Lezingen van de dag – zaterdag 2 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Jan van Ruusbroec  († 1381)

Jan van Ruusbroec (ook van Ruysbroek), Brussel, België; mysticus

Jan van Ruusbroec studeerde aan de Latijnse school te Brussel. In 1317 ontving hij de priesterwijding en was vijfentwintig jaar lang kapelaan aan de St-Goedelekerk (= de huidige kathedrale St-Michiel). Het was nog in Brussel dat hij zijn belangrijkste mystieke werken schreef, waaronder Die cierheit der gheesteliker brulocht (= ‘Sieraad van de geestelijke bruiloft’).

Een levensbeschrijving uit 1624 weet over hem te vertellen dat hij gewoon was zich terug te trekken in de bossen, wanneer hij een verlichting ontving. Dan schreef hij op een wastafeltje al wat de Heilige Geest hem ingaf. Soms ging er geruime tijd overheen, voordat hij weer een nieuwe verlichting kreeg. Maar als hij ook die weer opschreef, sloot die naadloos op de vorige aan. Zodat het tenslotte leek alsof hij het boek in één adem had gecomponeerd en opgeschreven, terwijl het in feite met zeer lange tussenpozen tot stand was gekomen.

In 1343 trok hij zich nabij Waterloo definitief terug in de eenzaamheid. Met twee kanunniken stichtte hij in het Zoniënwoud een priorij van reguliere kanunniken van St-Augustinus, Groenendaal geheten (thans gelegen in de gemeente Hoeilaart). Hij werd de eerste prior. Hier schreef hij Vanden seven sloten (1346) en Van seven trappen. Zijn Spieghel der ewigher salicheit (1359) is een eucharistisch traktaat.

Tenslotte nam zijn bekendheid zo toe dat hij tegen het einde van zijn leven in Groenendaal werd opgezocht door Geert Groote († 1384; feest 20 augustus), de grondlegger van de Moderne Devotie.

Door bewonderaars werden hem verschillende eretitels toegedicht als ‘de Wonderbare’, ‘Doctor extaticus’ (‘verheven leraar’), zelfs ‘Doctor divinus’ (‘goddelijke leraar’) of ‘Grootmeester van de Nederlandse mystiek’ Het bijzondere van zijn werken is vooral dat hij ze oorspronkelijk niet in het Latijn, maar in het Middel-Nederlands schreef.

Het was paus Pius X († 1914; feest 3 september) die hem in 1908 zalig verklaarde.

zaterdag in week 34 door het jaar


Uit het boek Daniël 7, 15-27

Als de Mensenzoon de heerschappij van de Allerhoogste heeft ontvangen draagt Hij die over aan zijn volk. Christus wordt dan in de volle zin van het woord de leider ervan en ‘alle machten zullen Hem gehoorzamen’.

In die dagen sprak Daniël:
‘Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring.
Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring:
“Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden–voor eeuwig en altijd.”
Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken–de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.
Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden.
Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen Hem dienen en gehoorzamen.”’

 

Dan. 3, 82-87

Refr.: Nederigen van hart, prijs de Heer.

Mensen, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Israël, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Priesters, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Tempeldienaars, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Geest en hart van de rechtvaardigen, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

Al wie nederig is en God vereert, prijs de Heer,
bezing en verhoog Hem in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 34-36

Jezus’ woorden over de eindtijd zijn een oproep tot voortdurende waakzaamheid om ‘stand te mogen houden voor het aangezicht van de Mensenzoon’. Om oog te hebben voor zijn nabijheid midden onder ons.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.
Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’

Van Woord naar leven

Waak en bid. Heel vaak worden deze woorden in één adem genoemd. En terecht. Waakzaamheid en gebed hebben in wezen diep met elkaar te maken.
In het gebed ontmoeten we immers de Heer die ons geweten vormt. Dit geweten is de plaats waar wij keuzes maken; grote levenskeuzes, maar ook de vele kleine keuzes doorheen de dag.
Wie niet waakt over zijn door Christus gevormd geweten, zal niet enkel gewetensdoof worden, maar geruisloos zal hij zich verwijderen van Christus, met alle gevolgen van dien.
Echte waakzaamheid is in wezen een voortdurende alertheid voor de stem van Christus in ons geweten. Leven vanuit deze waakzaamheid zal ons in Christus houden, zodat de keuzes die we maken vanuit Hem zullen gebeuren; door Hem gezegend, met zijn genade vervuld.

Het evangelie van vandaag roept om ‘zuiver’ voor de Mensenzoon te verschijnen bij ons aards sterven. Inderdaad, ook dit vraagt een waakzaamheid. Een gezond verlangen naar het hemels leven zal ons helpen deze waakzaamheid goed te doorleven.

En morgen, lieve mensen, begint de advent. Een tijd van verlangen, verwachting, een tijd van dragen en baren.
De adventstijd… een heilige tijd. Ik kijk er naar uit. Ik hoop u ook. Laten we het samen doen, biddend en ons gevend aan de genade van het verlangen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de genade van diepe waakzaamheid; liefde voor uw inwoning in ons. Wil doorheen de stilte van het gebed ons in U opnemen, opdat wij onopvallend en klein dragers en uitdragers mogen worden van uw Vrede, uitdragers van U.
Amen.