Lezingen van de dag – zaterdag 13 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

martelaren van Reningelst (+ 1568)

Vlaanderen, België

Op maandag 12 januari 1568 om elf uur ’s nachts worden drie geestelijken uit Reningelst bij Poperinge, Vlaanderen, door zogeheten bosgeuzen op gruwelijke wijze om het leven gebracht: de pastoor, Judocus Hughesoone, zijn kapelaan Robertus Ryspoort en de priester Jacobus Panneel die tevens koster is..
De afgelopen weken hadden rondstropende geuzen in de wijde omgeving van Ieper al plundertochten ondernomen en dood en verderf gezaaid. Kerken, kloosters en particuliere huizen van pausgetrouwe christenen werden leeggeroofd en platgebrand. Een van die bendes, onder leiding van Jacob Huele en de predikant Jan Michels viel onverhoeds Reningelst binnen en kreeg de drie geestelijken te pakken. Nadat ze de kerk, de pastorie en alles op het hele terrein hadden kort en klein geslagen, begonnen ze hun drie gevangenen op alle mogelijke manieren te treiteren. Ze hingen hun zware kettingen om, lieten ze een dag lang zonder eten of drinken, en sleepten ze tenslotte door het hele dorp naar het naburige bos.

Daar probeerde de predikant hen van hun geloof te doen afvallen,maar dat was vergeefse moeite. Toen gingen de geuzen rechtbankje spelen en veroordeelden de drie ter dood. Na een aantal gruwelijke folteringen werden de drie priesters tenslotte onthoofd. Hun lijken werden door de gelovigen pas teruggevonden op de 19e januari. De dag daarop werden ze in de kerk begraven. De vijfentwintigste kwam de deken naar Reningelst om voor hen een plechtige uitvaartmis op te dragen. De kerk puilde uit van de mensen.
We zijn over hun dood goed ingelicht. Want aanvankelijk behoorde ook de pastoor van Dranouter, Jan Breufkin of Beufkin, tot de gevangenen. Maar hij kwam op het laatste moment vrij, ‘op wonderbare wijze’, staat erbij, maar hoe dat in zijn werk ging, wordt niet nader vermeld. Hij legde op die bewuste zaterdag de 19e, de dag dat de drie werden teruggevonden, een ooggetuigeverklaring af.
In diezelfde tijd zouden de geuzen nog eens zeven andere geestelijken uit de omgeving van Ieper om het leven hebben gebracht.
Hoewel er duidelijk sprake is van elf uur ’s avonds op 12 januari geven de bronnen toch 13 januari als sterfdag.

zaterdag in week 1 door het jaar


Uit het eerste boek Samuël 9, 1-4 + 17-19 + 10, 1

De roeping van Saul lijkt op toeval. Zij was echter goed voorbereid. God had deze jonge man geleid en hij was bereid te antwoorden. De tussenkomst van Samuël is de uitdrukking van het menselijk gebeuren. Dit was nodig om deze roeping te herkennen als roeping en haar tot volle rijpheid te brengen. Roeping is een samenwerking tussen God en de mensen.

In Benjamin woonde een man die Kis heette. Hij was een zoon van Abiël, die een zoon was van Seror, de zoon van Bechorat, de zoon van Afiach. Hij behoorde tot de stam Benjamin en was een vermogend man. Hij had een zoon die Saul heette, een lange, goedgebouwde jongeman die met kop en schouders boven iedereen in Israël uitstak.
Op een keer, toen zijn ezelinnen waren zoekgeraakt, zei Kis tegen zijn zoon: ‘Vooruit, ga jij met een van de knechten de ezelinnen zoeken.’
Saul doorkruiste het bergland van Efraïm: Hij zocht in de streek Salisa, maar ze vonden ze niet. Hij zocht in de streek Saälim, maar van de ezelinnen geen spoor. Zo doorzochten ze het hele gebied van Benjamin zonder ze te vinden.
Zodra Samuël Saul zag, liet de Heer hem weten: ‘Dit is nu de man over wie Ik je gezegd heb: “Hij zal mijn volk beteugelen.”’
In de stadspoort sprak Saul Samuël aan en vroeg hem: ‘Kunt u mij zeggen waar de ziener woont?’
‘Ik ben de ziener’, antwoordde Samuël. ‘Wees mijn gast en ga mee naar de offerhoogte. Vandaag zult u met mij eten en morgenvroeg zal ik u uitgeleide doen. Ik zal u vertellen wat er in u schuilt. Hij goot een kruikje olie over Sauls hoofd uit, kuste hem en zei: ‘Hierbij zalft de Heer u tot vorst over het volk dat Hem toebehoort.’

