Lezingen van de dag – zaterdag 16 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Lutgardis van Tongeren († 1246)

Lutgardis van Tongeren o.cist., Aywières, België; mystica

Zij werd in 1182 in Tongeren geboren. Haar vader was een rijke koopman en had voor zijn dochter een gunstig huwelijk in gedachten. Haar moeder daarentegen bracht haar de liefde voor het geestelijk leven bij en wees haar erop, dat zij eventueel ook in het klooster kon gaan. Voorlopig won moeder. Zij trad in bij de benedictinessen van het St.-Catharinaklooster te Sint-Truiden, 1194. Maar er kwamen huwelijkskandidaten tot in het klooster. En Lutgart bleek er niet ongevoelig voor. Toen zij eens met een knappe jongeman in gesprek was, verscheen haar Christus naast hem, zoals Hij er aan het eind van zijn lijdensweg aan toe was: het bloed stroomde uit zijn wonden. Op dat moment van keuze werd het haar duidelijk, dat haar liefde voor haar Heer groter was dan voor welke aardse bruidegom ook. En zij koos er voor van nu af Christus te beminnen en te omhelzen als een bruid.

Zij leidde een intensief mystiek leven, waarin zij een bijzondere omgang had met Christus. Haar huisgenotes dachten aanvankelijk, dat de gestrenge levenswijze die zij zich nu oplegde, het vasten en al de onthoudingen en boetedoeningen, het vuur waren van een beginnende novice: het zou strakjes wel weer overgaan. Maar haar verlangen naar nog intiemere gebedsomgang met haar Heer werd almaar groter. Uit deze tijd stamt het verhaal, dat zij eens ondanks heftige migraineaanvallen aan het nachtelijk koorgebed deelnam. Bij terugkomst op haar kamer, toen zij nog even voor het kruisbeeld verwijlde, maakte Christus zijn arm los van het kruis en sloeg die om haar heen. Dit moment is in veel afbeeldingen van haar terug te vinden.

In 1205 werd zij priorin van het klooster. Maar zij verlangde naar een klooster met een strengere levenswijze. Zij verhuisde een jaar later, 1206, naar Aywières, dat juist de hernieuwde en verstrengde regel van Cîteaux had aangenomen.

Een recente Vlaamse levensbeschrijving vermeldt uitdrukkelijk, dat zij op voorspraak van Maria de gave(!) ontving om nooit Frans te leren, zodat zij gespaard bleef voor de zware verantwoordelijkheid van abdis.

Zij kende zelfs te weinig Frans om in de Franstalige omgeving waar het klooster stond, brood te bedelen. Toch werd ze om raad gevraagd door vele kerkelijke en maatschappelijke functionarissen en hoogwaardigheidsbekleders. Een kroniek uit de zeventiende eeuw – dus van ver vóór de taalstrijd – weet te vermelden: ‘Als sy in de duytsche tale eenighe persoonen aen-sprack/ die de duytsche tale niet en konden / wiert sy van hen mirakuleuselijck verstaen.’

Haar hele leven werd getekend door een strenge vasten en onthouding. Zij legde zichzelf boetes op vanwege eigen onvolmaaktheid, maar ook voor de bekering van zondaars van die tijd. Herhaaldelijk kwam het voor, dat de zieken die zij verpleegde, genezen werden door haar aanraking. De laatste elf jaren van haar leven was zij blind. Dat bracht haar nog meer in de gelegenheid om in de gebedsstilte te leven waarin zij haar Heer op intieme wijze ontmoette.

Zij stierf in 1246, 64 jaar oud. De oude kronieken weten nog te vertellen, dat er vele zieken waren die door aanraking met haar dode lichaam, genezen werden.

Zij is patrones van Vlaanderen en van de stad Tongeren; van de Vlaamse Beweging (op grond van haar gebed geen Frans te hoeven leren!); en van Taal en Letteren; alsmede van blinden. Haar voorspraak wordt ingeroepen om een voorspoedige geboorte.

Zij wordt afgebeeld voor het kruisbeeld, waarbij Jezus een arm naar haar uitstrekt; met doornenkroon en spijkers in haar handen (haar devotie voor Jezus’ lijden).

zaterdag in week 10 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 19, 19-21

Zoals Mozes Jozua koos tot zijn opvolger, zo kiest Elia hier Elisa als zijn dienaar. Hij doet dat door hem zijn mantel op te leggen. Elisa verlaat zijn dagelijks werk en stelt zich helemaal ter beschikking van de Heer. Alles verlaten en zich helemaal geven zijn de kenmerken van iedere echte roeping.

Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen.
Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. ‘Laat mij afscheid nemen van mijn vader en moeder’, zei hij, ‘dan zal ik met u meegaan.’
‘Doe wat je wilt’, zei Elia. ‘Ik dwing je nergens toe.’
Elisa ging terug, slachtte zijn ossen, braadde het vlees op het hout van hun juk en bood het zijn knechten aan. Daarna ging hij met Elia mee als zijn dienaar.

 

Psalm 16, 1 + 2a + 5 + 7 + 8 + 9 + 10

Refr.: Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 33-37

Eden en krachttermen zijn een uiting van het verlangen van mensen om te beschikken over het goddelijke, om heilige dingen ten dienste te stellen van zichzelf. Jezus wijst deze profanatie van Gods heerlijkheid totaal af.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.”
En Ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken.
Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.’

Het gaat hier om een ‘ja’ tot God, en ook om een ‘neen’ voor God, een ‘neen’ tegen het kwaad.
Heel dikwijls zijn we hier lauw in, niet echt eerlijk. We zeggen wel ‘ja’, maar in de praktijk is dat ‘ja’ niet altijd even zuiver, niet altijd even vol.
De intentie is er gewoonlijk wel, maar het werkelijke doen laat soms te wensen over.

Innerlijke angst staat ons dikwijls in de weg om ons volledig te geven; angst om lief te hebben, angst onszelf te verliezen, angst voor de gevolgen,… Menselijk gezien is dat ook begrijpelijk. Wie zich immers ten volle geeft aan Heer (aan de liefde) moet in actie schieten, zal moeten afsterven aan al wat uit den boze is, kan niet meer voor zichzelf leven,… Da’s heel wat, en daar heeft een mens wel eens angst voor.

Maar hoe menselijk die angst ook moge zijn, langs de andere kant is het ook vreemd. Want in de diepte weten we maar al te goed dat het gevolg van het zich geven aan de Heer een werkelijk Pasen tot gevolg heeft, iets waar we in de diepte allemaal naar verlangen. Merkwaardig dat een mens zich daar zo moeilijk aan kan, of durft, toevertrouwen.

Laten we de angst om lief te hebben varen, en laten we ons geven aan de Liefde, aan de Heer, opdat Hij zijn weg door ons heen mag gaan.

Laat ons ‘ja’ zeggen, en moge ons ‘ja’ een echt ‘ja’ zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
leer ons ja te zeggen tot U;
geheel en zuiver.
Leer ons nee te zeggen tegen het kwaad;
onvoorwaardelijk en totaal.
Zo zullen we beschikbaar zijn
voor uw leven in ons.
Neem ons op, Heer, in U.
Amen.