Lezingen van de dag – zaterdag 11 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Onze Lieve Vrouw van Lourdes  (1858)

Maria’s verschijningen te Lourdes, Frankrijk

Op 11 februari 1858 kreeg Bernadette Soubirous de eerste verschijning van ‘een vrouwe’, zoals ze zelf zei. Het meisje was de 14-jarige dochter van een werkeloze molenaar. Ze was arm en zo traag van begrip dat ze niet eens de antwoorden van de katechismus uit haar hoofd kon leren. Op 25 februari droeg de Vrouwe het meisje op naar de bron in de rots te gaan die daar vlakbij lag, en van het water te drinken en zich ermee te wassen. Bovendien gaf de Vrouwe te kennen dat er een kapel moest komen ter ere van haar zodat de mensen er naartoe konden gaan op bedevaart. Toen het kind ervan aan de pastoor vertelde, was deze aanvankelijk zeer terughoudend. Hij droeg het meisje op de Vrouwe te vragen naar haar naam. Zij kwam terug met het bericht dat de Vrouwe had gezegd: “Ik ben de Onbevlekte Onvangenis.” Door dit antwoord geloofde de pastoor in de echtheid van de verschijningen. Vier jaar eerder had de paus het dogma afgekondigd van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Maar dat een eenvoudig, dommig kind als Bernadette die woorden in de mond nam: dat kon ze eenvoudig niet van zichzelf hebben. Alles bijeen herhaalden zich de verschijningen achttien keer. De laatste vond plaats op 16 juli van datzelfde jaar.

Nog geen veertien dagen later had de bisschop van Tarbes er al een commissie op gezet om te onderzoeken wat hier aan de hand was. Het duurde bijna drie jaar voor ze met haar eindoordeel kwam, dat het hier zeer waarschijnlijk authentieke verschijningen betrof. De gelovigen werd toegestaan naar die plek op bedevaart te gaan. Op aanwijzingen van Bernadette vervaardigde de beeldhouwer J. Fabisch een beeld van de Vrouwe dat vanaf 1864 een plaatsje kreeg in de grot van de verschijningen. In 1876 kon men de kerk inwijden die er gebouwd was. Vijfentwintig jaar later was ook de eronder liggende Rozenkranskerk klaar.

Vandaag de dag komen er elk jaar zo’n twee miljoen mensen naar Lourdes, onder wie vele zieken die er meestal bemoedigd en getroost weer vandaan komen. Sinds de bedevaarten op gang zijn gekomen, zijn er zestig officieel erkende wonderen gebeurd. Van vele andere wonderbare gebedsgenezingen en verhoringen wordt nog onderzocht of zij als wonder kunnen worden erkend. Produceerde de bron op het moment van de verschijning een klein waterstroompje, tegenwoordig geeft ze ruim honderdduizend liter water per dag.

zaterdag in week 5 door het jaar


Uit het boek Genesis 3, 9-24

Twee zaken i.v.m. het ontstaan van de wereld brengt dit verhaal naar voor: het probleem van het kwaad en de manier waarop God tussenbeide komt. Uit de dialoog tussen Adam en Eva enerzijds en God anderzijds blijkt duidelijk dat de mens door God voor zijn eigen verantwoordelijkheid wordt gesteld. Wat de zonde betreft kan hij zich tegenover God niet verantwoorden. Hij wil zich wel vrijpleiten, maar dat lukt niet. Geconfronteerd met zijn eigen armzaligheid wordt de mens door God opgevangen met een eerste belofte van verlossing. De slang, het symbool van alle kwade machten, zal moeten onderdoen voor iemand die machtiger is dan zij: de zoon van Eva, de Messias. De lastige kant van de arbeid wordt gezien als een straf voor de zonde.

God, de Heer, riep de mens: ‘Waar ben je?’
Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’
‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan Ik je verboden had te eten?’
De mens antwoordde: ‘De vrouw die U hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb Ik ervan gegeten.’
‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de Heer, aan de vrouw.
En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
God, de Heer, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’
Tegen de vrouw zei Hij: ‘Je zwangerschap maak Ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’
Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die Ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.’
De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.
God, de Heer, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan.
Toen dacht God, de Heer: Nu is de mens aan Ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil Ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.
Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen.
En nadat Hij hem had weggejaagd, plaatste Hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.

 

Psalm 90, 2-6 + 12-13

Refr.: Heer, geef dat wijsheid ons hart vervult.

Nog voor de bergen waren geboren,
voor U aarde en land had gebaard;
U bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
U doet de sterveling terugkeren tot stof
en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’

Duizend jaar zijn in uw ogen
als de dag van gisteren die voorbij is,
niet meer dan een wake in de nacht.

U vaagt ons weg als slaap
in de morgen, als opschietend gras
dat ontkiemt in de morgen en opschiet,
en ‘s avonds verwelkt en verdort.

Leer ons zo onze dagen te tellen
dat wijsheid ons hart vervult.
Keer U tot ons, Heer – hoe lang nog ?
Ontferm U over uw dienaren.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 8, 1-10

Het evangelie van vandaag verwijst naar de eucharistie. Jezus is bezorgd voor de mensen en breekt voor hen brood voor onderweg. Dit zal Hij ook doen in de eucharistie. Daar breekt Hij echter zichzelf tot brood voor het leven.

Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep Jezus de leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets meer te eten. Als Ik hen met een lege maag naar huis stuur, zullen ze onderweg bezwijken; sommigen zijn immers van ver gekomen.’
Zijn leerlingen antwoordden: ‘Maar hoe zou iemand hen hier, in deze verlatenheid, van genoeg brood kunnen voorzien?’
Hij vroeg hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’
‘Zeven’ , antwoordden ze.
Hij zei tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten; Hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen, en dat deden ze. Ze hadden ook een paar kleine vissen bij zich; Hij sprak er het zegengebed over uit en zei dat ze ook de vissen moesten uitdelen.
De mensen aten tot ze verzadigd waren; de leerlingen haalden op wat er van het eten overschoot: zeven manden vol.
Er waren ongeveer vierduizend mensen.
Toen stuurde Hij hen weg.
Meteen daarna stapte Hij met zijn leerlingen in de boot en voer naar het gebied van Dalmanuta.

Van Woord naar leven

Het wonder van de broodvermenigvuldiging verwijst onder andere naar de eucharistie. Op het altaar voltrekt zich immers telkens opnieuw het wonder van het hemels brood dat geschonken wordt om te delen. Het is de Heer zelf, zijn lichaam en bloed, dat ons allen wordt geschonken tot groei in Hem.

Voor wie vanavond, of morgen, de eucharistie bijwoont, zou ik zeggen: Ontvang Hem met héél véél liefde. Doorheen het Woord en het Brood komt Hij werkelijk naar je toe, wordt Hij je geschonken opdat je zou groeien in je eenheid met Hem. Ontvang Hem als een verliefde, neem Hem in je op zoals Hij ook u in zichzelf opneemt. Moge deze samen-smelting je maken tot beeld van God: een en al liefde voor allen; allen zonder onderscheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
open ons hart
voor de gave van de eucharistie
waarin Gij Uzelf schenkt
als levend voedsel.
Geef ons een innige liefde
voor dit groot geschenk,
opdat ons dagelijks leven
ten diepste eucharistisch mag zijn,
tot welzijn van allen die wij ontmoeten
en waarvoor wij bidden.
Amen.