Lezingen van de dag – woensdag 8 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Dominicus Guzmàn († 1221)

Bologna, Italië; stichter

Dominicus’ wieg stond in Caraluega, gelegen in de Spaanse provincie Burgos. Hoewel geschiedkundig gesproken zijn geboortedatum niet vaststaat, beweren sommige documenten dat hij op 24 juni 1170 het levenslicht zag. Daarmee is hij een tijdgenoot van Franciscus van Assisi (1180-1226; feest 4 oktober), de stichter van de franciscaner orde, die gekenmerkt wordt door armoede.
Zijn vader heette Felix de Guzmán; zijn moeder was de zalige Juana van Aza († 1190; feest 8 augustus).

Hij studeerde in de Spaanse plaats Palencia en werd in 1199 kannunik te Osma; in 1201 was hij er subprior. In 1205 vertrok hij met de bisschop van Osma, Diego van Azevedo († 1207; feest 30 december), naar Denemarken om er de prinses op te gaan halen die bestemd was de echtgenote te worden van koning Alfonso VIII van Castilië. Maar onderweg hoorden ze, dat het meisje intussen was overleden. Nu zetten ze koers naar Rome in de hoop dat de paus, op dat moment Innocentius III († 1216), hun toestemming zou geven om de Cumanen in de Oekraïne tot het christendom te bekeren. Maar de paus stuurde ze terug met de uitdrukkelijke opdracht om de cisterciënzermonniken te gaan helpen die in de Zuid-Franse landstreek Languedoc bezig waren de ketterse Albigenzen weer op het rechte pad te krijgen.
Ondanks hun goed bedoelde pogingen hadden de cisterciënzers tot dan toe nauwelijks succes gehad met hun bekeringswerk.

In 1206 richtte bisschop Diego te Prouille bij Toulouse een missiecentrum in om van daaruit onder de katharen te kunnen werken. In datzelfde jaar opende Dominicus er een klooster voor ketterse vrouwen die tot de Moederkerk waren teruggekeerd. Deze stichting zou later uitgroeien tot de orde der dominicanessen.

Toen in 1207 bisschop Diego overleed, lag het voor de hand dat hij, Dominicus, de leiding van deze onderneming op zich nam. Het was hem intussen zonneklaar geworden, dat hij geschoolde helpers nodig had: goed opgeleide priesters, die in discussies hun mannetje zouden staan en tegelijk met hart en ziel toegewijd waren aan de zaak van Christus: kortom een orde van uitstekend opgeleide priester-religieuzen, die net als de katharen aan versterving, boete en gebed zouden doen, maar dan binnen het kader van een meer gezonde theologie en geloofsopvatting. Immers in een tijd dat de meeste geestelijken meer aandacht hadden voor uiterlijke rijkdom dan voor de rijkdom van hart, hechtten de gewone mensen meer geloof aan predikanten die hun woorden kracht bijzetten met een indrukwekkende levenswijze, zoals de katharen met hun overdreven vasten- en boetepraktijken, dan aan ijdele verkondigers in protserige gewaden en fantastische luxe. En de weinigen die wel in armoede leefden, zoals de cistersiënzers, hadden te weinig scholing om het in de soms dagenlang durende discussies op te kunnen nemen tegen de goed onderlegde ketters.
Zo stichtte Dominicus in 1215 de orde der predikheren, die reeds een jaar later door paus Honorius III († 1227) officieel werd goedgekeurd. De leden ervan worden ook wel naar hun stichter ‘dominicanen’ genoemd.

In 1217 stichtte hij in Segovia het eerste Spaanse klooster van zijn orde. Eén jaar vóór Dominicus’ dood waren er in geheel Europa niet meer dan vijfentwintig afgestudeerde doctores in de theologie. Zo’n vijftig jaar later telde zijn orde er alleen al ongeveer zevenhonderd, verspreid over Italië, Frankrijk, Spanje, Engeland, Hongarije en tal van andere landen. In de loop van de geschiedenis zijn de dominicanen over de hele wereld uitgegroeid tot een van de meest verspreide en invloedrijke kloosterorden.
Een jaar na zijn dood werd hij opgevolgd door Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari).

Hij werd begraven in de kerk van Bologna. In 1233 werd zijn stoffelijk overschot op bevel van paus Gregorius IX († 1242) opgegraven en plechtig tot de eer der altaren verheven. Tot op de dag van vandaag trekken er jaarlijks vele bedevaartgangers naar zijn graf in de San-Domenicokerk.

Hij is patroon van Bologna, de Dominicaanse Republiek, van Santo Domingo (voluit: Santo Domingo de Guzmán; Dominicaanse Republiek) alsmede van de Spaanse stad Segovia; daarnaast is hij beschermheilige van astronomen, papierfabrikanten en sigarenmakers; hij wordt aangeroepen tegen koorts en tegen hagel.

