Lezingen van de dag – zaterdag 16 april 2016


Heilige (of feest) van de dag

Bernadette Soubirous (+ 1879)bernadette-soubirous-5

Bernadette (kloosternaam Marie-Bernard) Soubirous, Nevers, Frankrijk; maagd, kloosterlinge & mystica

Zij werd in 1844 geboren in een arm molenaarsgezin. Naar school ging ze niet; dat kwam er niet van. Bovendien leed ze aan astma.

Op 11 februari van het jaar 1858 – ze was dus veertien jaar oud – was ze samen met haar zusje en een vriendinnetje bezig hout te sprokkelen, toen haar in een grot van de berg Massabielle bij Lourdes (Zuid-Frankrijk) een Vrouwe verscheen. Ze stond rechtop in een uitholling van de rots, was gekleed in een lang wit gewaad met een blauwe ceintuur om haar middel en een witte sluier op het hoofd; zij had een gouden roos op haar blote voeten, en ze leek op een jonge vrouw van zo’n zestien, zeventien jaar oud. De andere twee die erbij waren, zagen wel, hoe Bernadette iemand meende te zien en er mee sprak, maar zelf namen ze niets bijzonders waar.

Tussen 11 februari en 16 juli liet de verschijning zich achttien keer zien. Zij vroeg om te bidden voor de bekering van de zondaars; zij drukte Bernadette op het hart dat men berouw moest hebben en boete doen; en zij wilde graag een kapelletje op de plaats van haar verschijning. “Ik beloof je gelukkig te maken, voegde zij eraan toe, niet in deze wereld, maar in de toekomende wereld.” Op 25 maart durfde Bernadette de Vrouwe te vragen, hoe zij eigenlijk heette. Daarop antwoordde de verschijning: “Ik ben ‘de Onbevlekte Ontvangenis’.

Een van de volgende keren gaf zij te kennen, dat Bernadette in de grond moest graven. Er ontsprong een bron. Vanaf dat moment vloeide er water in overvloed tot op de huidige dag.

In 1866 trad zij in bij de Soeurs de la Charité van Nevers, die een huis hadden in Lourdes. Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster. Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers. Daar leefde zij nog dertien jaar. Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf. Ook de oversten. Dezen meenden er goed aan te doen bijzonder streng tegenover haar te zijn. Waarschijnlijk omdat zij vreesden, dat zij anders verwaand zou worden. Ook temidden van de andere zusters was zij vaak het middelpunt van pesterijtjes. Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging. Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen. Na een slepende ziekte overleed zij, vijf-en-dertig jaar oud. Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: “Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares…”

Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers.

In 1933 werd zij officieel heilig verklaard.

Ze is patrones van de herders.

Zij wordt afgebeeld als jong boerenmeisje, vaak geknield voor de grot, met Maria als Vrouwe in het wit. Ook vindt men Bernadette afgebeeld als kloosterzuster.

Sinds de verschijningen aan Bernadette is Lourdes de beroemdste en drukstbezochte Maria-bedevaartplaats van de wereld geworden. Het kapelletje waar Maria om had gevraagd, is intussen een gigantische kerk geworden van drie verdiepingen. Tot op de dag van vandaag trekken er elke dag duizenden pelgrims naar de geneeskrachtige bron en langs de heilige plaatsen. Onder hen zijn vele zieken. Zelden vinden zij er genezing naar het lichaam. Tot nu toe zijn er 60 wonderbaarlijke genezingen kerkelijk erkend. Maar bijna altijd keren ze door de gezamenlijke ervaring van geloof en vertrouwen, bemoedigd en gesterkt terug. Vele bedevaartgangers nemen een hoeveelheid Lourdeswater mee voor thuis, als dierbare herinnering en ter ondersteuning van hun gebeds- en geloofsleven.

Lees ook: Het verhaal van Bernadette

chasse-ste-bernadette

zaterdag in de derde Paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 9, 31-42

In een Kerk die even tot rust komt tussen vervolgingsvlagen, zijn wij getuigen van een pastoraal ziekenbezoek van Petrus, en een huisbezoek bij een overledene. Deze taferelen roepen Jezus’ eigen optreden op. De leerlingen zetten Jezus’ optreden verder dank zij zijn kracht. Merkwaardig is dat beide taferelen eindigen met een verwijzing naar de religieuze bekering en de geloofshouding, die er door worden opgeroepen.

In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.
Toen Petrus door het land reisde, kwam hij ook bij de heiligen die in Lydda woonden. Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar verlamd op bed lag. Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.’ Onmiddellijk stond hij op.
Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen wat er gebeurd was en bekeerden zich tot de Heer.
In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen. Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het dringende verzoek om direct bij hen te komen. Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had. Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de heiligen en de weduwen weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde.
Dit voorval werd in heel Joppe bekend en velen gingen in de Heer geloven.

 

Psalm 116, 12-17

Refr.: Heer, U wil ik een dankoffer brengen.

Hoe kan ik de Heer vergoeden
wat Hij voor mij heeft gedaan ?

Ik zal de beker van bevrijding heffen, Resurrection-Icon
de Naam aanroepen van de Heer.

Ik zal mijn geloften aan de Heer inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk.

Met pijn ziet de Heer
de dood van zijn getrouwen.

Ach, Heer, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:
U hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een dankoffer brengen.
Ik zal de naam aanroepen van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 60-69

Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: ‘Naar wie zouden wij gaan?’ Hij gelooft ‘in woorden van eeuwig leven’.

Veel leerlingen zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’
Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar Hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat Ik gezegd heb is Geest, en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’
Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie Hem zou uitleveren.
‘Daarom heb Ik jullie gezegd’, zei Hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’
Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met Hem mee.
Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’
Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent.’

Van Woord naar leven

In de Handelingen van de Apostelen lezen we vandaag: In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.

Deze woorden leren ons dat geloof in de verrezen Heer leven geeft aan je omgeving. Tenminste, wanneer je bereid bent te leven van binnen naar buiten, en niet jezelf opsluiten in soort waas van emotionele vreugde vanuit een weten dat de Heer verrezen is.

Nee, een gelovig leven veronderstelt een actief leven, in gemeenschap met de mensen jou gegeven, de vrede van de Heer dragend en uitdragend, gelovend dat Jezus door jou heen mensen en situaties aanraakt.

Een christen leeft in de wetenschap dat hij bewoond is door Christus, en dat Hij door hem heen al weldoende wil rondtrekken, wil liefhebben, wil genezen, leven wil schenken.

Laten we als christenen onze huizen en straten, onzen dorpen en steden, vullen met de vrede van God.

Laten we geen angst hebben tot engagement om Gods vrede werkelijk gestalte te geven en uit te dragen. Er zijn tal van organisaties die in deze goed bezig zijn en snakken naar vrijwilligers om hun werk kracht bij te zetten.

Dat de mensheid moge groeien tot die gemeenschap waar God van droomt. En moge wij allen, u en ik, Hem daarbij helpen, biddend en werkend in en met Jezus, geleid door dat zachte vuur van de Geest.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,Anna_30D
wij danken U om het mysterie van de opstanding van Jezus waarin wij allen mogen delen. Schenk ons dat diepe blijde enthousiasme dat ons naar de mensen stuwt vanuit Christus’ liefde; eenvoudig, spontaan en gemeend blij. Geef dat wij elkaar mogen beminnen met de liefde waarmee Gij in Jezus ieder van ons bemint. Moge wij alzo een gemeenschap worden gelijkend op uw Drie-ene Liefde. Kom heilige Geest. Amen.