Lezingen van de dag – zaterdag 18 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Bernadette Soubirous († 1879)

Frankrijk; maagd, kloosterlinge & mystica

Zij werd in 1844 geboren in een arm molenaarsgezin. Naar school ging ze niet; dat kwam er niet van. Bovendien leed ze aan astma.

Op 11 februari van het jaar 1858 – ze was dus veertien jaar oud – was ze samen met haar zusje en een vriendinnetje bezig hout te sprokkelen, toen haar in een grot van de berg Massabielle bij Lourdes (Zuid-Frankrijk) een Vrouwe verscheen. Ze stond rechtop in een uitholling van de rots, was gekleed in een lang wit gewaad met een blauwe ceintuur om haar middel en een witte sluier op het hoofd; zij had een gouden roos op haar blote voeten, en ze leek op een jonge vrouw van zo’n zestien, zeventien jaar oud. De andere twee die erbij waren, zagen wel, hoe Bernadette iemand meende te zien en er mee sprak, maar zelf namen ze niets bijzonders waar.

Tussen 11 februari en 16 juli liet de verschijning zich achttien keer zien. Zij vroeg om te bidden voor de bekering van de zondaars; zij drukte Bernadette op het hart dat men berouw moest hebben en boete doen; en zij wilde graag een kapelletje op de plaats van haar verschijning. “Ik beloof je gelukkig te maken, voegde zij eraan toe, niet in deze wereld, maar in de toekomende wereld.” Op 25 maart durfde Bernadette de Vrouwe te vragen, hoe zij eigenlijk heette. Daarop antwoordde de verschijning: “Ik ben ‘de Onbevlekte Ontvangenis’.

Een van de volgende keren gaf zij te kennen, dat Bernadette in de grond moest graven. Er ontsprong een bron. Vanaf dat moment vloeide er water in overvloed tot op de huidige dag.

In 1866 trad zij in bij de Soeurs de la Charité van Nevers, die een huis hadden in Lourdes. Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster. Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers. Daar leefde zij nog dertien jaar. Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf. Ook de oversten. Dezen meenden er goed aan te doen bijzonder streng tegenover haar te zijn. Waarschijnlijk omdat zij vreesden, dat zij anders verwaand zou worden. Ook temidden van de andere zusters was zij vaak het middelpunt van pesterijtjes. Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging. Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen. Na een slepende ziekte overleed zij, vijf-en-dertig jaar oud. Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: “Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares…”

Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers.

In 1933 werdzij officieel heilig verklaard.

Ze is patrones van de herders.

Zij wordt afgebeeld als jong boerenmeisje, vaak geknield voor de grot, met Maria als Vrouwe in het wit. Ook vindt men Bernadette afgebeeld als kloosterzuster.

Sinds de verschijningen aan Bernadette is Lourdes de beroemdste en drukstbezochte Maria-bedevaartplaats van de wereld geworden. Het kapelletje waar Maria om had gevraagd, is intussen een gigantische kerk geworden van drie verdiepingen. Tot op de dag van vandaag trekken er elke dag duizenden pelgrims naar de geneeskrachtige bron en langs de heilige plaatsen. Onder hen zijn vele zieken. Zelden vinden zij er genezing naar het lichaam. Tot nu toe zijn er 60 wonderbaarlijke genezingen kerkelijk erkend. Maar bijna altijd keren ze door de gezamenlijke ervaring van geloof en vertrouwen, bemoedigd en gesterkt terug. Vele bedevaartgangers nemen een hoeveelheid Lourdeswater mee voor thuis, als dierbare herinnering en ter ondersteuning van hun gebeds- en geloofsleven.

zaterdag in week 6 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 11, 1-7

De zonde heeft het oorspronkelijke plan van God verstoord. In deze lezing krijgen wij de lichtzijde van deze droeve geschiedenis. Mensen uit verschillende perioden worden als gelovigen getekend. Abel, Henoch en Noach: zij allen zagen dat niets zonder God is tot stand gekomen.

Broeders en zusters,
het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet–zichtbare.
Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige–God zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven–,en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.
Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in wie God vreugde vond. Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond.
Door zijn geloof bouwde Noach, toen hem te kennen was gegeven wat er zou gebeuren, nog voordat dit voor iemand zichtbaar was, gehoorzaam een ark om daarmee zijn huisgenoten te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en verwierf hij de gerechtigheid die voortkomt uit het geloof.