Hij wordt afgebeeld als dominicaan; met een boek en een lelie; krans van haar om het kaalgeschoren hoofd; ster voor de borst of boven het hoofd (deze verscheen op het voorhoofd van Dominicus); gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (naar de legende van zijn moeders droom); toorts; met een monstrans; met zijn moeder Juana van Aza; met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij – tezamen met de dominicanes Catharina van Siena († 1380; feest 29 april) uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.

woensdag in week 18 door het jaar


Uit de profeet Jeremia 31, 1-7

Redding betekende voor de Israëlieten bevrijd worden van ziekte, onwetendheid, onverschilligheid of vrees; van de onrechtvaardigheid door eigen volk veroorzaakt, of door vreemden. Toekomstige welvaart, vrede en bezit in vreugde en blijdschap stelt de profeet Jeremia in uitzicht.

Zo spreekt de Heer:
‘Dan zal Ik voor elke stam van Israël een God zijn, dan is Israël mijn volk; spreekt de Heer.
In de woestijn kreeg Ik Israël lief, het volk dat aan vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede.
Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken. In Samaria’s bergen zul je wijngaarden planten, en mogen eten van de eerste vruchten.
De dag breekt aan dat in Efraïm de wachters op de bergen roepen: “Kom, laten we op weg gaan naar de Sion, naar de Heer, onze God!”
Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: “De Heer heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd.”’

 

Jer. 31, 10-13

Refr.: De Heer verlost het volk van Jakob.

Volken, luister naar de woorden van de Heer,
vertel het verder op de verste eilanden:
Hij die Israël verstrooid heeft,
zal het samenbrengen en het hoeden,
zoals een herder zijn kudde.

Want de Heer verlost het volk van Jakob,
Hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij.
Zij komen juichend naar de Sion,
stralend van vreugde om de gaven van de Heer.
koren, wijn, olijfolie,
en geiten, schapen, koeien.

Meisjes dansen vrolijk in de rei,
jongens en grijsaards dansen mee.
Hun rouw verander Ik in vreugde, Ik troost hen,
hun verdriet vergeten zij.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 15, 21-28

Jezus verruimt zijn optreden tot alle volkeren. In het land van de heidenen vindt Hij zelfs meer geloof dan in Israël. Het nederig en vertrouwvol gebed van de Kananese vrouw is Hem voldoende. De eerste leerlingen, allen Joden, krijgen zo een antwoord op de vraag hoe zij de mensen van buiten moeten opvangen.

En weer vertrok Jezus; Hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon.
Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’
Maar Hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’
Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’
Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor Hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’
Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’
Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’
Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’
En vanaf dat moment was haar dochter genezen.

Van Woord naar leven

Net als gisteren treedt de Heer hier weer op als iemand die opvoedt, uitdaagt, prikkelt.

Wat de Kanaänitische vrouw ons vandaag leert is hoe we moeten bidden, namelijk nederig, volhardend en vol vertrouwen.

De dochter van deze vrouw was bezeten. Maar ook zijzelf was bezeten. De dochter door een kwade geest, zij echter door de heilige Geest. En dit laatste wil Jezus duidelijk maken wanneer Hij in eerste instantie (ook in tweede instantie) de vrouw afwijst. Echt gebed houdt niet op wanneer men schijnbaar niet verhoord wordt. Echt gebed (het bidden in de Geest) houdt vol, blijft voortduren, ook al zie je niet onmiddellijk vruchten.

Wanneer wij een smeekgebed verrichten, en de heilige Geest heeft ermee te maken, houden wij dat dikwijls niet vol en doven op die wijze de werkzaamheid van de Geest. Wat jammer is ! God neemt zijn tijd (en Hij weet waarom) en laat de Geest zijn werk doen. Deze werkzaamheid is belangrijk voor onze persoonlijke groei die doorgaans in het verborgene gebeurt. Bidden, blijven bidden, het smeken volhouden, vormt ons meer dan we zelf vermoeden. Het leert ons nederig worden, het stelt ons vertrouwen op de proef, het leert ons geduldig zijn, het leert ons uit handen geven.

Bidden is iets anders dan een frisdrank nemen uit een drankautomaat. We bidden een tientje en het komt wel in orde. Nee, doorgaans werkt het gebed zo niet. Bidden is gedisciplineerd volhouden waarmee de Geest je in beweging zette. Van dag tot dag, soms maanden of jaren aan een stuk.

Denken we aan de vele monniken die wereldwijd in alle vroegte neerknielen om Gods vrede in deze wereld af te smeken, heel hun leven lang, dag in dag uit.
Deze abdijen zijn haarden van gebed, en zo belangrijk voor de mensheid.
Laten we ons verenigen met hen, en bidden dat Gods wil moge geschieden, op aarde zoals in de hemel.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons, over de Kerk, over de gehele mensheid. Schenk ons de gave van het gebed, leer ons vertrouwvol te bidden, met een liefdevolle discipline, die enkel de Geest ons geven kan.
Bid in ons Heer. Amen.