Lezingen van de dag – zaterdag 20 augustus 2016


Heilige (of feest) van de dag

Bernadus van Clairvaux († 1153)aa0ca00c-8ef7-44fd-9632-b4f4c0ee3a97

o.cist., Frankrijk; abt & kerkleraar

Bernardus werd vermoedelijk in 1091 geboren te Fontaine-les-Dijon uit een adellijk geslacht. Zijn moeder was Aleth de Montbard († vóór 1150; feest 4 april); zij was reeds op vijftienjarige leeftijd gehuwd met Técelin († ca 1150; feest 4 april), heer van Fontaine-les-Dijon, bijgenaamd ‘de Blonde’. Als het aan moeder had gelegen, was zij zelf liever het klooster in gegaan, maar zij schikte zich in haar lot en volgde haar man naar zijn kasteel. Gelukkig was haar heer een deugdzaam man. Zijn plicht maakte, dat hij haast altijd aan het hof van de hertog van Bourgondië verkeerde, maar ook in dat milieu bewaarde hij zijn godsdienstzin en goede zeden. Het echtpaar kreeg zes zonen en één dochter. In hun opvoeding legden de beide ouders bij hun kinderen de basis voor een onverzettelijke, heilige levenswandel. Moeder besteedde veel zorg en aandacht aan haar kinderen en gaf hun waar ze zelf van leefde: vroomheid en eenvoud. Tijdgenoten zeggen van haar, dat zij van het kasteel een half klooster had gemaakt. Daardoor zou je kunnen zeggen, dat alle kinderen het religieuze leven met de paplepel ingegeven kregen. Ze zijn dan ook uiteindelijk allemaal het klooster ingegaan. De beroemdste werd Bernard.

Toch wees er aanvankelijk niets op dat de onstuimige, radicale Bernard die kant op zou gaan. Maar nadat hij de kloosterschool van Notre-Dame de Châtillon had doorlopen, trad hij in 1112, samen met 5 vijf familieleden en nog 30 edellieden in het klooster van Cîteaux, dat in die tijd onder leiding stond van de grote abt Sint Stephanus Harding († 1134; feest 17 april). Alleen zijn boers Gerard en Nivard waren daar toen nog niet bij; Gerard diende nog in het leger, en zou later intreden. De jongste, Nivard, lieten zij thuis bij vader als troost voor zijn oude dag; hij zou later mét zijn vader naar het klooster komen.

De grote groep nieuwkomers gaf een extra impuls aan de nieuwe orde der cisterciënzers, genoemd naar hun klooster Cîteaux, die al bij abt Robertus van Solesme († 1110; feest 29 april) begonnen was en door de nieuwe ordesregel, ‘Charta Caritatis’ geheten, van de hand van Stefanus Harding zijn beslag had gekregen.

De cisterciënzer beweging
Vanuit Cîteaux stichtte Bernardus en zijn gezellen kloosters in La Ferté-sur-Grosne (1113), Pontigny (1114), Morimond en Clairvaux-sur-Aube (25 juni 1115); Bernardus werd abt van dit laatste klooster: hij zou er voortaan naar genoemd worden. Deze eerste vier vestigingen worden de ‘eerste vier dochters’ van Sint Bernardus genoemd. Ze werden gevolgd door vele tientallen andere, waaronder Fontenay (1119), Igny (1127), Notre-Dame- d’Aiguebelle (1137) bij Montélimar, Villers bij Villers-la-Ville ten zuiden van Brussel (1146), waarvan de ruïnes nog altijd een geweldige indruk op de bezoeker achterlaten, Aulne (1147) en Cambron (1148). Dankzij zijn inspanningen ontstonden er ook vestigingen in Italië (1120), Duitsland (o.a. Amelunxborn, 1129), Oostenrijk (1130), Engeland en Schotland (o.a. Fountains, 1135, en Melrose, 1136), Tsjechië (o.a. Sedlec, 1142), Portugal (o.a. Alcobaça, 1147) en Spanje (o.a. Santes Creus, 1150, en Poblet, 1153). Bekende cisterciënzerabdijen in Zuid-Frankrijk zijn voorts Silvacane (1144), Fontfroide, dat zich in 1146 bij de orde voegde, Sénanque (1148) en Le Thoronet, aanvankelijk al elders begonnen, maar rond 1155 verhuisden de monniken naar de huidige vestiging. Dit alles overziende is het duidelijk, waarom Bernardus ook wel de tweede stichter van de cisterciënzers wordt genoemd.
De officiële benaming van de orde luidt Sacer Ordo Cisterciensis, afgekort als s.o.cist. of o.s.b.cist.; zij worden cistersiënzers van de gewone observantie genoemd, ook Bernardijnen genoemd. Na de hoge middeleeuwen voerden zij een aanzienlijke versobering in, vooral in hun kerken en kloostergebouwen.
Zij gaan gekleed in een witte pij met zwart scapulier waaraan de zwarte capuce is bevestigd, alles bijeengehouden met een brede leren riem. In het koor dragen zij een kovel. Leden van de vrouwelijke tak heten cisterciënzerinnen.

