Lezingen van de dag – zaterdag 18 maart 2017


Heilige (of feest) van de dag

Cyrillus van Jeruzalem († 386)

Cyrillus van Jeruzalem, Palestina; bisschop & kerkvader

Cyrillus was afkomstig uit Jeruzalem waar hij rond 315 geboren moet zijn. Hij werd in 345 priester gewijd, en ontving in 348 uit handen van metropoliet Acacius van Cesarea de wijding tot bisschop van Jeruzalem. Acacius sympathiseerde met de arianen*.
Het duurde dus niet lang of Cyrillus, die de leer van Nicea was toegedaan, kwam met hem in botsing. Tot drie keer toe werd Cyrillus verbannen: in 357 en 360 door toedoen van een bisschoppensynode die voornamelijk uit ariaanse aanhangers bestond. Na zijn terugkeer in 362 stelde keizer Julianus de Afvallige (361-363) pogingen in het werk om de Joodse tempel weer op te bouwen; dit alleen maar om de door hem gehate christenen dwars te zitten.
Zijn derde verbanning, in 367, vond plaats op last van de ariaanse keizer Valens (364-378) zelf. Deze periode zou elf jaar duren; hij kon pas op zijn zetel terugkeren na de dood van de keizer. In 381 nam hij deel aan het Oecumenische Concilie van Constantinopel waar alle besluiten en stellingnames van Nicea werden bekrachtigd.
Van hem is een serie catechesen bewaard gebleven die hij gedurende de vasten en de paastijd van 348 (of 350) gehouden moet hebben in de door keizer Constantijn († 337; feest 21 mei) gebouwde Heilige-Grafkerk. Ze vormen de geloofsuitleg zoals ze werden gepresenteerd aan doopleerlingen die met Pasen zouden worden gedoopt. Ze zijn niet alleen van historisch, maar ook van theologisch belang.
Paus Leo XIII (1903) verleende hem de titel van kerkleraar.

* De leer der Arianen gaat terug op de priester Aríus uit Egypte († 336). De aanhangers ervan konden niet geloven, dat Jezus de Zoon van God genoemd kon worden. Hij was een bijzonder mens geweest, maar Zoon van God…? Zij kunnen zich niet voorstellen dat God mens kan worden.
Zij zeggen: “Het goddelijke en het menselijke: die twee passen niet bij elkaar. Het is óf het één óf het ander. Een mens kan nu eenmaal niet uit God voortkomen. Mensen kunnen door God worden gemààkt, zoals een houtsnijder beeldjes maakt. Net zomin als houten beeldjes uit een beeldhouwer worden geboren, net zomin kan een mens uit God voortkomen.”
Deze leer werd reeds op het Concilie van Nicea, dat onder leiding stond van keizer Constantijn de Grote (325), officieel als ketterij bestempeld.
Maar de ruzie tussen deze dwaalleer en de ware leer heeft honderden jaren geduurd en talloze slachtoffers geëist.

zaterdag in de tweede week
van de vastentijd


Uit het boek Micha 7, 14-15 + 18-20

De zekerheid dat God altijd opnieuw onze misstappen en tekorten wil vergeten is een bron van geluk voor ons. Zijn grote goedheid openbaart zich telkens opnieuw in de trouw aanzijn Verbond.

Weid uw volk met uw staf, uw geliefde kudde die eenzaam leeft in het woud, omringd door vruchtbaar land. Mogen ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van weleer.
Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte laat ik dit volk wonderbaarlijke daden zien.
Wie is een God als U, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van uw volk nog over zijn; liever toont U hun uw trouw.
Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt u in de diepten van de zee.
U bewijst Jakob uw trouw en Abraham uw goedheid, zoals U gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.

 

Psalm 103, 1 + 2 + 3 + 4 + 9 + 10 + 11 + 12

Refr.: De Heer is barmhartig en welgezind.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen,
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.
Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 15, 1-3 + 11-32

Het 15e hoofdstuk van Lucas is een vreugdelied op Gods geluk wanneer Hij een zondaar terugvindt. De parabel wijst de weg van de bekering: de terugkeer naar de Vader. De weg van de jongste zoon is ook de onze. De oudste zoon, voorbeeld van degelijkheid en fatsoen, schiet te kort. Hij kan het geluk van zijn vader niet begrijpen. Deze parabel leert ons dat God altijd barmhartig is.

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis:
‘Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen.
Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.
Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.
“Vader”, zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”
Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.’

Van Woord naar leven

Centraal in de parabel van de verloren zoon staan volgende woorden: ‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.’

Deze woorden zeggen hoe God is, hoe Hij omgaat met mensen die zich van Hem verwijderd hebben. Hij kijkt naar hen uit, Hij ziet ze wanneer ze aankomen, Hij voelt hun diep leed mee, Hij rent op hen af, valt hen om de hals en kust hen. Ja, zo is God. Prachtig !
Wat een geluk voor ons.

Echter één voorwaarde: wij moeten bereid zijn terug te keren …

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,
groot zijt Gij in uw barmhartigheid. Altijd opnieuw zijn wij bij U welkom. Schenk ons de genade uw omhelzing toe te laten, opdat uw aanraking doorheen uw Zoon ons steeds meer gehoorzaam mag maken aan wat Gij wilt met ons leven.
Amen.