Lezingen van de dag – zaterdag 18 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alberto Hurtado († 1952)

sj, Vina del Mar, Chili; zielzorger der armen

Alberto wordt geboren in 1901; zijn vader is herenboer, maar sterft al, als Alberto nog maar vier jaar oud is. Tot armoede vervallen wordt het gezin opgevangen door rijkere familieleden in de hoofdstad Santiago. Eenmaal leerling van het Sint-Ignatiuscollege aldaar dat geleid wordt door de paters jezuïeten groeit in hem het verlangen om ook jezuïet te worden. Toch is hij genoodzaakt na zijn eindexamen eerst geld te verdienen voor zijn familie; overdag studeert hij rechten aan de universiteit, en ’s avond verdient hij geld met bijbaantjes. Hij treedt in bij de jezuïeten op tweeëntwintigjarige leeftijd. Een flink stuk van zijn opleiding vindt plaats in België, respectievelijk aan de universiteit van Leuven, en in het opleidingshuis te Drongen bij Gent.

Eenmaal terug in Chili gaat hij voortvarend aan het werk. Hij wordt leraar aan zijn eigen St-Ignatiuscollege. Daarnaast is hij een veel gevraagd leidsman, vooral voor jongeren. Velen vinden hun weg naar het priesterschap of het religieuze leven, waaronder de jezuïetenorde.

Voortdurend klinkt in hem de vraag: ‘Wat zou Christus doen in mijn plaats?’ Deze vraag dwingt des te meer, wanneer hij de grote armoede om zich heen ziet onder clochards, zwerfkinderen, vereenzaamde bejaarden, krottenwijken. Voor hen sticht hij de zogeheten ‘Hogar de Cristo’ (‘Christustehuis’). Ze zullen zich in de jaren daarna over het hele land verspreiden; op dit ogenblik zijn het er zo’n achthonderd.

Alberto schrijft: ‘Een van de eerste eigenschappen die we moeten teruggeven aan onze misdeelden is het bewustzijn van hun waarde van personen, hun waardigheid als burgers, meer nog van kinderen van God.’

Ook op andere terreinen is hij actief. Hij bouwt een groot retraitehuis, sticht een katholieke vakbond en start een intellectueel tijdschrift. Intussen geeft hij retraites en conferenties, houdt hij spreekbeurten en schrijft hij boeken.

In het voorjaar van 1952 openbaart zich een agressieve vorm van kanker. Hij sterft na enkele weken, op 18 augustus; eenenvijftig jaar oud.

Paus Benedictus XVI verklaarde hem heilig op 23 oktober 2005.

zaterdag in week 19 door het jaar


Uit de profeet Ezechiël 18, 1-10-11 + 13b + 30-32

Langzaamaan komt de gedachte over ieders persoonlijke verantwoordelijkheid naar voren. Ezechiël belichte er de volle draagwijdte van. Ieder moet zichzelf een nieuw hart en een nieuwe geest scheppen, zichzelf voortdurend bekeren. Wat er ook gebeurt, bij God is altijd vergeving mogelijk.

