Lezingen van de dag – zaterdag 2 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Athanasius van Alexandrië (+ 373)

Athanasius van Alexandrië

Athanasius van Alexandrië

Athanasius van Alexandrië (ook de Grote), Egypte; bisschop & kerkleraar; † 373.

Hij moet rond 296 in Alexandrië geboren zijn. Hij studeerde aan de beroemde school van zijn geboortestad. Reeds als diaken wist hij Aríus te ontmaskeren als dwaalleraar.

Als assistent van zijn bisschop Sint Alexander († 328; feest 26 resp. 27 februari) maakte hij het Concilie van Nicea mee. Enige tijd na terugkomst in Alexandrië werd hij in 328 benoemd tot diens opvolger als patriarch van die stad. Veertig jaar lang gaf hij leiding aan de hem toevertrouwde kudde. Vijf keer moest hij zijn onvermoeibare strijd voor de goddelijke natuur van Christus betalen met een verbanning: in 336 naar Trier; van 339 tot 346 naar Rome; van 356-362 in de woestijn; nog eens van 362 tot 363 en tenslotte van 365 tot 366. Intussen schreef hij heldere verhandelingen waarin hij de ware leer van de Kerk duidelijk uiteenzette. Als leerling van Antonius de Grote († 356; feest 17 januari), tekende hij enkele jaren na diens overlijden (” 360) zijn levensverhaal op in de vorm van een ooggetuigenverslag. Zijn herhaalde verbanningen hadden als onbedoeld neveneffect, dat zijn werken ook in het westen bekend raakten.

Sinds 1454 rusten zijn stoffelijke resten in de San-Zaccaria te Venetië. Met Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomus behoort hij tot de vier grote Griekse kerkvaders; soms wordt Cyrillus van Alexandrië er als vijfde aan toegevoegd. De oosterse kerk beschouwt hem als een van de drie heilige prelaten. In de loop der geschiedenis gaf men hem de titels ‘Vader van de Orthodoxie’, ‘Steunpilaar van de kerk’ en ‘voorvechter van Christus’ goddelijkheid’.

In 1568 werd hij in de westerse kerk uitgeroepen tot kerkleraar.

Ook in de Koptische kerk geniet hij verering.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn.

ZATERDAG IN DE 4e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 44-52

Voor de persoon van Jezus en voor zijn boodschap, moeten wij geloof opbrengen, ofwel uitvluchten zoeken om er niet op in te moeten gaan. De Joden in Antiochië, die geloven in de God van het Oude Testament, weigeren Christus, Zoon en gezondene van die God, te aanvaarden. De heidenen echter nemen het geloof aan in God én in de gezonden Zoon. Reeds hier wordt met het geloof van eenvoudigen gelachen, maar de vreugde van de heilige Geest kan men de gelovigen nooit ontnemen.

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van de Heer te luisteren.
Bij het zien van de mensenmenigte werden de Joodse leiders jaloers en begonnen ze de woorden van Paulus op godslasterlijke wijze verdacht te maken.
Maar Paulus en Barnabas zeiden onomwonden: ‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. Want de Heer heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’
Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof.
Het woord van de Heer verspreidde zich over de hele streek.
De Joden hitsten echter de vrome vrouwen uit de hogere kringen op, evenals de vooraanstaande burgers van de stad, en wisten hen zover te krijgen dat ze zich tegen Paulus en Barnabas keerden, zodat die uit het gebied werden verdreven.
Maar zij schudden het stof van hun voeten omdat ze niets meer met hen te maken wilden hebben en vertrokken naar Ikonium.
De achterblijvende leerlingen waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

 

Psalm 98, 1-4

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde.

Zing voor de Heer een nieuw lied: candle-060_6x10_150dpi
wonderen heeft Hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 7-14

Wanneer Jezus voor het laatst samen is met zijn apostelen richt Hij zich biddend tot zijn Vader. Hij overziet zijn opdracht. Het is de Vader die ze Hem gegeven had. Zijn Vader wil Hij aan de mensen leren kennen. Zelfs zijn eigen apostelen begrijpen dit niet.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’
Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: Ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet.
Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal Ik het doen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’

Wanneer we naar Jezus kijken zien we God die mens geworden is onder ons. In Jezus straalde Gods heerlijkheid. Zijn werken, zijn hele leven, waren daarvan het teken.

Jezus vraagt ons te doen wat Hij gedaan heeft, en wel in zijn naam, verbonden met Hem. Wie in deze overgave kan leven wordt op zijn beurt een afstraling van de Vader, en toont, net zoals Jezus, de Vader aan de wereld.

Laten we levende iconen worden van Gods liefde.
Hoe ? Door lief te hebben.
Niet talmen. Gewoon doen. Biddend, eenvoudig, fris en blij. Met en in de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, images
kom in ons, til ons op in U, leef in ons.
Neem bezit van ons als uw instrumenten opdat Gij uw werken moogt herhalen door ons heen.
Dat wij op deze wijze met U een afstraling mogen zijn van Gods heerlijkheid.
Amen.