Lezingen van de dag – zaterdag 2 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Margarita van Leuven († 1225)

België; martelares

Zij werd in het begin van de 13e eeuw – waarschijnlijk in het jaar 1207 – te Leuven geboren, en was afkomstig uit een armelijk milieu. Op haar achttiende werkte zij als dienstertje in herberg ‘Sint Joris’ aan de Holstraat; deze werd gedreven door haar oom Amandus. Hij ontving er vooral pelgrims. Toen oom en tante besloten bij de cisterciënzers in te treden, verkochten zij hun herberg. Margriet gaf te kennen dat zij in wilde treden in de orde van de cisterciënzerinnen, indertijd ook wel naar hun stichter ‘bernardinen’ genoemd.

Maar op de vooravond dat de herbergier zijn woning zou verlaten, klopte er een groepje van acht pelgrims aan met de vraag of zij onderdak konden krijgen. Omdat alle drank al het huis uit was, werd Margriet er met een kruik in de hand op uit gestuurd om ergens iets voor de kerels te halen. Zij bleken echter verklede bandieten die precies op de hoogte waren van de situatie. Zij wisten dat er geld in huis moest zijn en maakten van de afwezigheid van het meisje gebruik om de herbergier en zijn vrouw te vermoorden en de zaak leeg te plunderen. Toen het dienstmeisje bij terugkomst de afschuwelijke waarheid ontdekte, werd zij buiten de stad gesleurd, verkracht en met een priem om het leven gebracht. De schurken gooiden haar lijk in de Dijle. Dit alles speelde zich af op 2 september 1225.

Een paar dagen later werd zij door vissers in het water aangetroffen, met nog een stuk van de kruik in haar hand. Zij borgen haar lichaam en begroeven het op de oever, maar gaven er geen bekendheid aan, omdat zij vreesden dat zijzelf dan de schuld zouden krijgen. Voorbijgangers meenden een wonderbaar licht boven die plek te zien. Daarom werd zij weer opgegraven en bijgezet in een houten kapelletje naast de grote Sint-Pieterskerk.

Honderd jaar later werd dit verhaal door een monnik wat opgesmukt en vroom verfraaid. Hij vertelde dat het lijk van Margriet in het water niet zonk, maar door vissen omhoog werd gehouden. Zo dreef het tegen de stroom in naar Leuven terug. Op dat moment verbleef hertog Hendrik van Brabant op de Keizersberg. Die nacht werd zijn aandacht getrokken door een wonderlijk schijnsel boven het water en gezang van engelen aan de hemel. Zo keerde Margriet terug naar Leuven, plechtig begeleid door een processie van de hertog en zijn vrouw, en al de burgers van de stad.

Niet lang na haar dood werd haar leven op schrift gesteld door de cisterciënzermonnik Caesarius, prior van klooster Heisterbach († 1240); hij stond in nauwe betrekking met het Brabantse cisterciënzerklooster Villers even ten zuiden van Brussel. Dat was het klooster waar oom Amandus had willen intreden.

Caesarius weet nog te vertellen dat Amandus en zijn vrouw na hun dood verschenen aan een monnik van Villers. Deze vroeg hun waar zij zich bevonden. Zij antwoordden, dat ze de volmaakte heerlijkheid nog niet bereikt hadden. Daarop vroeg de monnik naar het meisje. Waarop de verschijningen zeiden: “Al wat wij aan genade ontvangen hebben, danken we aan de verdiensten van Margriet. Wij durven zelfs niet op te zien naar de heerlijkheid waarin zij zich bevindt.” En Caesarius besluit: “Zie je nu hoeveel eenvoud en schuldeloos leven bijdragen tot de marteldood?”

In 1540 werd de houten kapel vervangen door een van steen. In de Sint-Pieterskerk staat haar levensverhaal afgebeeld op vijf schilderijen van Pieter Jozef Verhagen (ca 1760). Boven een zij-ingang is er een borstbeeldje van haar aangebracht. In de stad is op de plaats van het misdrijf sinds kort een beeld van Margriet geplaatst: zij is naakt afgebeeld op haar rug boven op de stroom van het water; het maakt eerder een erotische dan piëteitvolle indruk.

