Lezingen van de dag – zaterdag 14 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Albericus van Utrecht (+ 784)

Albericus (ook Albricus) van Utrecht osb, Nederland; 4e bisschop; † 784

Volgens de een zou hij afkomstig zijn uit de Engelse plaats York; anderen houden vol, dat hij van Frankische adel was en als hoveling verbleef aan het hof van Karel de Grote (†814). Hoe dan ook, op een goed moment trad hij in bij de benedictijnen en stond aan het hoofd van het St-Martinusklooster in
Keulen. In 777 werd hij in Keulen tot bisschop van Utrecht gewijd, als opvolger van zijn oom Sint Gregorius († ca 775). Dat de wijding in Keulen gebeurde, mag ons verbazen. Op dat moment was Keulen nog geen aartsbisdom. En enkele jaren tevoren had Bonifatius († 754) ervoor gevochten om Utrecht uit de invloedssfeer van Keulen te houden.

Albericus was het die naast andere priesters Sint Ludger († 809) erop uit stuurde: eerst naar Deventer om daar zowel het werk als de kerk van Lebuïnus († ca 780) weer op te bouwen, en vervolgens naar de Groninger gouwen, waar Bonifatius zo’n dertig jaar eerder was vermoord. Hij was een vriend van Karel de Grote’s leermeester en raadsman, de monnik Alcuinus († 804).

Volgens de legende zou Karel de Grote eens zijn bisdom hebben behoed voor de ondergang. Als tegenprestatie beloofde Albericus voor hem een slot te bouwen. In een paar weken was het werk geklaard. Hij voorspelde Karel, dat het slot even veel jaren zou standhouden, als de bouw ervan dagen had geduurd. Dat zou de verklaring zijn van de bouw en verwoesting van het Valkhof te Nijmegen.

Albericus stierf in 784, het jaar waarin Ludger vanuit Dokkum moest vluchten voor de gewelddadige opstand van de toen nog niet bekeerde Sakser Widukind († ca 807). Men is niet zeker van Albericus’ sterfdag: gegeven worden 14 november en 21 augustus. Hij zou begraven zijn in de St-Salvatorkerk te Utrecht. Thans wordt algemeen aangenomen, dat zijn stoffelijk overschot in de kloosterkerk van Susteren terecht is gekomen.

ZATERDAG IN WEEK 32 DOOR HET JAAR


Uit het boek Wijsheid 18, 14-16 + 19, 6-9

Door zijn machtig woord leidde God de geschiedenis van het uitverkoren volk. Wanneer wij ons leven met gelovige ogen durven overzien, vinden wij daarin héél sterke dingen die getuigen van Gods bezig-zijn met ons.

Toen de nacht de helft van zijn weg had afgelegd en alles in diepe rust verzonken was, sprong uw almachtige woord vanaf de troon in de hemel midden in het vervloekte land, als een meedogenloze krijgsheld, met het scherpe zwaard van uw ondubbelzinnige opdracht.
Het stelde zich op, de voeten op aarde en de kruin tegen de hemel, en zaaide alom dood en verderf.
Gehoorzaam aan uw bevelen werd heel de schepping opnieuw gevormd, in haar oorspronkelijke vorm, opdat uw kinderen ongedeerd zouden blijven.
Ze zagen de wolk die de legerplaats overschaduwde, ze zagen droog land te voorschijn komen waar eerder nog water was, een gebaande weg door de Rode Zee, een groene vlakte in plaats van ruw, onstuimig water.
Daar trok, beschermd door uw hand, het hele volk doorheen, nadat ze wonderbaarlijke tekenen hadden gezien.
Ze waren uitgelaten als paarden in de wei en sprongen als lammeren, en ze loofden U, Heer, die hen had gered.

 

Psalm 105, 2 + 3 + 36 + 37 + 42 + 43

Refr.: Beroem u op Gods heilige Naam.

Zing en speel voor de Heer,
spreek vol lof over zijn wonderen.TrinityStBenedicts

Beroem u op zijn heilige Naam.
Wees blij van hart, U die de Heer zoekt.

Hij trof de eerstgeborenen in hun land,
hun sterke oudste zonen.

Hij liet zijn volk vertrekken met zilver en goud,
niemand in hun stammen ging strompelend weg.

Hij dacht aan zijn heilig woord,
gegeven aan Abraham, zijn dienaar.

Hij liet zijn volk in vreugde vertrekken,
zijn uitverkoren volk jubelend gaan.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 1-8

De kracht van ons leven ligt in het dagelijks, stil, volgehouden gebed.

Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’

Van Woord naar leven

Jezus leert ons d.m.v. de gelijkenis die we vandaag hoorden, dat we ‘altijd’ moeten bidden en daarin ‘niet op te geven’.
Altijd bidden, dag en nacht, wil niet zeggen dat we altijd gebeden moeten opzeggen. Het heeft veeleer te maken met een levenshouding, een gebedshouding: een leven leiden onder of voor Gods aanschijn, levend in het geloof dat God aanwezig is met een liefde die enkel Hij geven kan.

Aan deze biddende houding gaat wel iets fundamenteels vooraf, namelijk het expliciete gebed. Een biddend leven zal maar biddend zijn in de mate dat wij ons expliciet gebed onderhouden. Want hoe gemakkelijk leidt ons zogenaamd biddend leven tot werken zonder bidden. Geruisloos verliezen we hierdoor de band met God, en dus met zijn genade.

Bidden is een wezenlijke houding van een gelovige. Geloven is immers voeling houden met het hart van God. Dan kan God zich ook van zijn kant meedelen aan hem die Hem is toegewijd. Hij kan laten ‘aanvoelen’ wat Hem aangenaam is, zodat iemand kan weten wat hij moet doen, hoe hij iets moet doen, wat hij moet zeggen of niet zeggen, maar ook wat hij aan God kan vragen en welk gebed God niet aangenaam is.
Als we iets vragen aan God zouden we met ons hart meer bij Hem moeten zijn dan bij wat we vragen. Wat we willen vragen… dat weet God maar al te goed. Bij en in God zijn… zo bidden we in Gods wil.

Laat ons, naar de woorden van Clara van Assisi, niet enkel biddende mensen zijn, maar gebed worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,Pentecost1
kom met uw heilige Geest over ieder van ons en beziel ons met de gave van het gebed. Leer en help ons biddende mensen te worden; mensen die voortdurend bij de Bron van het leven neerknielen om van U te ontvangen, van U te leren, in U te leven.
Kom heilige Geest.
Trek ons in het gebed van de Heer.
Amen.