 

Psalm 145, 2 + 3 + 4 + 5 + 10 + 11

Refr.: U wil ik loven, mijn God en mijn Koning.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Laat geslacht na geslacht van uw schepping verhalen,
uw machtige daden verkondigen.

Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 2-13

Na de belijdenis van Petrus te Caesarea Filippi en na de toelichting van Jezus omtrent zijn taak en die van zijn leerlingen, neemt Hij drie van zijn leerlingen mee naar de berg Tabor. Zij mogen als het ware een blik vooruit werpen, Jezus als God ervaren en zien waar dit alles op zal eindigen: zijn verheerlijking.

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren.
Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen.
Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd.
Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’
Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.
Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.
Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat Hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.
Ze vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’
Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad eerst en herstelt alles, maar over de Mensenzoon staat toch geschreven dat Hij veel moet lijden en met verachting behandeld zal worden? Ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we over het visioen dat de drie leerlingen mochten ervaren op de Taborberg. Het moet een hemelse, unieke, gelukzalige ervaring geweest zijn voor hen.

Vanuit deze lezing zou ik met u vandaag willen nadenken over het visioen in ons leven.

Uiteraard zal de beleving van ‘ons’ visioen anders zijn dat deze van de drie leerlingen. Hun visioen was levensecht, geen droom, geen inbeelding. Het was de hemel die hun gelovig bewustzijn ten volle aanraakte.

Als wij spreken over ‘ons’ visioen, dan gaan we spreken over dromen.
En dromen, lieve mensen, daar is niets mis mee. Integendeel. Wanneer wij als mensheid niet meer kunnen dromen, niet meer verder kunnen of durven zien dan de gegeven werkelijkheid, dan bestaat het gevaar er in dat we ons meer en meer afsluiten van het grote bestaan met een hoofdletter. De krachtige roep die uitgaat van het leven zal geruisloos verstommen, het licht dat ons allen overtreft zal langzaam maar zeker doven, het enthousiasme dat we in ons dragen zal ongemerkt bekoelen, de blik op de wereld en ver daarbuiten zal zich verengen, …

Echt waar, lieve mensen, we moeten blijven dromen. Uiteraard niet zomaar erop los dromen, maar dromen geworteld in een diep geloof in God die onder ons is in Jezus Christus, dromen die verankerd zijn in de Blijde Boodschap. Het moeten dromen zijn die oproepen, die ons fris en wakker houden, dromen die ons ten diepste enthousiasmeren en aanzetten tot grootse dingen.

Ja, we moeten het visioen levend houden. We moeten er met elkaar over durven spreken.

Ik weet ook wel dat het eigen is aan dromen of visioenen dat de lat hoog ligt, soms schijnbaar onbereikbaar. En toch … we hebben die lat nodig. En ze mag zichtbaar zijn, er mag over gesproken worden.

Onze wereld heeft meer dan ooit mensen nodig die het visioen van God en het bestaan weer tot leven brengen in onze samenlevingen.

Ik weet wel, lieve mensen, dit zijn geen hoog-theologische beschouwingen over het begrip visioen, eerder wat mijmeringen van iemand die op een late vrijdagavond wat arme woorden neertipt puttend uit de dorheid van zijn hart.

Maar ik denk echt, lieve mensen, dat onze wereld nood heeft aan visionairs, mensen die God en zijn Blijde Boodschap weer ter sprake brengen als een blij gebeuren zodat mensen geënthousiasmeerd geraken om te werken aan een wereld waar het goed is om leven, waar de liefde geëerd wordt en de vrede bemind wordt, én waar God alle lof krijgt door Hem in zich te dragen als de Schepper van alle Goeds.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
moge uw heilige Geest ons hart verheffen opdat uw beeld, uw liefde, uw vrede, altijd voor ogen mag blijven. Geef ons de moed, de frisheid en de vreugde U ter sprake te brengen, op welke wijze ook. Neem ons tot U Heer, leer ons zien en uitspreken, opdat de wereld goesting krijgt in U. Amen.