Bernardus’ geestelijk leven
In zijn persoonlijk leven was hij uiterst sober en streng. Volgens zeggen dreef hij bij velen duivels uit en verrichtte hij herhaaldelijk wonderen. De kerk van die tijd was een machtige en rijke kerk. In reactie daarop legden de kloosters de nadruk op de vrijwillige armoede die Jezus zijn apostelen voorhield: “Tracht geen goud, zilver of koper te verwerven om daar uw beurzen mee te vullen” (Matteus 10,09).
Hij verlangde terug naar de armoede en de eenvoud van het begin van het kloosterleven. Maar vele benedictijner kloosters waren in de loop der tijden uitgegroeid tot kapitaalkrachtige grootgrondbezitters; daarmee was de eenvoud en de kloosterlijke geest in zijn ogen verloren gegaan. ‘Zijn’ nieuwe klooster- en kerkgebouwen ademden een rustige sfeer van soberheid; alle weelde en overdaad aan binnen- en buitenkant werden geweerd. Dat bracht hem in botsing met aanhangers van de benedictijner hervormingsbeweging van Cluny, zoals Guillaume van St-Thierry († 1149; feest 8 september) en Petrus Venerabilis van Cluny († 1156; feest 11 mei).

Devotie tot Jezus’ menselijkheid
Mede door de kruistochten leerde men het Heilig Land kennen. En daardoor raakte men weer sterk doordrongen van Jezus’ menselijk bestaan. Tot dan toe was de Heer voornamelijk afgebeeld als overwinnaar in triomferende majesteit. Bernardus schilderde in zijn preken het lijden van de Heer. Zijn devotie voor Jezus’ menselijkheid was zeer groot. Dat leidde tot de legende, dat Maria hem, toen hij eens in gebed was in de kerk van St-Vorles in Châtillon-sur-Seine, in een visioen melk uit haar borst liet proeven.
Net als in zijn preken liet hij zich in zijn brieven en andere geschriften diepgaand inspireren door de Heilige Schrift. Bekend zijn zijn overwegingen bij het Hooglied van Salomo. Zijn hoofdwerk, ‘De Consideratione’ geschreven rond 1148, droeg hij op aan paus Eugenius III († 1153; feest 8 juli). Reeds tijdens zijn leven gaven zijn bewonderaars hem de eervolle bijnaam ‘Doctor Mellifluus’ (= ‘honingvloeiende leraar’).
Bij Bernardus’ dood telde de cisterciënzers orde 339 kloosters, waarvan er 68 rechtstreeks onder Cîteaux ressorteerden; in Engeland waren er 122, in Italië 88, in Spanje 56 en in Duitsland zeker meer dan honderd.

