geloofsgeheim uitgesproken om tijdens het ritmische bidden van de Weesgegroeten te overwegen.

Van oudsher zijn er drie series geheimen: de blijde, droevige en glorievolle geheimen.

De Blijde Geheimen
1 De engel Gabriël brengt de Blijde Boodschap aan Maria
2 Maria bezoekt haar nicht Elisabeth
3 Jezus wordt geboren in een stal van Bethlehem
4 Jezus wordt in de tempel opgedragen
5 Jezus wordt in de tempel wedergevonden

De Droevige Geheimen
1 Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
2 Jezus wordt gegeseld
3 Jezus wordt met doornen gekroond
4 Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië
5 Jezus sterft aan het kruis

De Glorievolle Geheimen
1 Jezus verrijst uit de doden
2 Jezus stijgt op ten hemel
3 De Heilige Geest daalt neer over zijn apostelen
4 Maria wordt in de heel opgenomen
5 Maria wordt in de hemel gekroond

Het was Josemaría Escriva, grondlegger van Opus Dei († 1975), die vijf geheimen samenstelde, ontleend aan het openbaar leven van Jezus. Hij noemde ze de Geheimen van het Licht. Paus Johannes Paulus II nam ze over en beval ze aan in de devotie van de rozenkransbidders.

Geheimen van het Licht
1 Jezus wordt gedoopt in de Jordaan
2 Jezus openbaart zich op de bruiloft van Kana
3 Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering
4 Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor
5 Jezus stelt de eucharistie in

Het Rozenhoedje
In het dagelijks gebruik van de gelovigen werd meestal niet een complete rozenkrans van 150 Weesgegroeten gebeden, maar een derde ervan: 50 Weesgegroeten: het ‘rozenhoedje’.

Er bestaat ook een rozenkrans die is opgebouwd uit zeven keer zeven wees-gegroeten, de zogeheten franciscaanse rozenkrans van zeven vreugden:

De geloofsgemeenschap viert in Maria’s leven zeven ‘vreugde’, zeven momenten van (intens grote) vreugde’, zeven keer een ‘Laetitia’:
1 De aankondiging van de engel Gabriël, dat zij de moeder zal worden van onze Heer Jezus Christus
2 Het bezoek dat zij brengt aan haar bejaarde nicht Elisabeth over wie zij van de engel Gabriël verneemt dat zij op haar oude dag al zes maanden in verwachting is, terwijl zij eigenlijk geen kinderen kon krijgen
3 Jezus’ geboorte in Bethlehem
4 De aanbidding van de wijzen uit het oosten
5 De terugvinding van de 12-jarige Jezus in de tempel na drie dagen smartelijk zoeken
6 De verrijzenis of opstanding van Jezus uit de doden
7 Maria’s ten hemel opneming

WOENSDAG IN WEEK 27 DOOR HET JAAR


Uit het boek Jona 4, 1-11

Jona was naar Nineve getrokken om straffen aan te kondigen en hij ontdekt dat men zich bekeerd had. Hij zou het ne keer goed zeggen en nu is hij teleurgesteld dat het niet meer nodig is. God maakt hem duidelijk dat inkeer belangrijker is dan vermaningen.

Jona vond het besluit van de Heer heilloos en hij werd nijdig.
Hij bad tot de Heer: ‘Ach Heer, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. Laat mij maar sterven, Heer: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
Maar de Heer zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’
Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.Nu liet God, de Heer, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant.
Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’
Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’
Toen zei de Heer: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’

 

Psalm 86, 3 + 4 + 5 + 6 + 9 + 10

Refr.: Heer, U bent groot !

Wees mij genadig, Heer,
heel de dag roep ik tot U.Drieeenheid_2

Verblijd het hart van uw dienaar,
naar U verlang ik, Heer.

U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die U aanroept.

Hoor mijn gebed, Heer,
luister naar mijn smeken.

Alle volken, door U gemaakt,
komen en buigen zich, Heer, voor U
en prijzen uw Naam.

U bent groot, U doet wonderen,
U alleen bent God.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 1-4

Lucas geeft een verkorte versie van het Onze Vader. Deze tekst bevat de kern van ieder gebed en van ieder christelijk leven. Het erkent de Vader zoals Christus deed, het vraagt om zijn Rijk en geeft de voornaamste voorwaarden om dit Rijk te vestigen: drie wegen waarlangs wij toegang hebben tot God.

