Lezingen van de dag – zaterdag 14 mei 2016


Heilige (of feest) van de dag

Mattias apostelmatthias_1_m

Mattias Apostel, Trier, Duitsland; martelaar

Over Matthias horen we voor het eerst in de Handelingen van de Apostelen. Jezus is teruggekeerd naar de Vader in de hemel. Nu staan de leerlingen voor de opgave zijn opdracht over te nemen. Eén van hen, Judas, heeft Jezus verraden en vervolgens zelfmoord gepleegd. Het eerste wat ze doen is een opvolger voor hem aanwijzen. De kandidaten moeten aan zeer bepaalde voorwaarden voldoen. Petrus, die de leiding neemt, formuleert het als volgt: ‘”Dus moet één van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer onder ons verkeerde, te beginnen bij het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis.” Men stelde er twee voor: Josef, ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus (= de rechtvaardige), en Matthias. Toen baden zij als volgt: “Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats.” Toen liet men hen loten en het lot viel op Matthias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.’
[Handelingen der Apostelen 01,21-26]

Uit dit relaas mogen we dus opmaken dat Matthias van het begin af aan tot de kring van Jezus behoorde. Volgens sommigen maakte hij deel uit van de (twee-en-)zeventig die door Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem vooruit werd gestuurd (Lukas 10,01).

Over de aanwijzing door het lot
Dat de apostelen Matthias’ keuze via het lot hebben bepaald is later herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest. De kerkvader Dionysius (waarschijnlijk Pseudo-Dionysius de Ariopagiet: † 4e à 5e eeuw) weet te vertellen dat de keuze tenslotte op hem viel, omdat God uitdrukkelijk een zonnestraal op hem liet wijzen! Men is in de Kerk al spoedig daarna van deze methode afgestapt. Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli) schrijft hierover in zijn Legenda Aurea: ‘We moeten hier opmerken dat dit voorbeeld nog niet wil zeggen dat het lot is toegestaan. Want het voorrecht van een paar mensen is nog niet meteen voorschrift. Dat zegt althans Hieronymus († 420; feest 30 september). Beda de Eerbiedwaardige († 735; feest 25 mei) meent dat het destijds nog toegestaan was om zulke hulpmiddelen te gebruiken, omdat de volle waarheid nog niet gekomen was. Immers hoewel het kruisoffer had plaats gevonden, drong het volledige heil pas door met Pinksteren. Vandaar dat ze bij Matthias’ keuze nog het lot gebruikten; op dezelfde manier werd krachtens de Wet de keuze van de hogepriester bepaald. Maar na Pinksteren was de waarheid ten volle aan het licht getreden; de zeven diakens werden dan ook niet meer middels het lot aangewezen, maar door de apostelen, via hun gebed en handoplegging.’

Matthias’ verdere leven
In de bijbel lezen we verder niets meer over de lotgevallen van Matthias. We zijn dus verder aangewezen op mondelinge overlevering en legende. Hij zou het evangelie gepredikt hebben in Judea, Ethiopië (waarmee volgens sommigen de Romeinse provincie Aethiopia Pontica bedoeld zou zijn, ten oosten van de Zwarte Zee) en tenslotte ook nog in Macedonië. Ook over zijn levenseinde zijn de bronnen niet eensluidend; de meeste gaan ervan uit dat hij op gewelddadige wijze aan zijn eind is gekomen. Maar ze verschillen soms aanzienlijk over de wijze waarop. Zie daarover de hierna volgende legendes.

Clemens van Alexandrië († vóór 215), Origenes van Alexandrië († ca 254), Eusebius van Cesarea († 339), Ambrosius van Milaan († 397) en zelfs de relatief late, bovengenoemde, Engelse monnik Beda hebben nog het Evangelie van Matthias gekend; ze noemen het in één adem met het Evangelie van Thomas. We kennen er door toedoen van Clemens slechts drie citaten van:

‘Verbaas u over al wat is, want dat is de eerste stap om de dingen achter de werkelijkheid te leren kennen.’
‘We moeten vechten met het lichaam (‘het vlees’) en het onder de duim houden, zonder uit te zijn op ongebreidelde lustbevrediging, integendeel we moeten erop uit zijn om onze ziel te doen groeien in geloof en inwendige kennis.’
‘Als de buren van een uitverkorene tot zonde vervallen, dan is de heilige zelf tot zonde vervallen. Want als de gelovige zich had gedragen zoals het Woord hem opdraagt, dan hadden de buren zo’n afschuw gekregen van hun eigen levenswijze dat hij nooit tot zonde zou zijn vervallen.’

