Lezingen van de dag – zaterdag 2 april 2016


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus a Paola (+ 1508)image_phplTyRha

Franciscus a Paola, Plessis, Frankrijk; ordestichter

Franciscus is genoemd naar Franciscus van Assisi. Zijn ouders waren zeer arme mensen. Ze woonden in Paola, een klein plaatsje aan de Calabrische kust ten zuiden van Napels. Geruime tijd bleef hun huwelijk kinderloos. Vandaar, dat ze de inspraak van Franciscus van Assisi inriepen en God om een kind vroegen. Toen dan ook enige tijd daarna een kind geboren werd, beschouwden ze dat als een regelrechte gebedsverhoring, en noemden het naar Franciscus van Assisi.

Van jongs af aan bleek het kind gevoelig voor de dingen van God. Het vastte veel en leidde een zeer sober leven. Het werd voor een religieuze opvoeding toevertrouwd aan de franciscaner monniken van een klooster uit de buurt. Op 15-jarige leeftijd trok hij zich in de eenzaamheid terug in een grot om het leven van een kluizenaar te leiden. Hij sliep op de rotsgrond, at de planten en kruiden die hij in het naburig bos vond, of soms van wat zijn vrienden hem brachten. Veel was het in ieder geval niet. Nog voor zijn 20e sloten zich twee andere jongemannen bij hem aan. Deze harde leefgemeenschap groeide uit tot een heuse religieuze orde, welke in 1436 werd gesticht en in 1474 officieel goedgekeurd: de Minimi of Miniemen; zo genoemd, omdat zij werkelijk de minsten wilden zijn naar het voorbeeld van Jezus.

Er werd een huis gebouwd, en een grote kerk; en er ontstond steeds meer toeloop. Maar de levenswijze bleef streng: men sliep op een matje op de rotsgrond; een blok hout of grote steen diende als hoofdkussen; men sliep niet meer dan strikt noodzakelijk was; men gebruikte één maaltijd per dag, en deze bestond meestal alleen uit water en brood. Bereidde men zich voor op een feestdag, dan at men de twee dagen tevoren meestal helemaal niets. Franciscus betreurde het, dat de regels voor de vasten in de Kerk telkens weer verslapten; hij was ervan overtuigd, dat de gelovigen de weldaad van consequent vasten en het zich ontzeggen van allerlei levensbehoeften niet beseften.

Over Franciscus worden wonderlijke verhalen verteld. In de jaren 1447, 1448 en 1449 zou hij bij herhaling de verovering van Constantinopel door de Turken hebben voorspeld: deze vond inderdaad plaats in 1453. Er zijn zelfs heel wat officiële documenten bewaard gebleven, waarin met bijna wetenschappelijke bewijzen wordt gestaafd hoe vaak hij allerlei kerkelijke en maatschappelijke gebeurtenissen had voorspeld. Daarnaast zijn er ook genezingen en andere wonderen bekend.

Eens kwam een hoge ambtenaar naar hem toe om hem duidelijk te maken, dat al te grote gestrengheid in het geestelijk leven tot misgroei en zelfs hoogmoed kon leiden. Franciscus hoorde hem geduldig en vriendelijk aan, en ging zeer liefdevol in op de opmerkingen van de man. Maar deze was zichtbaar niet overtuigd. Daarop nam Franciscus een vurige kool uit het brandende vuur en hield deze geruime tijd in zijn hand voor de ogen van de ambtenaar, en hij zei: “Alle schepselen gehoorzamen aan mensen die God met een zuiver hart dienen.”