Zij is patrones van horecapersoneel en wordt afgebeeld als jong dienstmeisje met kruik.

zaterdag in week 21 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 4, 9-12

Wij weten wel dat de naastenliefde het voornaamste is van het christendom. De christenen van Tessanlonica wisten dat ook. Maar hun leven en vooral hun aandacht in dit licht beschouwen, was iets anders. Paulus moedigt hen aan werk te maken van deze richtlijnen.

Over de onderlinge liefde hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. U doet dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen u aan het nog veel meer te doen en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen, opdat u een eerzaam leven zult leiden in de ogen van hen die niet tot de gemeente behoren, en u van niemand afhankelijk bent.

 

Psalm 98, 1 + 7-9

Refr.: Zing voor de Heer een nieuw lied.

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,
laat juichen de wereld met haar bewoners.
Laten de rivieren in de handen klappen
en samen met de bergen jubelen voor de Heer.

Want Hij is in aantocht als rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen naar recht en wet.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 14-30

Het leven is een gave en een taak die wij samen en ieder naar zijn mogelijkheden en talenten moeten helpen uitbouwen. Wij worden aangemoedigd ze ten volle te laten ontwikkelen zodat de anderen ervan kunnen genieten en er geen schade van ondervinden.

Jezus hield zijn leerlingen volgende gelijkenis voor:
‘Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij.
Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Van Woord naar leven

Laten we, om deze parabel goed te verstaan, vertrekken van het woord talent. Dit woord roept iets op dat je gegeven wordt. Een talent kan je niet kopen in een grootwarenhuis. Er bestaat nergens een firma waar talenten gemaakt worden. Niemand in heel de wereld heeft er een patent op. Talenten zijn aangeboren.
Wat uit de parabel nog het duidelijkst naar voor komt, is dat ieder mens talenten van God meekrijgt. God gaat, wat dit betreft, aan niemand helemaal voorbij. Van onszelf durven we niet zo vlug zeggen dat we talenten hebben. God zegt: ieder mens heeft er. Wat meer is: het komt er niet zozeer op aan of je vijf of twee of maar één talent hebt. De beloning is voor ieder dezelfde, zolang je de gekregen talent(en) maar niet oppot of begraaft als dood kapitaal. Omdat we van God allemaal talenten ontvingen, mogen we ons allemaal ook als een bevoorrecht kind van God zien.

Een tweede les is de volgende: God vertrouwt de mensen. Hij vertrouwt alles van zichzelf, zijn rijkdom, zijn genade, zijn kracht, zijn liefde, en zijn goedheid aan mensen toe. Hij wil het risico met ons lopen dat we er niets mee doen. Het eigenaardigste van alles is: God maakt zijn beloning niet afhankelijk van de vruchten die onze talenten opleveren. Die vruchten komen er gewoon bij. Het enige wat God niet duldt, is dat we uit angst niets durven doen met de gaven uit zijn hand.
In volle vertrouwen vraagt de Heer ons groei, aangroei. Hij rekent erop dat wij de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven werkelijk opnemen, de risico’s inbegrepen. Maar die zijn er zowel langs de kant van God als langs de kant van de mensen.

Ten derde, zegt Matteüs, de heer van de parabel is de Heer van het Rijk. De talenten die Hij ons schenkt, geeft Hij met het oog op de uitbouw van het Rijk. We dienen ze te gebruiken, niet ten bate van onszelf, maar van God. We mogen er nooit aan voorbij gaan dat de Heer ons die talenten schenkt om zijn Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid te vestigen; een Rijk waar hardheid vervangen wordt door goedheid, en egoïsme door voortdurende dienstbaarheid jegens God en de medemensen.
Waar wij met ons vermogen om vrede te stichten ruzies vermijden, daar groeit Gods Rijk. Wie het talent heeft om goed te doen en lief te hebben en dat ook doet met het hart, handen en voeten, bouwt aan het Rijk Gods.

We zullen straks verbaasd opkijken als onze God van trouw en vertrouwen tegen ons zegt: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
maak ons bewust van talenten en gaven die wij van God ontvangen hebben. Geef dat wij ze niet zouden oppotten in onszelf als dood kapitaal, maar dat we ze ten volle mogen gebruiken ter opbouw van uw Rijk.
In uw naam, amen.