Lezingen van de dag – zaterdag 13 febr. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Kastor van Karden (+ ca 400)250px-Karden_Statue_Kastorbrunnen_2006-08-16

Kastor van Karden aan de Moezel, Duitsland; priester

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit de Franse landstreek Aquitanië net als zijn leermeester, bisschop Maximinus van Trier, bij wie hij zoch rond 345 als leerling aansloot. Hij leidde het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar aan de Moezel met een aantal gezellen. Tot hen behoorden Potentinus († eind 4e eeuw; feest 18 juni) met zijn beide zoons Felicius en Simplicius. Zij waren pelgrims en kwamen eveneens uit Aquitanië. Ze hadden een bezoek gebracht aan hun landgenoot Maximinus en deze had hen doorverwezen naar Kastor.

Zo vormde zich daar een kleine christelijke gemeenschap.

Kastor moet rond 400 op hoge leeftijd gestorven zijn. In het jaar 791 horen we dat hij tevoren al tot de eer der altaren verheven was en in de Paulinuskerk van Karden was bijgezet.

In 836 werd door bisschop Hetti van Trier werd een gedeelte van zijn relieken later overgebracht naar Koblenz, waar ter ere van hem de St-Kastorkerk werd gebouwd.

ZATERDAG NA ASWOENSDAG


Uit de profeet Jesaja 58, 9b-14

De profeet Jesaja verbindt de waarde van de Dag van de Heer met de naastenliefde als waarachtige boetvaardigheid. Als wij zo leven, zal de Heer ons blijven geleiden en zullen wij vreugde vinden bij Hem.

Zo spreekt God de Heer:
‘Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.
De Heer zal je voortdurend leiden, Hij zal je verkwikken in dorre streken, Hij maakt je botten sterk en krachtig.
Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.
Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld.
Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.
Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de Heer als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, dan vind je vreugde in de Heer.
Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat Ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven.’
De Heer heeft gesproken!

 

Psalm 86, 1-6

Refr.: Leer mij uw weg, Heer, om die trouw te volgen.

Hoor mij, Heer, en antwoord mij,
ik ben verzwakt en arm.8c2da01e89b7383cc1506148b331c343

Behoed mij, want ik ben U toegewijd,
red uw dienaar die op U vertrouwt,
U bent mijn God.

Wees mij genadig, Heer,
heel de dag roep ik tot U.

Verblijd het hart van uw dienaar,
naar U verlang ik, Heer.

U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die U aanroept.

Hoor mijn gebed, Heer,
luister naar mijn smeken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 27-32

Jezus roept iedereen, zelfs tollenaars of andere publieke zondaars. Tijdens de maaltijd bij Levi verduidelijkt Hij zijn zending. Levi zal dat in praktijk brengen en alles achter laten om Jezus te volgen.

Jezus zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’
Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem.
Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor Hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.
De Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’
Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’

Hier raakt Jezus de kern van zijn zending aan, namelijk wat verloren dreigt te gaan nieuw leven in te blazen; het leven van God, het leven dat ‘liefde’ heet.

Elke mens, ook ieder van ons, draagt in zich duistere plekken, waar het licht van de Heer geen plaats krijgt. Het zijn plaatsen die we dikwijls moeilijk kunnen of durven loslaten… Meer, soms voeden en koesteren we ze.
Oppervlakkig gezien geeft het in stand houden van deze plekjes een gevoel van een zeker geluk. Doch wie diep in zichzelf eerlijk is weet dat dit niet het geluk is dat God voor hem droomt. God heeft iets anders met ons voor. En de duistere plekjes in onszelf per se willen behouden verwijderen ons van God, en dus van dat diepe geluk dat Hij ons geven wil.

Wie het stil maakt in zijn hart, en God durft in de ogen te zien, zal dit erkennen. Het zal een lijden met zich meebrengen, wat goed is, en nodig. Het is een goed lijden omdat het een springplank kan worden naar bekering, naar het zich keren naar God, naar het ontdekken wat God met je leven wil, en naar het gaan van die weg, in overgave aan zijn Zoon.

Jezus kent en ziet dit gevecht en lijden in ons. En juist omdat Hij Jezus is, en dus liefheeft in Gods naam, wil Hij niet liever dan ieder van ons opzoeken om ons aan te raken in de kern van onze duisternis, van onze gods-verwijdering. Deze aanraking kan ons ten diepste genezen. De Heer zelf zal ons in deze aanraking optillen, opvoeden, en leren; leren wat het betekent gehoor te geven aan Gods roepstem.

Gooi je in Gods barmhartigheid, en groei.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
raak ons aan13273961095_938a0562c4_h
in de kern van onze duisternis.
Buig alles om naar uw Licht
opdat wij beeld en gelijkenis mogen worden
van Gods liefde voor de mensheid.
Kom met uw Geest over ieder van ons
en schenk ons de gave van het gebed van het hart,
waar wij de genezing die Gij aan ons doen wilt
van harte mogen beminnen en toelaten.
Heer, moge deze vastentijd
een tijd zijn van diepe genade.
Amen.