Koning Lodewijk XI van Frankrijk († 1483) lag doodziek in zijn verblijf te Plessis. Maar de zucht naar het leven was zo sterk, dat hij niet alleen koning Ferdinand van Napels, maar ook de Paus de opdracht gaf de beroemde Franciscus naar hem toe te sturen; met de bedoeling dat deze hem zou genezen, en hem zou redden van een vroegtijdige dood. Hij loofde een hoge beloning uit voor de eerste die hem zou komen berichten, dat Franciscus voet op Franse bodem had gezet, en stuurde vervolgens de kroonprins op hem af bij wijze van geleide. Op 24 april 1482 kwam de man Gods in Plessis aan. De koning kwam zelf naar buiten om hem te begroeten. Hij viel hem te voet en smeekte, dat hij God zou vragen om een langer leven voor hem, de koning van Frankrijk. Maar Franciscus antwoordde ter plekke, dat hij zoiets nooit zou beloven; en bracht hem vervolgens onder ogen, dat het leven van een koning evenzeer aan een bepaalde grens gebonden was als dat van de allerlaagst geplaatste mens. Het zag er naar uit, dat Gods besluit met hem, Lodewijk, vaststond. De koning deed er beter aan zich bij de feiten neer te leggen en de resterende tijd te gebruiken om zich op gepaste wijze voor te bereiden op zijn dood. Dat deed de koning, zodat deze in vrede afscheid kon nemen van zijn vrouw en kinderen: hij stierf in de armen van Franciscus op 30 augustus van hetzelfde jaar.

Zijn zoon en opvolger, Karel VIII, vatte een grote bewondering voor hem op, en overlaadde hem met gunsten. Hij bouwde overal kloosters voor hem, en zorgde aldus voor een geweldige verbreiding van zijn orde. Franciscus bleef in Plessis. In die tijd was hij onder meer geestelijk leidsman van de zalige Margaretha van Lotharingen († 1521; feest 2 november). Tenslotte stierf hij te Plessis op 2 april 1508, ruim 91 jaar oud.

Reeds in 1519 werd hij officieel heilig verklaard.
Zijn relieken werden tijdens de woelingen van de Reformatie op een 13e april door ketters verbrand.

Hij is patroon van de kluizenaars en  sinds 1943 van de Italiaanse zeelieden (ooit zou hij bij gebrek aan een boot op zijn mantel de zee naar Sicilië zijn overgestoken); hij wordt met name aangeroepen door onvruchtbare echtparen om kinderen te krijgen, in tijden van lijden, en tegen de pest.

Hij wordt afgebeeld in een zwart religieus habijt, waarvan de kraag tot over de gordel omlaag valt. Vaak met het woord ‘glorie’ ergens op de afbeelding, meestal boven hem; of als asceet met gesel, boek en doodskop.

04-02-1508-franciscus_6

ZATERDAG IN DE PAASWEEK


Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 13-21

Echt geloven is iets ervaren, door Iemand geraakt worden. We zien dit gebeuren bij de apostelen. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Geloven kan men niet zonder er iets van te tonen in zijn leven. Wat het ook mag kosten: elke christen wordt gezonden om te getuigen, tegenover allen met wie hij leeft.

Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd. Maar omdat ze de man die genezen was bij hen zagen staan, konden ze niets tegen hun woorden inbrengen.
Nadat ze hun bevolen hadden de raadszaal te verlaten, overlegden ze met elkaar. Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen. Maar om te voorkomen dat het gerucht zich nog verder onder het volk verspreidt, moeten we hen waarschuwen met niemand meer over Jezus te spreken en hun verbieden zijn naam nog te gebruiken.’
Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van Jezus op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten.
Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar Hem? Oordeelt u zelf! We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’
Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd.

 

Psalm 118, 1 + 14 + 15 + 16 + 17 + 18 + 19 + 20 + 21

Refr.: Ik dank U God dat U mij hebt gehoord.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
De Heer is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
Hoor, gejubel om de overwinning Resurrection-Icon
in de tenten van de rechtvaardigen:
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.

De rechterhand van de Heer verheft mij,
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.
Ik zal niet sterven, maar leven
en de daden van de Heer verhalen.
De Heer heeft mij gestraft,
maar mij niet prijsgegeven aan de dood.

Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de Heer te loven.
Dit is de poort die leidt naar de Heer,
hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde
en mij de overwinning gaf.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 16, 9-15

Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven.

Nadat Jezus vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was opgewekt.
En Hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.’

Van Woord naar leven

Jezus sprak: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.’

Jezus was niet enkel de Blijde Boodschap, Hij droeg ze ook uit, met de bedoeling dat z’n volgelingen deel zouden krijgen aan die Blijde Boodschap (lees: deel krijgen aan het leven van Hem), en er, net zoals Hij, uitdragers van zouden zijn. Een opdracht voor de apostelen, maar in zekere zin ook een opdracht aan het adres van ieder van ons. Het is een oproep van alle tijden voor ieder mens die de kans gekregen heeft de Heer te leren kennen.

