Lezingen van de dag – woensdag 8 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Josephina Bakhita ( † 1947)

Josephina Bakhita, Schio bij Vicenza, Italië; kloosterlinge

Zij werd rond 1870 geboren in de Oost-Afrikaanse staat Soedan. Haar ouders moeten vooraanstaande mensen geweest zijn. Als kind was zij er getuige van hoe haar oudste zus werd gekidnapt door Europese slavenhandelaars. Twee jaar later – ze was toen ongeveer negen – overkwam haar hetzelfde lot: slavenhandelaars maakten haar buit. Met een grote groep andere gevangenen heeft ze dagenlang door het oerwoud gelopen. Toch wist ze samen met een vriendinnetje op een goed moment te ontsnappen. Maar vervolgens viel ze weer in handen van andere slavenhandelaars. Zij waren het die haar de naam ‘Bakhita’ gaven, wat cynisch genoeg ‘geluksvogeltje’ betekent! Ze werd verkocht aan een Turkse officier. Die gaf het meisje als cadeautje aan zijn vrouw. De behandeling die Bakhita van haar kreeg, tart alle beschrijving. Ze had meer weg van een roofdier, dan van een mens. Zo liet ze het kind brandmerken en tatoeëren; daarbij liep het kind rauwe open  wonden op, die haar meesteres met zout behandelde.

Het was de Italiaanse consul in Khartoem, die haar in 1884 wist los te krijgen en haar meenam naar Venetië. Daar gaf hij haar cadeau aan een goede vriend. Deze man had een boekhouder, die diep gelovig was en zijn katholiek geloof niet alleen in woorden maar ook in daden naleefde. Toen hij bemerkte, dat het meisje een zuiver karakter had, begon hij haar de beginselen van het katholiek geloof bij te brengen. Bij de Zusters van Liefde van Canossa werd zij als geloofsleerling verder ingewijd in de katholieke leer. Maar er dreigde gevaar. De familie die haar cadeau had gekregen, eiste haar op: zij wilden dat het meisje meeging op een reis naar Afrika. Doodsbang vroeg zij de zusters of zij bij hen mocht blijven. Dezen voerden zelfs actie tot bij de aartsbisschop van Venetië. Die wist bij de Italiaanse regering gedaan te krijgen, dat Bakhita vrij werd verklaard; de slavernij was immers al enige tijd geleden officieel afgeschaft!

Op 9 januari  1890 werd zij door diezelfde patriarch gedoopt. Ze ontving de namen Josephina Margarita Fortunata (= Bakhita). De naam, die ze destijds als kind van haar Afrikaans ouders had ontvangen, was zij door alle traumatische ervaringen van de afgelopen jaren vergeten!

Enige tijd later trad zij in bij de Zusters van Liefde van Canossa. Op 8 december 1896 legde zij haar geloften af. In haar kloosterleven kreeg zij achtereenvolgens de taken te vervullen van kokkin, portierster, schoonmaakster en ziekenzuster. Vanwege haar zwarte huidskleur werd juist zij vaak uitgekozen om in de verschillende kloosters en instituten te komen spreken over Afrika met de bedoeling zo de missie te bevorderen. Dat waren voor haar de zwaarste opdrachten.

Hoewel zij ook binnen de kloostergemeenschap herhaaldelijk vernedering en discriminatie had te verduren, was zij een toonbeeld van toewijding, bescheidenheid en geduld. Naarmate zij ouder werd kwamen ook de gevolgen van haar traumatische jeugd meer en meer aan het licht; zij leed aan adervernauwing en had ademhalingsmoeilijkheden. Vooral het lopen kostte haar tenslotte enorm veel moeite. In januari 1947 kwam daar een dubbele bronchitis overheen. Op dat moment vroeg zij zelf om de Laatste Sacramenten. Zij stierf te Schio in het bisdom Vicenza op 8 februari 1947. Op 17 mei 1992 werd zij zalig verklaard en heilig in 2000.

Zij is beschermheilige van Soedan.

woensdag in week 5 door het jaar


Uit het boek Genesis 2, 4b-9 + 15-17

Dit scheppingsverhaal is ouder dan het voorgaande (maandag). Het gaat uit van het ‘niet’ en concentreert alles op de mens. De mens wordt er in een tuin geplaatst en daar staat hem alles ter beschikking. Maar God laat de mens vrij. Hij nodigt hem uit dit alles te bewerken en te verwerken met het risico dat de mens het ook kan misbruiken in eigen voordeel, ten nadele van anderen.

