Lezingen van de dag – zaterdag 16 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Tanko van Verden (+ 808)

Tanko (ook Tatta) van Verden (ook van Amorbach), Duitsland; Iers missiebisschop & martelaar

Tanko was als missionaris vanuit Ierland overgestoken naar het toen nog goeddeels heidense Germaanse gebied. Hij was abt geworden van het benedictijner klooster Amorbach van waaruit meerdere monniken het Saksenland ingestuurd werden om het evangelie te verkondigen. Tanko zelf was één van hen.

Zo werd hij tenslotte de tweede (of derde?) bisschop van Verden. Hij volgde zijn landgenoot Patto op.

Uiteindelijk werd hij vermoord door een boosaardige heidense menigte die haar eigen godsdienst niet zomaar wilde verliezen. Dat lot overkwam ook zijn landgenoot en opvolger Erlulf († 830; feest 10 februari).

zaterdag in de 2e week van de advent


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 48, 1-4 + 9-11

Rond de persoon van de profeet Elia ontstonden heel wat verhalen. Hij liet een verterend vuur uit de hemel neerdalen ten tijde van koningin Jezabel. In een wervelstorm van vuur werd hij opgenomen in de wolken, op een wagen met vurige paarden. Hij zou er bij zijn als de beloofde Messias zou komen. Voor Jezus’ tijdgenoten bleef hij een raadsel.

Toen kwam Elia, een profeet als een vuur, zijn profetieën brandden als een fakkel. Hij bracht hongersnood over het volk, door zijn inzet voor de Heer maakte hij het klein in aantal. Op bevel van de Heer hield hij de regen tegen en liet hij driemaal vuur uit de hemel komen.
Hoezeer werd u geroemd, Elia, om uw wonderdaden, wie kan zich in roem met u vergelijken?
U werd opgenomen in een wervelwind van vuur, in een wagen met vurige paarden. Over u staat geschreven dat u klaarstaat voor de vastgestelde tijd, om de toorn te stillen vóór hij razernij wordt, de ouders te verzoenen met de kinderen, de stammen van Jakob te herstellen.
Gelukkig zijn zij die u gezien hebben en in liefde zijn gestorven; ook wij zullen zeker leven.

 

Psalm 80, 2 + 3 + 15 + 16

Refr.: God, leg uw hand op uw beschermeling.

Hoor ons, herder van Israël,
die Jozef leidt als een kudde.
U die troont op de cherubs, verschijn in luister
aan Efraïm, Benjamin en Manasse.
Laat uw kracht ontwaken, kom, en red ons.

God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer U om deze wijnstok.
Leg uw hand op uw beschermeling,
het mensenkind dat U hebt grootgebracht.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 17, 10-13

Voor de leerlingen is de situatie niet duidelijk. Als Jezus van Nazaret de Mensenzoon is, wie is dan Elia? Hij moest dus al gekomen zijn. Johannes de Doper is de verwachte Elia. Hij onderging het lot van elke profeet. Ook de Mensenzoon zal moeten lijden.

De leerlingen vroegen Jezus: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?’
Hij antwoordde: ‘Elia zou inderdaad komen en alles herstellen. Maar Ik zeg jullie dat Elia al gekomen is, ze hebben hem alleen niet herkend, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’
Toen begrepen de leerlingen dat Hij op Johannes de Doper doelde.

Van Woord naar leven

Elia was een typisch profeet zoals wij ze dikwijls voorstellen, en kennen uit het Oude Testament. Vurig, en radicaal. Ze voelden zich verantwoordelijk om in een onheilige wereld het heilige aanwezig te stellen. Ze spraken, of riepen, met een vurige begeestering, oordelend en oproepend. Ze wilden het volk op deze wijze tot luisteren dwingen, omwille van God die in het dagelijks leven zo dikwijls verloochend werd. Zo was Elia, en met hem vele profeten. Ook Johannes de Doper was niet anders.

Jezus … ja, die kwam ook met vuur, maar – zo mogen we zeggen – Hij kwam met een geheel nieuw vuur. Geen vernietigend vuur, geen oordelend vuur, maar een innerlijk vuur, een mild vuur, een zacht vuur. Jezus kwam met het vuur van de heilige Geest; een vuur dat de mens diep vanbinnen tot gebed zal aanzetten, een vuur dat de hele mens zal doen wenden naar zijn Schepper. Het is een vuur dat onze ziel tot een biddende gloed zal voeren dat ons in innige vereniging zal brengen met Gods liefde, om vanuit dit gebeuren die liefde te zijn.

Het is een vuur dat warmte geeft aan de mensheid, aan de samenleving, in onze straten en onze huizen. Het is het vuur dat vrede heet, dat liefde is, dat leven geeft.

Dit is oproep en zending. En we moeten niet vragen in deze zending te mogen staan. We staan er in.

Laten we Gods Geest, Gods heilig Vuur, aan ieder van ons geschonken, diep koesteren, opdat het ons in waarachtig gebed mag brengen, in innige vereniging met de Heer, om samen met Hem Gods liefde te zijn; Hem dragend en barend.

Ja, laat ons christen zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
beziel ons met het vuur waarmee Gij uw Zoon bezielt, opdat wij – in Hem – die warme gloed mogen zijn die de aarde het nieuwe aanzicht geeft dat Gij voor haar droomt.
Kom heilige Geest.
Amen.