Het zou een vergissing zijn te denken dat enkel paus, bisschoppen, priesters en religieuzen belast zouden zijn met deze opdracht. Nee, elke christen is in wezen gezonden om drager en uitdrager te zijn van het evangelie. Paus Franciscus zal het beslist anders doen dan de gewone man/vrouw in de straat, en toch gaat het in wezen om dezelfde zending.

De voorwaarde om uitdrager van iets te kunnen zijn is dat je er drager van bent. Willen we dus het evangelie uitdragen, zullen we er dus eerst drager van moeten zijn. Drager van het evangelie zullen we worden door het met regelmaat te beluisteren, te lezen, te bemediteren, te bestuderen.

Het evangelie beluisteren is Christus beluisteren. Het evangelie lezen is Christus lezen. In wezen is het evangelie beluisteren of lezen dus gebed. Het is doorheen de woorden Hem ontvangen, Hem ontmoeten.

En dan gaat het niet zozeer over woorden als een aaneenschakeling van letters, maar veeleer over de inhoud van wat de woorden weergeven. Het gaat dus niet om het woord als woord als dusdanig, maar om de inhoud (betekenis, en kracht) van de woorden, ons door God geschonken.

De evangelies zijn immers niet enkel woorden uit een verre geschiedenis, maar het is ‘levend Woord’, zoals we dat zeggen, wat betekent dat het de genade van de Heer in zich draagt; de genade die ieder van ons nodig heeft op de moment wanneer we het evangelie beluisteren, of lezen, dit met de bedoeling Gods wil te leren kennen en te groeien in ons ja-woord tot de Vader.

Laat ons het evangelie liefhebben, het dagelijks omarmen, het bij wijze van spreken ‘opeten’.

De evangelies staan vol prachtige verhalen, anekdoten, gesprekken, daden, oproepen, enz… Allemaal zaken die ons innerlijk voeden, niet alleen omdat ze spiritueel gezien interessant zijn, maar vooral ook omdat de Heer door al deze zaken naar ons toekomt mét zijn genade te mogen en kunnen delen in zijn liefde.

Moge het lezen van de evangelies geen egotrip worden in onszelf, maar laten we de Blijde Boodschap ook uitdragen, waartoe het evangelie van vandaag oproept. Voor de meeste van ons hoeft dat doorgaans niet gepaard te gaan met grote woorden. Gewoon vanuit Gods liefde liefhebben, vergeven, barmhartig zijn, enz… we weten eigenlijk maar al te goed wat het inhoudt. Het is een kwestie van doen, ervoor kiezen, ervoor gaan. Echt waar.

Het evangelie belichamen kent echt mooie en diepe vruchten, zoals we allemaal weten. Het maakt gemeenschap, het brengt leven, het schept vreugde. Het zijn vruchten waar op zoveel plaatsen de wereld diep naar dorst. Het zijn vruchten die zo haaks staan op de aanslagen van vorige week te Brussel, eerder in Parijs en dagelijks (ja, dagelijks !) in Syrië en elders. Misschien een reden te meer dat we als christenen, hier en wereldwijd, ons meer moeten profileren in onze samenlevingen waar de angst en de woede om al die terreur (wat de mens meer dan we vermoeden naar beneden haalt) soms de bovenhand krijgen. We moeten dit niet opdringerig of hoogmoedig doen, maar wel duidelijk en klaar, vastberaden, eerlijk, oprecht en biddend.

Graag vanuit de innerlijke vreugde van Pasen !!

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
trek ons in de warmte van uw vrede opdat aefac9c3ff6fb94ca1fe1861d04bf21ewij getuigen mogen zijn van uw aanwezigheid, dragers van uw liefde, uitdragers van uw goedheid. Geef dat wij als geloofsgemeenschap deze zending ernstig zouden nemen, haar met blijdschap zouden dragen en verrichten, opdat allen U mogen leren kennen en ontmoeten.
Kom heilige Geest.
Amen.