In de tijd dat God, de Heer, aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de Heer, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide.
Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.
God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.
God, de Heer, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’

 

Psalm 104, 5 + 6 + 10 + 12 + 24

Refr.: Alles hebt U met wijsheid gemaakt.

U hebt de aarde op pijlers vastgezet,
tot in eeuwigheid wankelt zij niet.

De oerzee bedekte haar als een kleed,
tot boven de bergen stonden de wateren.

U leidt het water van de bronnen door beken,
tussen de bergen beweegt het zich voort.

Daarboven wonen de vogels van de hemel,
uit het dichte groen klinkt hun gezang.

Hoe talrijk zijn uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 7, 14-23

Deze lezing is een pleidooi voor eerlijkheid en oprechtheid van hart. Het uiterlijke zou een eerlijke weergave moeten zijn van wat er leeft in de mens. Eerlijke en oprechte overtuiging is broodnodig in elke tijd. Naamchristenen zijn er genoeg. Daarom moeten wij regelmatig onze eerlijkheid toetsen. Het is het enige middel om onszelf en de anderen niets wijs te maken.

Nadat Jezus de menigte weer bij zich had geroepen, zei Hij: ‘Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht. Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’
Toen Hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte, vroegen zijn leerlingen Hem om uitleg over deze uitspraak.
Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?’ Zo verklaarde Hij alle spijzen rein.
Hij zei: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus zeggen: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’

Elders zegt Hij: ‘Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien’.

Om het wit-zwart te stellen: Ofwel ben je zuiver van hart en zie je God, ofwel is je hart helemaal niet zuiver met alle gevolgen van dien: een onrein leven.

Ik denk dat ieder van ons verlangt naar dat zuivere hart, naar dat hart dat inderdaad voor het aanschijn van God staat, Hem aanbiddend, van Hem ontvangend, Hem dienend in de liefde in het dagelijks leven. Wat een vreugde en vrede moet het geven voortdurend in deze zuiverheid te staan, als een gebed zonder ophouden.
Verlangt niet ieder van ons daarnaar ?

Maar we zijn meesters in het knoeien. Gewoonlijk maken we er een potje van, klein als we zijn in het liefhebben. We leven met grootse idealen, willen vredebrengers zijn, niemand een kwaad hart toebrengen toedragen, enz… Maar als we dan eens in de spiegel kijken, recht in onze eigen ogen, dan is al vlug: ‘Knoeier!’
Misschien herken je je helemaal hier niet in … wat ik echt hoop en wens voor ieder van u … maar bij degene die dit schrijft is het elke dag een groot geknoei.

En als ik dan nadenk, ook biddend bemediteer, wat de oorzaak van dat geknoei zou kunnen zijn, dan kom ik altijd bij hetzelfde terecht. Namelijk: een mens heeft een natuurlijke streving in zich om goed te doen, en – en nu komt het – dikwijls denkt hij dat hij dat hij dat alléén voor elkaar kan krijgen. En daar loopt het fout …
Hoe autonoom een mens in wezen ook is, religieus gezien is hij geroepen zich zo aan z’n God te schenken dat God hem kan leiden, opvoeden in de liefde, aanzetten tot het uitdragen van vrede. God is de genade van ons liefhebben, de kracht van ons goed doen. Hij is de vlam die de liefde levend houdt.

Een christen (en in wezen geldt dat ook voor een moslim en een jood) is geroepen te leven vanuit Gods inwoning, zich aan Hem gevend, van Hem ontvangend. De mens is geroepen instrument te zijn van Gods liefde. God door ons heen, in ons, met ons.
Maar zo dikwijls eigenen we ons leven toe, nemen er bezit van, en denken alles alleen te kunnen. Een soort alleenheersers van ons eigen ik. En da’s natuurlijk naast de bedoeling.

Christus is de belichaming van het ‘ja’ tot de Vader. In zijn ja-woord wil Hij ons opnemen. Laten we ons schenken aan Hem. Enkel op deze weg zal je ten diepste een vrede-vol mens zijn, een mens die geleerd heeft zich te rusten te leggen in Gods aanwezigheid, om vanuit Hem te leven, te zingen, te bidden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons een zuiver hart, dat leeft vanuit onze ontmoeting met U. Dat wij op deze wijze beeld en gelijkenis mogen zijn van Uw Drie-ene Liefde. Genees al wat duister is in ons bestaan en vervul ons met uw licht.
Alle dagen van ons leven. Amen.