De Heer richtte zich tot mij:
‘Waarom gebruiken jullie in Israël toch het spreekwoord: Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden? Zo waar Ik leef – spreekt God, de Heer –,nooit meer mag iemand bij jullie in Israël dit spreekwoord in de mond nemen!
Weet dat alle mensenlevens Mij toebehoren: zowel het leven van de ouders als dat van hun kinderen ligt in mijn hand, en alleen wie zondigt zal sterven.
Stel, iemand is rechtvaardig. Hij is Mij trouw en doet het goede. Aan de offermaaltijden op de bergen neemt hij niet deel en hij vereert de afgoden van het volk van Israël niet; hij onteert de vrouw van een ander niet, hij maakt haar niet onrein, en met een vrouw die ongesteld is heeft hij geen gemeenschap; hij buit niemand uit, geeft de schuldenaar zijn onderpand terug en besteelt niemand. Hij deelt zijn brood met al wie honger heeft, wie naakt is geeft hij kleren; hij vraagt geen rente wanneer hij geld uitleent of toeslag wanneer hij het terugkrijgt; hij begaat geen onrecht en geeft een eerlijk oordeel bij onderlinge geschillen; hij houdt zich aan mijn geboden en leeft werkelijk naar mijn voorschriften. Zo iemand is rechtvaardig en zal zeker in leven blijven – spreekt God, de Heer.
Maar stel, hij krijgt een gewelddadige zoon, een moordenaar, die alles doet wat zijn vader nooit heeft gedaan. Hij neemt wel deel aan de offermaaltijden op de bergen en maakt de vrouw van een ander onrein. Nee, hij zal niet in leven blijven: na zo veel wandaden zal hij zeker sterven, hij heeft zelf de dood over zich afgeroepen.
Breek met het zondige leven dat jullie hebben geleid, en vernieuw je hart en je geest. Dan hoeven jullie niet te sterven, Israëlieten!
Want de dood van een mens geeft me geen vreugde – spreekt God, de Heer. Kom tot inkeer en leef!

 

Psalm 51, 12 + 13 + 14 + 15 + 18 + 19

Refr.: Schep in mij een zuiver hart mijn God.

Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig.

Verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.

Dan wil ik verdwaalden uw wegen leren,
en zullen zondaars terugkeren tot U.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept u geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart
zult U, God, niet verachten.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 19, 13-15

Uit menselijke bezorgdheid zonden de leerlingen een groep kinderen weg. Jezus wijst hen terecht. Hun overdreven menselijke zorg maakt het Hem onmogelijk te tonen waartoe Hij gekomen is. Het Rijk der hemelen is er voor de eenvoudigen en de armen. De kleinsten zijn hiervan het mooiste symbool.

De mensen brachten kinderen bij Jezus, ze wilden dat Hij hun de handen zou opleggen en zou bidden.
Toen de leerlingen hen berispten, zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het Koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’
En nadat Hij hun de handen had opgelegd, trok Hij weer verder.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Belet de kinderen niet bij mij te komen.’

Het kan cliché klinken, maar het blijft een waarheid als een koe: onze kinderen zijn onze toekomst. En daar dragen wij, volwassenen, een grote verantwoordelijkheid in.

Wanneer onze kinderen het ouderlijk huis verlaten, kennen ze dan Jezus ?
Gaan ze die wegen waar ze Hem steeds dieper kunnen leren kennen ?
Hebben ze zijn Woord mogen horen in hun jonge jaren in kerk en huiskring ?
Hebben ze mogen proeven van christelijk gemeenschapsleven ?
Hebben ze voorbeelden gezien van evangelisch engagement ?
Hebben ze leren onderscheid maken tussen goed en kwaad in het licht van het evangelie ?
Hebben ze het verschil leren zien tussen Kerk met een grote K en kerk met een kleine k ?
Hebben ze leren bidden, alléén en met anderen ?
Hebben ze geleerd te leven in het licht van de eeuwigheid ?

Ouders dragen wat dit betreft een onschatbare verantwoordelijkheid. Eigenlijk is het een soort ‘heilige’ plicht; een plicht ook die ze bij het doopsel van hun kind beloofd hebben, samen met peter en meter en heel de gemeenschap rondom de doopvont.

Laat ons het belang inzien om onze jonge mensen in ontmoeting te brengen met de Heer, hen daarin voor te gaan, dit mét hen te doen.

Of zoals we lezen in het boek Deuteronomium waar Mozes het volk toespreekt: ‘Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.’

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
geef dat wij onze kinderen tot bij U mogen brengen. Leg ze uw handen op, zegen hen, opdat zij in hun leven U mogen ontmoeten, vanuit U mogen leven, dragers morgen zijn van uw vrede, uitdragers van uw warme liefde. Leer ons onze kinderen naar U te kijken, naar U te luisteren, zich te voeden met U. Gij, de volheid van ieders leven.
Amen.