 

Psalm 21, 2-7

Refr.: Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen.

Heer, uw kracht verblijdt de koning,
luid juicht hij om uw overwinning.

U gaf hem wat zijn hart verlangde,
het verzoek van zijn lippen wees U niet af.

U nadert hem met rijke zegen
en plaatst op zijn hoofd een gouden kroon.

Leven heeft hij gevraagd, U hebt het hem gegeven,
lengte van dagen, voor eeuwig en altijd.

Groot is zijn roem door uw overwinning,
U tooit hem met glans en met glorie.

U schenkt hem voor altijd uw zegen,
U verblijdt hem met het licht van uw gelaat.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 13-17

Ook de roeping van Levi, hoe kort zij ook verhaald wordt, bevat alle elementen van een goddelijke roeping. Gods initiatief, het antwoord van de geroepene, en de samenwerking van vele anderen. Deze roeping is trouwens een teken dat zelfs als zodanig gekende zondaars niet van Gods barmhartigheid zijn uitgesloten. Christus is gekomen om te redden wat verloren was.

Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen.
Toen Hij langs het meer liep, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en Hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’
Levi stond op en volgde Hem.
Op een keer was Hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden Hem.
Toen de Farizeese schriftgeleerden zagen dat Hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet Hij met tollenaars en zondaars?’
Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus zeggen: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.”

Deze uitspraak kan alleen maar ieder van ons tot diepe dankbaarheid stemmen. Niet ?
Moesten enkel de rechtvaardigen (degenen dus die ‘recht’ varen, altijd en overal) geroepen worden… wat zou Jezus weinig volgelingen hebben.

Het mooie van God is dat Hij bereid is zijn verhaal met ons te schrijven op de kromme lijnen van ons leven.
Is het verhaal daarom minder ? Nee, absoluut niet.
Het zal een verhaal worden van mensen die bemind worden door een God die gelooft in zijn kinderen, een God die ieder de moeite waard vindt om hen persoonlijk aan te spreken, waar zij op die moment zich ook bevinden op hun levenswandel of wat ze ook hebben uitgespookt in de donkere straatjes van het leven. Het zal een verhaal zijn van een God die barmhartig kijkt naar zijn kinderen, die bij wijze van spreken niet kan verdragen dat zijn kinderen verloren lopen. Het zal een verhaal zijn van een God die in zijn Zoon naar de mensen toekomt om hen aan te raken, hen uit te nodigen, hen om te vormen.

In Jezus komt God naar ons toe: niet roepend, niet schreeuwend, de kwijnende vlaspit niet dovend, het geknakte riet niet brekend, maar ieder van ons teder en krachtig optillend uit de bekrompenheid van ons ego om ons op te nemen in z’n eigen leven, opdat we groeiend in geloof en overgave aan Hem, zijn Liefde mogen worden, meer en meer.

Ga in eenvoud, biddend, en met een gezond geloof naar de Heer. Hij wacht. Meer: Hij komt, nee snelt, naar u. Omhels elkaar. En ontvang de gave van één-zijn.

God is groot !

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wij danken U om die grote Liefde
waarmee Gij tot ieder van ons komt,
ons begenadigt en ons roept.
Kom met uw Geest over ons
opdat wij U mogen herkennen
en U van harte mogen ontvangen.
Trek ons dan in uw eigen ja-woord
opdat wij meer en meer,
groeiend in U,
beeld en gelijkenis mogen worden van God,
uw en onze Vader.
Amen.

Afbeelding: De verloren zoon / Rembrand