Mattias, apostel

Feest     –     eigen lezingen

Bij sport en spel is een invaller meestel iemand die net niet goed genoeg is om bij de eerste ploeg te spelen. Wellicht bekijken we Mattias op die manier. Het lot was hem echter gunstig gezind. Hij mocht in de kring van de apostelen treden om Judas te vervangen. Toch is het niet toevallig gebeurd. Mattias behoorde tot een vaste kern van mensen die zeer nauw met Jezus samenleefden. Geen groep van dienaren, maar van vrienden, ontvankelijk voor de blijde boodschap en aan wie Jezus alles vertelde wat Hij van de Vader had gehoord.


Uit de Handelingen van de Apostelen 1, 15-17 + 20-26

Het lot viel op Mattias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’
Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias.
Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die U gekozen hebt om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’
Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.

 

Psalm 113, 1-8

Refr.: Loof de Naam van de Heer.

Loof, dienaars van de Heer,
loof de Naam van de Heer.
De Naam van de Heer zij geprezen Resurrection-Icon
van nu tot in eeuwigheid.

Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat,
zij geloofd de naam van de Heer.
Verheven boven alle volken is de Heer,
verheven boven de hemel zijn luister.

Wie is gelijk aan de Heer, onze God,
die hoog daar boven zijn woning heeft,
die zijn oog richt naar beneden,
wie in de hemel en op de aarde ?

Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt Hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hem wonen bij hooggeplaatsten,
bij de hoogsten van zijn volk.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 9-17

‘Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie’.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad.
Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg.
Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.
Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.’

Het is Christus die ons kiest. En door het feit dat Hij kiest dragen wij een roeping in ons.
Dat Hij kiest, daar hebben we het doorgaans niet zo moeilijk mee, integendeel. We kunnen er ons toe gevleid voelen. Maar dat Hij ook roept… da’s heel andere koek. Want roeping veronderstelt een antwoord; in dit geval een ja-woord: Ja aan de Heer, ja aan het evangelie, ja aan het kruis, ja aan de liefde.

Daar de mens fundamenteel vrij is (ook voor God!) kan hij in plaats van ‘ja’ ook ‘nee’ zeggen. Wat jammer zou zijn, want dan ontlopen we onze roeping en daarmee ook onszelf. Immers in de mate dat we ‘ja’ zeggen zullen we ons diepste zelf vinden, onze ware identiteit (die enkel in God te vinden is).

Wie ‘ja’ zegt tot Jezus’ laat toe dat Hij ons vormt. Het is geen vanzelfsprekende weg, eerder een geheimnisvol gebeuren dat zich dag op dag steeds dieper in ons zal voltrekken. Het is een voortdurend sterven aan ons oppervlakkig ‘ik’ (dat wil leven vanuit zichzelf) om meer en meer tot leven te komen in God, ons meest ware ‘ik’.
Wie deze weg gaat zal een vrede- een vreugdevol mens zijn; een vrede die haar wortels vindt in God zelf.

Laat ons niet enkel bidden, maar laat ons gebed worden, gebed zijn. Zo zullen we op de plaats waar we wonen, op de plek waar we werken, met de mensen die ons gegeven zijn vrucht dragen: blijvende vrucht, zoals Jezus ons vandaag doorheen het evangelie zegt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,IMG_3885_1024x1024
geef ons het bewustzijn dat Gij het zijt die ons roept. Geef dat wij die roeping diep mogen liefhebben en koesteren, als een hemels goed, ons gegeven. Geef dat wij met ons hele zijn uw roep mogen beantwoorden: met onze ziel, ons verstand en al onze krachten. Dat ons ja-woord vruchten mag voortbrengen; uw vruchten door ons heen. Alle dagen van ons leven. Amen.