Lezingen van de dag – zaterdag 19 mei 2018


Heilige (of feest) van de dag

Ivo Hélory († 1303)

Ivo Hélory; Tréguier, Frankrijk; priester & jurist

Hij werd op 17 oktober 1253 geboren op het landgoed Kermartin in het plaatsje Minihy dichtbij Tréguier in Bretagne. Hij was van gegoede afkomst. Vanaf 1267 studeerde hij gedurende tien jaren te Parijs rechten, filosofie en theologie. Daarna specialiseerde hij zich verder in de Rechten te Orléans. Van 1280 tot 1284 was hij kerkelijk rechter te Rennes. Hij leidde een gestreng leven: een collega zag toevallig waar hij sliep: er lagen schots en scheef wat blokken hout op de grond, hier en daar wat opgevuld met stro; één of andere goedkope lap deed dienst als deken. Intussen probeerde Ivo zijn kennis en kunde vooral ten goede te laten komen aan de armen en ongeletterden.

Hij ontving in Rennes ook de priesterwijding. Toen de bisschop uit zijn geboortestad Tréguier een beroep op hem deed, kwam hij met de kerkelijke overheden van Rennes tot de slotsom dat hij daaraan gehoor moest geven. Uit erkentelijkheid voor al zijn verdiensten kreeg hij van zijn kerkelijke werkgever te Rennes een paard cadeau; daarmee zou de reis naar huis een stuk sneller en gemakkelijker gaan. Maar voor hij vertrok had hij het alweer verkocht en de opbrengst onder de armen verdeeld.

Van 1292 tot 1298 was hij plattelandspastoor te Louannec. Hij preekte eenvoudig en recht tot het hart van de mensen; bovendien sprak hij gewoon Bretons, de taal van de streek. Intussen bleef hij zijn ambt van advocaat uitoefenen. Men noemde hem al gauw ‘de advocaat van de armen’. Hij was bijzonder scherpzinnig, wanneer hij het onrecht van rijken jegens armen moest ontmaskeren.

Vanaf 1298 trok hij zich terug op het ouderlijk landgoed dat hij had geërfd. Hij richtte er gasthuizen in voor zieken, bejaarden, wezen en zwerfkinderen. Hij sliep zelf op een houten brits met een stromatras. De bijbel diende hem als hoofdkussen. Daarnaast had hij er een kapel en een spreekkamer. Daar aanhoorde hij alle klachten over het onrecht dat de rijken de armen aandeden.

Van overal kwamen armen, analfabeten en rechtelozen zijn hulp inroepen. Vaak ging hij zelf naar het kasteel van een rijke heer om een koe of schaap terug te vorderen, dat door de heer in beslag genomen was, zogenaamd omdat een boer zijn belasting niet had betaald.

Thuis deelde hij elke avond zijn tafel met een hele drom zwervers en bedelaars. Hij was degene die hen bediende en verzorgde. Er wordt verhaald dat op een avond een bijzonder onappetijtelijke verschijning aan zijn poort kwam aankloppen. De man zat onder de zweren en hij stonk afschuwelijk. Ivo liet hem aan zijn rechterhand plaatsnemen. Hij at met hem samen uit dezelfde schotel. De anderen waren nog lang niet uitgegeten, toen de vreemde zwerver alweer opstond om te vertrekken. Bij de deur stak hij zijn hand op en groette allen: “De Heer zij met u.” Onmiddellijk nadat hij door de deur was verdwenen, keerde hij terug, maar nu zo stralend en schitterend en zo’n weldadige geur verspreidend, dat het voor ieder duidelijk was: dit is de Heer zelf. Nog lang daarna hoorde men Ivo verzuchten: “Ik kan het maar nauwelijks geloven dat de Heer aan ons een bezoek heeft gebracht. Ik had Hem ook bijna niet herkend.”

Bij zijn leven al werd hij beschouwd als een groot heilige.

Hij is patroon van Bretagne; van de steden Rennes en Tréguier alsmede van de universiteit van Nantes. Daarnaast is hij beschermheilige van de rechtspraak. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een goed en eerlijk verloop van een proces. Daarnaast is hij beschermheilige van de juristen (rechtsgeleerden), procureurs, rechters, vrederechters en gerechtsdienaren, advocaten, notarissen en deurwaarders en van alle ministeriële ambten; van pastoors en priesters; van de armen en wezen; bovendien van draaiers en houtbewerkers. De kerk te Tréguier waar hij begraven ligt, is nog altijd een drukbezocht bedevaartsoord.

zaterdag in de 7e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 28, 16-20 + 30-31

Het boek van de Handelingen eindigt met het beeld van Paulus die te Rome twee volle jaren het Rijk Gods en het evangelie verkondigt. Een hoopvol beeld, dat zich steeds doorheen de eeuwen zal blijven herhalen: mensen die geboeid door Jezus, voor Hem hun leven inzetten. De ene voelt zich meer zeker dan de andere, maar elke christen moet deze verkondiging door woord en leven in stand houden.

