Lezingen van de dag – zaterdag 21 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Konrad van Parzham († 1894)

Konrad (gedoopt Hans Birndorfer, bijgenaamd ‘Broeder Kuno’) van Parzham ofm.cap; Altötting, Duitsland; kloosterling

Hij heette eigenlijk Hans Birndorfer en werd in 1818 uit straatarme ouders in het Zuid-Duitse Parzham bij Passau geboren. Op 31-jarige leeftijd trad hij als broeder in bij de kapucijnen. Veertig jaar lang deed hij dienst als portier in het Mariaheiligdom te Altötting. Daarmee is in feite zijn hele verhaal verteld.

Wat hem heilige maakte, speelde zich af in het verborgene. Alleen de mensen die bij hem aanklopten kregen er iets van te zien. Hij was een geliefd man. Voor pelgrims, zwervers, armen en bedelaars had hij altijd voedsel, onderdak en een vriendelijk woord. Daarnaast bezat hij de gave mensen op liefdevolle wijze te doorzien. Er zijn gevallen bekend dat hij de toekomst voorzag. Maar het belangrijkste aan hem is toch zijn gebed. Zoals geliefden telkens als het maar even kan, elkaars nabijheid opzoeken, benutte hij alle stille momenten om bij zijn Heer te zijn. En het leek wel, alsof de Heer hetzelfde deed bij hem. Bij alles wat Kuno deed, kon je aan zijn bescheiden vriendelijkheid, zijn geduld en aandacht zien dat de Heer bij hem was.

Hij werd in 1934 heilig verklaard. Tot op de dag van vandaag is Broeder Kuno in Zuid-Duitsland bijzonder populair. In talrijke kerken treft men afbeeldingen van hem aan. Dan is hij gehuld in kapucijner pij, en heeft hij een mand met broden bij zich; vaak bevinden zich kinderen bij hem.

Patroon van portiers en poortwachters; van katholieke jongelingenverenigingen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen bij elke nood.

zaterdag in de 3e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 9, 31-42

In een Kerk die even tot rust komt tussen vervolgingsvlagen, zijn wij getuigen van een pastoraal ziekenbezoek van Petrus, en een huisbezoek bij een overledene. Deze taferelen roepen Jezus’ eigen optreden op. De leerlingen zetten Jezus’ optreden verder dank zij zijn kracht. Merkwaardig is dat beide taferelen eindigen met een verwijzing naar de religieuze bekering en de geloofshouding, die er door worden opgeroepen.

In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.
Toen Petrus door het land reisde, kwam hij ook bij de heiligen die in Lydda woonden. Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar verlamd op bed lag. Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.’ Onmiddellijk stond hij op.
Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen wat er gebeurd was en bekeerden zich tot de Heer.
In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen. Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het dringende verzoek om direct bij hen te komen. Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had. Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de heiligen en de weduwen weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde.
Dit voorval werd in heel Joppe bekend en velen gingen in de Heer geloven.

 

Psalm 116, 12-17

Refr.: Heer, U wil ik een dankoffer brengen.

Hoe kan ik de Heer vergoeden
wat Hij voor mij heeft gedaan ?

Ik zal de beker van bevrijding heffen,
de Naam aanroepen van de Heer.

Ik zal mijn geloften aan de Heer inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk.

Met pijn ziet de Heer
de dood van zijn getrouwen.

Ach, Heer, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:
U hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een dankoffer brengen.
Ik zal de naam aanroepen van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 60-69

Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: ‘Naar wie zouden wij gaan?’ Hij gelooft ‘in woorden van eeuwig leven’.

Veel leerlingen zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’
Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar Hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat Ik gezegd heb is Geest, en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’
Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie Hem zou uitleveren.
‘Daarom heb Ik jullie gezegd’, zei Hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’
Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met Hem mee.
Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’
Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent.’

Van Woord naar leven

De eerste lezing van vandaag leert ons dat geloof in de verrezen Heer leven geeft aan je omgeving. Tenminste, wanneer je bereid bent te leven van binnen naar buiten, en niet jezelf op te sluiten in soort waas van emotionele vreugde vanuit een weten dat de Heer verrezen is.

Nee, een gelovig leven veronderstelt een actief leven, in gemeenschap met de mensen u gegeven, de vrede van de Heer dragend en uitdragend, gelovend dat Jezus door jou heen mensen en situaties aanraakt.

Een christen leeft in de wetenschap dat hij bewoond is door Christus, en dat Hij door hem heen al weldoende wil rondtrekken, wil liefhebben, wil genezen, leven wil schenken.

Laten we als christenen onze huizen en straten, onzen dorpen en steden, vullen met de vrede van God.

Laten we geen angst hebben tot engagement om Gods vrede werkelijk gestalte te geven en uit te dragen.

Deze actie, dit engagement, beperkt zich niet enkel tot zij die zogenaamd actief in het leven staan. Zieke mensen, bejaarden op rust, mensen die om welke reden ook een meer verborgen bestaan leiden, zijn van onschatbare waarde wanneer zij met regelmaat doorheen de dag Kerk en wereld biddend bij de Heer brengen. We mogen deze vorm van missionering of liefdadigheid niet onderschatten.

Dat de mensheid moge groeien tot die gemeenschap waar God van droomt. En moge wij allen, u en ik, Hem daarbij helpen, biddend en werkend, mét Jezus, geleid door het zachte vuur van Gods Geest.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
wij danken U om het mysterie van de opstanding van Jezus waarin wij allen mogen delen. Schenk ons dat diepe blijde enthousiasme dat ons naar de mensen stuwt vanuit Christus’ liefde; eenvoudig, spontaan en gemeend blij.
Geef dat wij elkaar mogen beminnen met de liefde waarmee Gij in Jezus ieder van ons bemint. Moge wij alzo een gemeenschap worden gelijkend op uw Drie-ene Liefde.
Kom heilige Geest. Amen.