Lezingen van de dag – zaterdag 1 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Hugo de Kartuizer († 1132)

Hugo (ook Guigues) van Grenoble (ook de Karuizer) osb, Frankrijk; bisschop
 
Hugo werd in 1053 geboren te Châteauneuf d’Isère in het departement Drôme in de Franse landstreek Dauphiné. Van zijn moeder is bekend dat zij een bijzonder vrome vrouw was; zijn vader, Odilo, zou zijn leven eindigen in de chartreuse (kartuizerij) bij Bruno de Kartuizer († 1101; feest 6 oktober), de plek waar Hugo later zelf ook zo graag was en zo weinig kon verblijven.

Hoewel Hugo niet gewijd was, had hij al op 25-jarige leeftijd zitting in het college van kanunniken te Valence. In 1080 werd hij door paus Gregorius VII († 1085; feest 25 mei) in Rome zelf tot bisschop van de stad Grenoble gewijd. Markgravin Mathilde van Canossa schonk hem de prachtigste bisschoppelijke gewaden, en deed er nog een hele bibliotheek aan boeken bij.

De situatie onder de geestelijkheid van zijn bisdom was ronduit abominabel. Na twee jaar vergeefse moeite gaf hij er de brui aan en trok zich als eenvoudige monnik terug in de strenge benedictijner abdij van Chaise-Dieu. Daar bracht hij vijftien overgelukkige maanden door. Toen riep de paus hem terug naar Grenoble. In Hugo had hij namelijk een medestander gevonden in zijn strijd tegen allerlei misstanden onder de priesters. Zo bevochten ze de misstand bij priesters om zich voor hun diensten dik te laten betalen of – erger nog – om aan mensen te suggereren dat je alleen voor geld in de hemel kon komen, of andere gaven van God kon ontvangen: dergelijke vergrijpen noemt men simonie. Daarnaast bevorderden de paus en Hugo de ongehuwde levensstaat van priesters.

Naast al deze beslommeringen bouwde hij een hospitaal in Grenoble en een stenen brug over de Isère. Het was in 1084 dat Hugo aan Bruno het stuk grond schonk, waarop deze zijn nieuwe orde van de Kartuizers zou vestigen.

Bruno, die op het moment van de schenking vergezeld werd door zes volgelingen, was nog Hugo’s leermeester geweest in Reims. Hugo voelde zich zeer verbonden met hun verlangen naar stilte en afzondering. Zoveel hij kon zocht hij hen op om er inspiratie op te doen. Bruno was zijn geestelijk leidsman. Deze moest de heilige bisschop herhaaldelijk tot matiging manen in vasten en boetedoeningen. Zo verbood hij hem ook het paard te verkopen dat hij nodig had om zijn bisdom te visiteren. Hugo vond dat hij best kon gaan lopen en dat de armen er veel meer aan zouden hebben dan hij. Zijn uiterst kostbare bisschopsring en de mooiste kelk uit de kathedraal had hij al verkocht om de opbrengst ervan aan de armen te kunnen geven.

Telkens als er een nieuwe paus was gekozen, haastte hij zich zijn ontslag als bisschop aan te bieden met de redenering dat hij er immers ongeschikt voor was. Alle pausen die hij meemaakte, heeft hij lastig gevallen, zonder dat hij bij één van hen zijn zin kreeg. Zo was hij meer dan vijftig jaar tegen zijn zin bisschop! Hij stierf op 79-jarige leeftijd in Grenoble. Daar werd hij in de kathedraal bijgezet.

Paus Innocentius II († 1143), de laatste in de reeks die hij lastig viel om als bisschop ontslagen te worden, verklaarde hem al twee jaar na zijn dood officieel heilig.
Hoewel hij nooit tot de Kartuizers is toegetreden, heeft hij toch de eretitel ‘de Kartuizer’ meegekregen.
Tijdens de woelingen van de Reformatie in de zestiende eeuw werd zijn stoffelijk overschot door de Hugonieten in het openbaar verbrand.

Hij is patroon van Grenoble. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter en staf), met een zwaan (symbool van de voorliefde voor eenzaamheid), met een lantaarn, in wit kartuizerhabijt of met (drie) bloemen in de hand.

zaterdag in de vierde week
van de vastentijd


Uit de profeet Jeremia 11, 18-20

De profeet voelt zich als een argeloos lam dat ter slachting wordt geleid en als een boom in zijn volle kracht die zal geveld worden. De Heer heeft hem gewekt uit zijn naïviteit. Toch blijft hij vertrouwen. Hij kan nog bidden. Want de Heer zal het recht herstellen.