Verering & Cultuur
Na zijn dood werd hij opgevolgd door de uit Brugge afkomstige abt Robrecht Gruuthuse († 1157; feest 29 april). Het waren Guillaume van Saint-Thierry en Arnoldus van Bonneval († 1156; feest 6 februari), die zich meteen aan een levensbeschrijving zetten.
Ruim twintig jaar na zijn dood, 1174, werd Bernardus reeds heilig verklaard. Paus Pius VIII († 1830) riep hem in 1830 uit tot kerkleraar.
Hij patroon van de cisterciënzers; vanwege zijn eretitel ‘honingvloeiend van alle beroepen die met bijen te maken hebben, zoals bijenhouders, waskaarsenmakers en wassmelters; van veehoeders; van drinkers (men dronk eerst sint-bernardsminne om zich te beschermen tegen reisgevaren, later werd het een drankje op zondagmorgen bij het ontbijt…); en van stervenden. Daarnaast is hij beschermheilige van bijen en vee en wordt zijn voorspraak ingeroepen voor gezonde kalveren en dientengevolge tegen zieke koeien en hoornvee en tegen alle gevaren in huis of stal.
Bovendien wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen (kinder)stuipen, jicht, krampen, reumatiek en zogeheten lopende roos (ook sint-bernardsvuur genoemd).
Hij wordt afgebeeld in cisterciënzer habijt, als abt (met staf); vaak met kruis en Jezus’ lijdenswerktuigen; niet zelden zien we hoe Christus zijn handen losmaakt van het kruis en ze naar Bernardus uitstrekt (berust op een visioen of legende); met regelboek of schriftrol; soms een mijter in zijn nabijheid (slaat op zijn weigering de waardigheid van bisschop te aanvaarden); met bijenkorf of zwerm bijen (vanwege zijn eretitel ‘honingvloeiende leraar’); met duivel of demon aan ketting; regelmatig vinden we de legende afgebeeld dat Maria hem van haar melk te drinken geeft (zogeheten ‘Lactatio Bernardi’).

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 20 door het jaarbijbel


Uit de profeet Ezechiël 43, 1-7a

Ezechiël had voorspeld, dat bij ontrouw de heerlijkheid van de Heer de tempel zou verlaten. Tijdens de ballingschap voorspelt Ezechiël dat deze heerlijkheid van de Heer zal terugkeren. Maar nu zal hij wonen in de mensen zelf. Zij vormen de levende bouwstenen voor de woning van de Geest.

Toen nam de man mij mee naar de oostpoort. En daar, vanuit het oosten, zag ik de God van Israël in al zijn luister verschijnen, met een geluid als het gebulder van de zee, en de aarde straalde ervan. Wat ik zag, leek op wat ik had gezien toen ik de verwoesting van de stad zag, en op wat ik had gezien bij het Kebarkanaal, en ik wierp me voorover op de grond. De luisterrijke verschijning van de Heer ging door de oostpoort de tempel binnen.
Toen hief een geest mij op en bracht me naar de binnenhof, en ik zag dat de tempel vol was van de luister van de Heer. Toen werd er vanuit de tempel tegen mij gesproken, terwijl de man naast mij stond: ‘Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon, de plaats waar Ik mijn voeten zet. Hier zal Ik voorgoed blijven wonen te midden van de Israëlieten.’


Psalm 85, 9ab + 10 + 11 + 12 + 13 + 14

Refr.: De glorie van de Heer woont onder ons.

Ik wil horen wat God ons zegt;
de Heer spreekt woorden van vrede.

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij: Drieeenheid_2
zijn glorie komt wonen in ons land.

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus.

Uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.

Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.


Uit het evangelie volgens Matteüs 23, 1-12

Jezus klaagt de gebreken van de Farizeeën aan en wijst op de plichten tegenover de verantwoordelijken in de nieuwe gemeenschap. De christen zal de nederige dienaar zijn van zijn broeders. Hij zal zich niet de eigenschappen aanmatigen die alleen aan God of aan zijn Zoon toekomen.

Jezus richtte zich tot de menigte en tot zijn leerlingen en zei:
‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd. Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.’

Net voor het instellen van de eucharistie heeft Jezus getoond wat eucharistisch leven betekent. Hij (de Zoon van God !) knielde voor zijn leerlingen neer om hen de voeten te wassen. Hij, de belangrijkste, werd dienaar van zijn leerlingen. Na de voetwassing zei Hij: ‘Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.’

Christen zijn is dus dienaar zijn. Niet enkel voor hen die ons liggen, maar ook (en misschien vooral) voor hen die ons niet zo liggen. In de dienstbaarheid ligt een stille genade verborgen die mensen ten diepste raakt. Doorheen de dienstbaarheid is Jezus werkzaam en raakt Hij aan. Daarom is het goed dat we onze dienstbaarheid in naam van de Heer doen, dat wil zeggen: vanuit zijn tegenwoordigheid in ons; met Hem en in Hem. Dus geen zelfprestatie, maar in pure overgave aan de aanwezige Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,bible-641636_960_720
leer ons wat het betekent de mindere te willen zijn. Niet uit een gevoel van onwaardigheid, maar juist vanuit het waardebesef dat Gij ieder van ons uitkiest om door ons heen dienstbaar te zijn. Leer ons de liefde van het evangelie te verstaan en te beminnen. Alle dagen van ons leven.