Eens was Jezus aan het bidden, en toen Hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw Koninkrijk komen. Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is. En breng ons niet in beproeving.”’

Van Woord naar leven

Jezus leert zijn leerlingen bidden. En daarmee leert Hij ook ons, volwassenen, bidden.
Maar wie leert er onze kinderen bidden ?

Hopelijk krijgen ze dit mee van thuis uit, en horen ze er niet voor het eerst over bij een eerste communie of een godsdienstles op school. Eigenlijk is ‘aanleren’ geen goed woord wanneer het gaat over kinderen en gebed. Veel belangrijker is dat het kind ziet dat er thuis gebeden wordt, dat het als vanzelfsprekend wordt opgenomen in het gezinsgebed. Een kind zal (wanneer het nog klein is) daar geen kritische vragen over stellen, het zal het als goed ervaren, want mama en papa doen het, en dan is het goed. Zo is een kind.
Of het nu bij het opstaan is, voor en/of na het eten, bij het slapen gaan, of wanneer ook, het is goed dat we onze kinderen opvoeden in de realiteit dat het goed is dat een christen bidt.

En als het op latere leeftijd ineens beslist om niet meer te bidden (laat een puber maar puberen), dan heeft het ten minste de herinnering dat zijn ouders baden, en dat ze dit nog doen. Die herinnering mogen we niet onderschatten. Vroeg of laat zal God hen onderdompelen in deze her-innering; zelfs zo dat het een bron wordt van genade voor die opgroeiende mens met al zijn vragen en twijfels.

We kennen het begrip erfzonde. Maar er bestaat ook zoiets als erfgenade; het goede dat wordt doorgegeven, dikwijls in stilte en verborgen. Maar God is groter in zijn genadegaven dan we doorgaan denken of geloven. Wie bidt met zijn kinderen, houdt iets in leven dat van fundamenteel belang is voor het verdere leven van zijn kind.

Uiteraard geldt dit niet enkel voor ouders. Ieder die in contact staat met kinderen draagt daarin zijn verantwoordelijkheid.
Zelfs de leiding in de jeugdbeweging. Toen ik vroeger jaarlijks mee op scoutskamp ging baden wij zingend iedere avond rond de vlaggemast ‘Oh Heer, d’avond is neergekomen…’. Velen van ons kennen dat beslist nog. Van harte hoop ik dat de jeugdleiding van vandaag ook bidt met hun bengels. Ok, misschien op een meer hedendaagsere manier, maar zo dat het kind leert zijn handen te openen voor Hem die het leven geeft, dat er een vriend is uit de hemel die hun hart woont: Jezus die met hen meegaat, hen helpt elkaar graag te zien, hen helpt te vergeven, hen helpt goede keuzen te maken.

Daarbij niet vergetend dat het ‘goede gesprek’ met onze jongeren ook zeer belangrijk is. Spreek met hen over Jezus als de Vriend uit de hemel die in hen woont. Vertel verhalen uit de Bijbel op hun niveau opdat ze hun Vriend steeds beter leren kennen. Maak tekeningen van Jezus, zing over Hem aan tafel.

Lieve ouders, beste opvoeders, geef Jezus een plaats in het leven van de kinderen. Moge ze, mede door uw toedoen, door en door goede mensen worden, die op latere leeftijd zullen weten waarvoor ze leven, vanuit wie ze leven, wat ware liefde en trouw betekent, wat engagement wil zeggen, enz… De jeugd is de toekomst van morgen. Moge de kinderen van vandaag morgen christenen zijn die fier en blij dragers zijn van Gods Vrede, uitdragers van zijn liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,iStock_000011007617XSmall
beziel ons, volwassenen, met uw Geest van gebed, opdat we onze kinderen mogen leren bidden. Moge zij, met ons, U ontmoeten. Moge deze ontmoeting, die voor ons beslist anders zal zijn dat uw ontmoeting met hen, hen tot jonge mensen maken die weten waarover het leven gaat. Trek hen in uw liefde, oh Heer, versmelt hen
met uw vrede, opdat ze mensen mogen worden die beeld en gelijkenis zullen zijn van U; daarom niet als heiligen, maar als mensen die U graag zien, en die met vallen en opstaan getuigen van uw liefdevolle aanwezigheid in deze wereld.
Kom heilige Geest. Amen.