De Heer onthulde mij een plan waar ik geen weet van had; Hij liet mij zien wat de mannen uit Anatot in de zin hadden.
Daarvóór was ik zo argeloos als een lam dat naar de slachtbank wordt geleid. Ik wist niet dat ze tegen mij dit plan hadden gesmeed: ‘Laten wij die boom met al zijn vruchten vellen, hem uit het land der levenden wegkappen, dan wordt zijn naam nooit meer genoemd.’
‘Maar, Heer van de hemelse machten, rechtvaardige rechter, U die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat U zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor.’

 

Psalm 7, 2 + 3 + 9 + 10 + 11 + 12

Refr.: Heer, mijn God, bij U schuil ik.

Heer, mijn God, bij U schuil ik,
bevrijd mij van mijn vervolgers, red mij.

Ze zullen mij nog verscheuren als leeuwen,
mij meesleuren zonder dat iemand mij redt.

Doe mij recht, Heer, ik ben onschuldig,
mij treft geen blaam.

Roep de goddelozen een halt toe
en wees de rechtvaardige tot steun.

U die hart en nieren doorgrondt
bent een rechtvaardige God.

God is het schild dat mij beschermt,
Hij bevrijdt de oprechten van hart.

God is een rechtvaardige rechter,
Hij bestraft het kwaad, elke dag.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 7, 40-53

Jezus is een betwiste figuur. Voor sommigen is Hij een profeet of zelfs de messias. Het nalezen van de Schriften brengt verwarring. De dienaars van de hogepriesters weten het ook niet meer. Zij hebben een stille bewondering voor Jezus. Nikodemus, een van de Farizeeën, brengt de moed op voor te stellen, Jezus zelf te horen en Hem de kans te geven zich te verdedigen.

Bij het horen van Jezus’ woorden zeiden sommigen van het volk: ‘Dit moet wel de profeet zijn.’
Anderen beweerden: ‘Het is de messias’, maar er werd ook gezegd: ‘De messias komt toch niet uit Galilea? De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?’
Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, en sommigen wilden Hem grijpen, maar niemand deed hem iets.
De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd gevraagd: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ antwoordden ze: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent–vervloekt zijn ze!’
Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: ‘Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?’
Ze zeiden tegen hem: ‘Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.’
Daarop ging iedereen terug naar huis.

Van Woord naar leven

Vandaag hoorden we bij Johannes dat de leiders Jezus niet konden aanvaarden als de messias. Ze namen zichzelf, en bijzonder hun eigen redeneren, als norm van het al dan niet aanvaarden van Jezus als de Christus. Het is een vrucht van een soort verlichtingsdenken (ja, toen al …) waar het eigen redeneren het centrum is geworden van wat jezelf als ‘waarheid’ aanziet. Wat gevaarlijk is… want de kans is groot dat je op deze wijze de dingen niet meer ziet zoals ze zijn. Het eigen ‘ik’, het eigen denken, staat centraal, en het ‘ik’ bepaalt wat al dan niet waar is.

Het moet gezegd, dit laatste is een zeer moeilijke materie. De waarheidsvraag is ook iets van alle tijden. Doch heeft Jezus ons iets gegeven dat ons al een heel stuk op weg kan helpen. En dat ‘iets’ is datgene wat aan Hem, en aan de Vader gelijk is: namelijk de heilige Geest. Hij zal ons in de volle waarheid brengen … zo heeft Jezus beloofd.

De heilige Geest is de adem van God, die ons zijn in de juiste richting plaatst zoals God dat voor ons het beste acht. Of zoals Rumi het zo mooi verwoordt: “De Beminde ademt in mijn oor totdat mijn ziel zijn geur overneemt.”

Bedoeling, en kunst is, om in die Adem te gaan staan, Hem bij wijze van spreken diep in en uit ademen, veel verder en dieper dan onze longen; tot in het diepst van onze ziel.

Niet wij, maar God… daarover gaat het. Niet wat wij denken over Hem is van belang, maar wat Hij is. Een soort fenomenologie van het transcendente zeg maar. God is zoveel groter dan de beperktheid van ons eigen denken. Het is daarom zeer gevaarlijk te denken dat je weet hoe God in elkaar zit, wat Hij wil, wat Hij met jou persoonlijk wil, enz…
Anderzijds mogen we, of moeten we, ons ‘zijn’ afstellen op Hem, in de warmte van de Geest, opdat we diep vanbinnen zouden ‘aanvoelen’ wat God met ons voorheeft met de bedoeling hierop ‘ja’ te zeggen.

Leven in de Geest vraagt op de eerste plaats thuis komen in de stilte van het gebed, aanbiddend aanwezig zijn voor de altijd grotere God, knielend voor zijn Aangezicht, je laten bestralen of bevruchten door Hem. Het is voor Hem staan als een arme, een bedelaar, als een waarlijk nederig mens.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, Broer en Heer,
leer ons U te zien
met de ogen van onze ziel
waar Gods Geest ons doet zien
in het licht van de waarheid.
Wil zo onze volheid zijn;
Gij, leven in overvloed.
Amen.