Lezingen van de dag – zaterdag 1 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Douceline van Digne († 1274)

Douceline van Digne, Provence, Frankrijk; begijn

Zij werd in 1241 geboren in het Provençaalse plaatsje Digne. Haar vader en moeder, Berengarius van Digne en Huguette van Barjols, leidden een christelijk leven van gebed en naastenliefde. Zij waren niet van adel, maar behoorden tot de opkomende welvarende koopmansstand. Na het overlijden van haar beide ouders zette Douceline hun werken van naastenliefde voort. Soms trok ze zich terug in het clarissenklooster van Genua. Heel haar verdere leven zou ze diepgaand beïnvloed worden door het voorbeeld van Franciscus van Assisi.

Eens ontmoette ze op de terugweg drie geheimzinnige vrouwen in het zwart gekleed, met een witte sluier voor hun gezicht. Zij vroeg hun naar de betekenis ervan, en de drie legden uit dat zij geen kloosterzusters waren, maar het leven van een godgewijde vrouw leidden in de maatschappij. Op hetzelfde moment besefte Douceline dat hier haar roeping lag. Na overleg met haar broer Hugo van Barjols, een franciscaan, werd zij begijn. Daarmee sloeg zij een geheel nieuwe weg in: niet die van kloosterzuster en ook niet die van een vrouw van de wereld. Zo leidde zij eerst te Roubaud en later in Hyères en nog weer later in de stad Marseille, alle drie in de zuidelijke Provence gelegen, een leven van grote armoede en intens gebed. Vele meisjes stroomden toe om leerling van haar te worden en haar leven te delen. Douceline’s levensbeschrijving, die kort na haar dood tot stand kwam, zegt: ‘Zij waren onderling verbonden met een goddelijke band van liefde.’

Hoe leefden ze? Ze werden verondersteld elke dag het lijden van Heer Jezus te bewenen. Geen moment mochten zij zijn liefde vergeten, die zelfs zover gegaan was dat Hij zijn leven had gegeven. ‘Vandaar – aldus Douceline – dat wij als ware weduwen altijd ons hoofd bedekken.’ Voor het overige leefden zij een nederig leven van boete en gebed. Toen eens een van de meisjes opmerkte, dat iedereen met minachting op hen neerkeek, moet Douceline geantwoord hebben: ‘Ik beschouw het juist als een eervol teken dat de wereld ons minacht en de mensen op ons neerkijken.’ Bracht ze de nachten door met geestelijke oefeningen, overdag besteedde ze al haar aandacht aan zieken en hulpbehoevenden.

Toen Douceline eens van de kerk terugkwam, stuitte ze op een arme man die klaarblijkelijk ontzettend veel pijn had. Zijn hele lijf zat onder de verwondingen. Zij verzorgde ze, waste hem, trok hem schone kleren aan en bracht hem onder in een van de naburige huisjes. Daar kreeg hij ook te eten. Maar op de derde dag was hij plotseling verdwenen. Aan het hoofdeind van zijn brits stond nog in de vensterbank voor het raam alle voedsel onaangeroerd dat men hem de afgelopen dagen had gebracht. Ze stelden een onderzoek in, maar de man bleef onvindbaar. Een paar begijnen wisten te vertellen dat er in de nacht van zijn verdwijning vanuit zijn vensterraam een fel licht over het gras had geschenen. De hele tuin leek wel in brand te staan. Wij zeiden nog tegen elkaar: ‘Het lijkt wel alsof ze daar alle strofakkels tegelijk hebben aangestoken.’

Douceline stierf in de vooravond van woensdag 1 september 1274. Vlak voor haar dood werd aan haar gevraagd: ‘Vrouwe Douceline, wie moet nu de leiding over uw kinderen op zich nemen?’ Zij moet geantwoord hebben: ‘Onze Heer zelf en vader Franciscus.’ Toen vroeg men haar: ‘Maar moeder, wie moet dan straks uw plaats innemen?’ Waarop zij in alle eenvoud zei: ‘Daar zal de Heilige Geest zelf wel voor zorgen.’

zaterdag in week 21 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 1, 26-31

Het is maar moeilijk te geloven dat God kleinen en armen heeft uitverkoren. Christus is hun wijsheid, hun kracht en hun rijkdom.

Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren. Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.
Door Hem bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’

 

Psalm 33, 12 + 13 + 18 + 19 + 20 + 21

Refr.: Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft.

Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft,
de natie die Hij verkoos als de zijne.

Uit de hemel ziet de Heer omlaag,
en slaat Hij de sterveling gade.

Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen,
en hopen op zijn trouw.

Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal Hij hun leven sparen.

Wij verwachten vol verlangen de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.

Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op zijn heilige naam vertrouwen wij.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 14-30

Het leven is een gave en een taak die wij samen en ieder naar zijn mogelijkheden en talenten moeten helpen uitbouwen. Wij worden aangemoedigd ze ten volle te laten ontwikkelen zodat de anderen ervan kunnen genieten en er geen schade van ondervinden.

Jezus hield zijn leerlingen volgende gelijkenis voor:
‘Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij.
Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Van Woord naar leven

Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.
Zo lezen we vandaag in de brief van Paulus aan de Korintiërs.

Enkele jaren geleden las ik een interview met Jean Vanier. Hij sprak over deze woorden van Paulus, kijkend naar de mensen met een mentale of fysieke beperking, waar hijzelf en heel wat medewerkers van de Ark, mee samen leefden.

Jean Vanier maakte deze woorden heel concreet. Zij die – in de ogen van de wereld – zwak zijn en zogenaamd ‘niet normaal’, kunnen voor hen die gezond en sterk zijn, en dus zogenaamd ‘normaal’, een enorme genade zijn. Zij dragen namelijk een mysterie in zich dat alle hoogmoed en leugen naar beneden haalt. Wat of wie voor velen een last betekent, kan een bron van liefde en gemeenschap worden.

De zogenaamde ‘zwakke’ medemens kan in ons het beste naar boven halen, indien we hem ten diepste ontvangen met de gave waarmee God hem naar ons toe zendt. Dit geldt voor gehandicapten, voor ouderlingen, voor eenzamen, voor armen, voor gevangenen, enzovoort … Zij komen naar ons als bedelaars naar liefde, smekend om ons hart te laten spreken. Wanneer wij hierop ‘ja’ zeggen; individueel, als gemeenschap, als samenleving, als teams in Woon- en zorgcentra,… worden zij een onnoemelijke bron van genade en rijkdom. Zij dragen de gave van ‘gemeenschap’ in zich.

Laten we al wat broos is diep welkom heten, en omarmen.
Moge God ons allen raken met zijn genade.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Foto onder: Jean Vanier met iemand uit de Ark-gemeenschap

Laat ons bidden

Heer Jezus,
zo dikwijls draait uw boodschap de wereldse waarden om, gericht naar, en vanuit, het Hart van de Vader. Zo ook vandaag, waar gezegd wordt dat datgene wat in de ogen van de wereld zwak is God heeft uitgekozen om het zogenaamde sterke te beschamen. Mogen wij naar elkaar kijken met de ogen van de Liefde, mogen wij naar elkaar toe gaan met het Hart van de Vader, mogen wij elkaar ontmoeten in uw genade, opdat wij in de diepte mogen ontdekken wat de ware zin is van christelijk gemeenschapsleven. Ja, mogen wij dit feest van U ontvangen, én vieren.
Kom heilige Geest. Amen.