Bij onze aankomst in Rome kreeg Paulus toestemming om een eigen woning te betrekken, met een soldaat als bewaker.
Na drie dagen riep hij de Joodse leiders bij zich. Toen ze bijeengekomen waren, zei hij tegen hen: ‘Broeders, ofschoon ik ons volk niets heb misdaan en de gebruiken van onze voorouders niet heb geschonden, ben ik door de Joden in Jeruzalem gevangengenomen en uitgeleverd aan de Romeinen, die me na verhoor wilden vrijlaten omdat er geen enkele grond was om mij ter dood te veroordelen. De Joden tekenden daar echter bezwaar tegen aan, zodat ik me gedwongen zag me op de keizer te beroepen, overigens zonder mijn volk van iets te willen beschuldigen. Dat is de reden waarom ik u verzocht heb hier met mij te komen spreken, want het is juist omwille van de hoop die Israël koestert dat ik deze boeien draag.’
Paulus verbleef twee jaar in het huis dat hij gehuurd had en ontving daar iedereen die naar hem toe kwam.
Hij verkondigde het Koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd.

 

Psalm 11, 5-7

Refr.: Rechtvaardig is de Heer.

De Heer keurt rechtvaardigen en zondaars.
Wie het geweld liefhebben, haat Hij.

Vuur en zwavel stort Hij over hen uit,
storm drinken zij uit de beker die Hij aanreikt.

Rechtvaardig is de Heer,
Hij heeft rechtvaardigheid lief.
De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 21, 20-25

Johannes beëindigt zijn evangelie met een oproep tot allen die het zullen horen of lezen, opdat ze het in geloof benaderen. Hij was de leerling die Jezus beminde. Hij stelt zich als waarborg voor de waarde van deze boodschap. Johannes wil zeggen: Mensen van alle tijden, het is de moeite u aan deze Jezus toe te vertrouwen.

Toen Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde–de leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die Hem zou verraden.
Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’
Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom. Maar jij moet mij volgen.’
Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze leerling niet zou sterven, maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven’, maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom.’
Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.

Van Woord naar leven

We hoorden Jezus zeggen tot Petrus: ‘Het is niet jou zaak…’ enzoverder.

Hier was het niet de zaak van Petrus om te weten wat de verdere weg en opdracht van Johannes zou worden naar de toekomst toe. Petrus moet zich daar, naar het woord van de Heer, niet druk om maken. Het enige wat hij moet doen is zelf Jezus volgen.

Ik denk dat vele ouders in deze valkuil terecht komen. Vanuit een goed bedoelde zorg voor hun kinderen hebben ze dikwijls een droom voor zoon- of dochterlief. In het beste geval wordt er samen nagegaan en beslist welke studierichting zij het beste kunnen volgen, zodat ze daarna dat werk kunnen verrichten dat hen ligt en dat ze aankunnen. Versta me niet verkeerd, daar is natuurlijk niets mis mee.

Maar gaan ouders ook het gesprek aan met hun dochter of zoon wat de wil van God zou kunnen zijn in hun leven. Het gesprek van de studiekeuze moet natuurlijk ook gebeuren, maar het gesprek over God ook. En het gesprek over de studiekeuze kan zelfs in het licht van het gesprek met God. Je kan namelijk ook een studiekeuze aangaan vanuit het besef dat God wat wil met je leven. Maar daarvoor moet je dus de vraag naar wat Gods wil kan zijn in je leven betrekken in je studiekeuze.

Niet dat ouders moeten bepalen wat God wil voor hun kind (daar waarschuwt Jezus vandaag juist voor), maar ouders hebben, mijn inziens, wel de opdracht, en de roeping, het kind aan te zetten na te denken over Gods wil in zijn of haar leven, en wel zo dat de kinderen, de pubers, de jongvolwassenen, deze vraag met regelmaat ‘voorleggen’ aan God; in gebed, in de uitdrukkelijke vraag hier met de tijd duidelijkheid in te krijgen.

Morgen is het hoogfeest van Pinksteren. We gaan gedenken en vieren hoe de Geest neerdaalde op Maria en de leerlingen. De Heilige Geest, die niet enkel beloofd was, maar die ze ook broodnodig hebben.
Dit laatste is iets van alle tijden. Wie de Geest mist, mist Gods trein. Laten we dat onze jongeren vandaag bijzonder toewensen: dat ze ontvangers en dragers mogen zijn van de Geest. En mogen de ouders hun kinderen zo nabij zij dat zij opgevoed worden in het belang van biddend in het leven te staan. Ja, onder andere om Gods wil in hun leven te leren kennen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
moge uw Geest neerdalen op onze jonge ouders, opdat zij als gezin biddend in het leven mogen staan; geopend voor U en de weg die Gij met hen wilt gaan.
Kom Heilige Geest. Amen.