Lezingen van de dag – zaterdag 11 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Clara van Assisi († 1253)

Clara (ook Chiara, Clare of Klara) van Assisi, Italië; abdis

Volgens de jongste onderzoekingen werd zij geboren in 1195 en was afkomstig uit een adellijke familie te Assisi. Ze was een jaar of achttien op het moment dat Franciscus daar met zijn aanstekelijke beweging begon. Naar diens voorbeeld brak ze met thuis, wist aan de greep van haar familie te ontsnappen, huwde net als Franciscus met Vrouwe Armoede en liet zich door hem het kloosterhabijt aantrekken.

Spoedig voegden zich andere vrouwen bij haar, onder wie haar zus Agnes die zij op spectakulaire wijze had helpen ontsnappen uit het ouderlijk huis. Veertig jaar lang stond zij aan het hoofd van het kloostertje van San Damiano, even buiten Assisi. Intussen groeide er tussen Franciscus en haar een hechte en diepe geestelijke vriendschap. Als hij niet zeker was van een bepaalde beslissing of niet wist hoe te handelen, liet hij zuster Clara om raad vragen, ook in zaken van gebed, boete, geestelijke leiding en apostolaat.

Franciscus stierf al in 1226 op 42-jarige leeftijd, luid beweend door zuster Clara en haar medezusters. Zij ging voort in de geest van Broeder Franciscus. Zo wist zij rond 1240 door het innige gebed dat ze deed geknield voor een monstrans met de Heilige Hostie erin, een dreigende inval van de Saracenen in Assisi te verhinderen. Vanaf dat moment wordt zij beschouwd als de redster van Assisi en van San Damiano.

Latere legendes weten zelfs te vertellen, dat zij bij die gelegenheid met de monstrans in de hand, onverschrokken de Saracenen tegemoet gegaan zou zijn, waarop dezen onverwijld de vlucht zouden hebben genomen.

Zij stierf op 59-jarige leeftijd.

zaterdag in week 18 door het jaar


Uit de profeet Habakuk 1, 12 – 2, 14

In een zeer duistere tijd ondervraagt de profeet Habakuk zijn God. Hij lijkt zijn volk wel verlaten te hebben. God antwoordt door een beroep te doen op geduld en vertrouwen. De rechtvaardigen, die heel hun leven geloven in God en trouw zijn aan het Verbond, wijzen hier de weg.

Bent U, Heer, niet altijd mijn God, mijn Heilige geweest? Wij zullen toch niet sterven? Om het vonnis te voltrekken, Heer, hebt U de Chaldeeër opgeroepen, U hebt hem ertoe bestemd, o Rots, om ons te straffen.
Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom dan verdraagt U deze trouwelozen, zwijgt U, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?
Als vissen in de zee maakt U de mensen, als kruipende dieren zonder leider. De Chaldeeër slaat ze allemaal aan de haak, sleept ze mee in zijn net, verzamelt ze in zijn fuik. Daarom is hij blij en vrolijk, brengt hij offers aan zijn net, brandt hij wierook voor zijn fuik, alles voor een vette buit, een overvloedig maal. Mag hij maar doorgaan zijn netten te legen, meedogenloos volken blijven vermoorden?
Ik ga nu op mijn wachtpost staan, betrek mijn post op het bolwerk, kijk uit om te zien wat de Heer mij zal zeggen, wat Hij mij antwoordt op mijn verwijt.
Dit was het antwoord van de Heer. Schrijf dit visioen op, grif het duidelijk in platen, zodat het snel te lezen is. Het visioen wacht tot zijn tijd gekomen is, het getuigt ervan, het liegt niet. Ook al is het nog niet vervuld, wacht maar, het komt zeker, het zal niet uitblijven. Wie niet oprecht is kwijnt weg, maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.

 

Psalm 9, 8-13

Refr.: Vergeet mij niet Heer, die uw volk welgezind zijt.

De Heer zetelt voor eeuwig,
zijn rechterstoel staat onwrikbaar vast.

Hij bestuurt de wereld naar recht en wet,
alle volken berecht Hij eerlijk.

Moge de Heer een burcht zijn voor de verdrukte,
een burcht in tijden van nood.

Wie uw Naam kent, kan op U vertrouwen,
U verlaat niet wie U zoeken, Heer.

Zing voor de Heer die zetelt op de Sion,
maak aan de volken zijn daden bekend.

Hij wreekt vergoten bloed, gedenkt de doden,
de noodkreet van de nederigen vergeet Hij niet.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 17, 14-20

Gebrek aan geloof maakt het de leerlingen onmogelijk om de zin te ontdekken van de wonderen in Christus’ zending. Zijn werken zijn niet enkel gebaseerd op wonderen, maar vooral op de aanwezigheid van zijn Geest. Deze bewerkt het geloof en doet alles zien met de ogen van God.

Toen Jezus en de leerlingen zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’
Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’
Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.
Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe.
Eenmaal met Hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’

Van Woord naar leven

Twijfel is niet het tegendeel van geloof, maar een wezenlijk bestanddeel ervan. Moest het geloof een zomaar vanzelfsprekende zaak zijn zou de mens niet groeien. Juist doorheen twijfel maakt God ons sterk en volwassen, leert Hij ons gratuïet geloven, los van gevoelens, maar enkel gericht op Hem, vanuit zijn aanwezigheid in ons.

Geloof is tegelijk een gave én een act van de mens.
Het is gave omdat de mens niet zou kunnen geloven zonder dat God zijn Geest in ons hart heeft gelegd. Het is de Geest die ons naar God zal wenden, Hij zal ons leren bidden, Hij zal dat in ons doen.
Maar geloof is ook een act van de mens. De mens moet kiezen om te geloven, hij moet het willen, hij moet willen meewerken met de Geest. De mens kan namelijk ook ‘nee’ zeggen, en dan zal God zich in de meeste gevallen ook afzijdig houden. Hij respecteert de vrijheid van de mens. Dat afzijdig houden is echter geen passief gebeuren van God. In alle deemoed zal Hij in al zijn liefde blijven aankloppen aan de deur van ons hart, tot we opendoen en Hem welkom heten. Hij dorst naar ons.

Geloof is een houding van overgave. Ik ‘geloof’ (in het latijn ‘credo’, wat afgeleid is van ‘cor-dare’, wat letterlijk betekent ‘je hart geven aan’) is een beweging van de mens naar God toe, nadat God een beweging heeft gedaan naar de mens toe. Het is op zijn uitnodiging, zeg maar door de inwoning van de Geest, dat wij kunnen zeggen: ‘Ik geef mijn hart aan U’.
Wie dit nederig kan, in een diepe stille overgave, in een werkelijk bewustzijn dat God hem in zich wilt opnemen, zal de genade van groei ontvangen. Het kan gepaard gaan met een stille ervaring van ‘alleluia’, maar het kan evengoed gepaard gaan met woestijn, met een zwijgen van de Heer, wat ons kan doen twijfelen. Hier is God de liefdevolle opvoeder. Trouw en discipline zijn hier de sleutelwoorden om deze tijd van woestijn in liefde te kunnen aanvaarden, gelovend (waarschijnlijk zonder gevoel) dat God met ons, de Kerk, de wereld, bezig is.

Laat ons niet ophouden dagelijks te bidden, ook al zegt het ons bij momenten misschien weinig.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Kom heilige Geest,
vervul ons hart met de gave van geloof.
Geef ons die warme innerlijkheid
die ons hart richt naar de Heer.
Zuig ons in God.
En help ons deze genade niet te verliezen.
Kom oh Geest, dag en nacht,
amen.