Lezingen van de dag – zaterdag 1 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Thierry van St-Thierry († 533)

Thierry (ook Theoderich, Theodoric of Theodoricus) van St-Thierry (ook van Mont d’Hor, van Mont d’Ór of van Reims) osb, Reims/Mont d’Or, Frankrijk; abt & wonderdoener

Hij werd geboren in het Franse plaatsje Aumenancourt, in het departement van de Marne en was een zoon van sinjeur Marcard, die bekend stond als struikrover… Hij voorzag in zijn levensonderhoud door rijke reisgezelschappen onderweg te beroven. Op de dag van zijn huwelijk besefte Thierry dat hij liever zijn leven aan God wilde wijden. Nu probeerde hij zijn vrouw zo ver te krijgen om ook een klooster in te gaan, maar ze weigerde en verontwaardigd ging ze bij Remigius, de beroemde bisschop van Reims, verhaal halen. Deze oordeelde dat het huwelijk in feite niet was voltrokken, omdat er nog geen seksuele omgang had plaatsgevonden. Hij zond de vrouw terug naar haar ouders en nam Thierry op in de kring van zijn geestelijken.

Later zond hij hem erop uit om op de Mont d’Or (= Guldenberg) nabij Reims een nieuwe kloostervestiging te beginnen. Thierry zelf werd de eerste abt. De mooiste dag van zijn leven brak voor hem aan, toen zijn vader, sinjeur Marcard, aan de poort kwam aankloppen met het verzoek aan het kloosterleven te mogen beginnen. Het schijnt dat hij uiteindelijk een zeer voorbeeldige monnik is geworden.

Van Thierry worden een aantal wonderen verteld. Zo werd hij erbij gehaald, toen de opvolger van koning Clovis, diens zoon Thierry, een aangetast oog had. Het was zo erg dat zijn lijfartsen eigenlijk al besloten hadden het oog helemaal te verwijderen. Maar de koning riep dat hij niet half blind wilde worden, want “als ik de helft van mijn gezicht verlies, verlies ik zeker de helft van mijn gezag over mijn troepen!” Thierry van de Mont d’Or werd erbij gehaald, raakte eenvoudig het oog even aan, en het was weer als vanouds. Niets meer aan te zien. Zo schijnt het eervolle gebruik ontstaan te zijn dat een nieuwe koning van Franrijk op de vooravond van zijn inwijding in de kathedraal van Reims, uit dankbaarheid de maaltijd ging gebruiken bij de monniken van St-Thierry.

Immers na de dood van de heilige abt werd het klooster naar hem genoemd: St-Thierry. Het heeft bestaan tot vlak voor de Franse Revolutie, 1776. Eén van de beroemdste monniken die er vandaan kwam, is de theoloog en mysticus Guillaume de St-Thierry.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 12 door het jaar


Uit het boek Genesis 18, 1-15

De belofte dat de oude Sara een zoon zal baren wordt herhaald. Jahwe zelf komt Abraham die belofte brengen. In een ietwat mysterieuze vorm beloven drie bezoekers een zoon aan een onvruchtbaar echtpaar. Abrahams gastvrijheid toont aan dat hij ongeduldig wacht op Gods tussenkomst in zijn leven.

De Heer verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’
Zij antwoordden: ‘Wij nemen uw uitnodiging graag aan.’
Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug,’ ‘zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’
Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.
‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem.
‘Daar, in de tent’ , antwoordde hij.
Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’
Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.
Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar. Daarom lachte ze in zichzelf. Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze. Ik ben immers verwelkt, en ook mijn man is al oud.
Toen vroeg de Heer aan Abraham: ‘Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen? Is ook maar iets voor de Heer onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’
Geschrokken ontkende Sara: ‘Ik heb niet gelachen.’
Maar hij zei: ‘Ja, je hebt wel gelachen.’

 

Lc. 1, 46 + 47 + 48 + 49 + 50 + 53 + 54 + 55

Refr.: Barmhartig is de Heer, van geslacht op geslacht.

Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder.

Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen.

Ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn Naam.

Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie Hem vereert.

Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven,
maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd.

Hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-17

Niet alleen voor de Joden is Jezus gekomen. Het Rijk Gods is toegankelijk voor iedereen. De genezing van de knecht van de centurio is daarvan een teken. Alle volkeren, die Jezus’ boodschap in geloof aanvaarden, behoren voortaan tot het volk van het nieuwe Verbond.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.
Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag Hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor Hem te zorgen.
Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel bevel dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’

Van Woord naar leven

Ik wil vandaag met u stil staan bij de woorden die Jezus richtte aan de centurio toen deze Hem om hulp vroeg voor zijn slaaf die bij hem thuis verlamd op bed lag en hevige pijn leed. Jezus zei namelijk: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’

Je zou dan denken dat Jezus inderdaad met de centurio zou zijn meegegaan, maar dat heeft Hij niet gedaan. Tenminste, het staat er niet dat Hij het deed. Wat er wel staat is, dat Jezus de centurio prees om zijn groot en sterk geloof, en dat hij naar huis mocht gaan onder de belofte dat zijn slaaf genezen zou zijn. Wat inderdaad ook zo was.

Wie gelooft in Jezus, in die zin van ‘wie zich geeft aan Jezus’ aanwezigheid’, mag er van uitgaan dat Jezus met hem meegaat. Niet letterlijk, wel in het hart. We hebben de fysische aanwezigheid van Jezus niet nodig om Hem bij ons te weten. Dat is nu zo en dat was zelfs al zo toen Jezus hier op aarde fysisch rondliep.

Ons leven zou één grote onderdompeling moeten zijn in die heilige tegenwoordigheid van de Heer: badend in zijn liefde, drinkend van zijn genade, ‘ja’ zeggend in zijn ‘ja’ tot de Vader.

Wie zo mét de Heer gaat, zal ervaren dat Hij ten diepste genezend aanwezig is; zowel in onszelf als rondom ons; de Heer die met ons, in ons en door ons al weldoende rondtrekt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
moge uw Geest ons bezielen opdat wij er met ons hele zijn altijd bewust van zouden zijn dat Gij zonder ophouden bij ons zijt. Moge uw inwoning ons ervoor behoeden te leven vanuit ons allerindividueelste ikje, maar integendeel juist in overgave aan U, opdat Gij – innig verenigd met ons – uw lied van Liefde moogt zingen naar allen die God op ons levenspad brengt.
Vandaat en tot in lengte van dagen. Amen.