Lezingen van de dag – zaterdag 22 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Maria, koningin van de hemel

– gedachtenis –

Zoals Jezus na aankomst bij God bekleed werd met koninklijke waardigheid, zo werd ook Maria bij haar aankomst in de hemel door de Vader en de Zoon in de Heilige Geest tot koningin gekroond.
Hoewel er in de bijbel zelf niets staat over Maria als koningin van de hemel, wordt daarover al sinds de middeleeuwen gezongen en gebeden in kerkelijke hymnen en litanieën, zowel in de oosterse als in de westerse kerk. Bekend is de Latijnse hymne ‘Salve Regina’ (= ‘gegroet koningin’). De Litanie van Maria kent de aanroeping: “Koningin van de hemel, bid voor ons.” Het vormt het vijfde geheim van de zogeheten Vijf Glorievolle Geheimen die bij de rozenkrans overwogen kunnen worden.

Ook in de kerkelijke kunst is dit gegeven vaak afgebeeld. Denk bv. aan het 12e eeuwse mozaïeken in de apsis van de Santa Maria in Trastevere of van de Santa Maria Maggiore, beide te Rome. Of aan de gebeeldhouwde Mariaportalen van de Franse kathedralen; vaak wordt de top ervan gevormd door een tafereel van Maria’s kroning: zo bv. in Reims of Senlis. Prachtig is de wandschildering van Fra Angelico in het San-Marcoklooster te Florence. Of we denken aan plafondschilderingen in Zuid-Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse barokkerken.

In 1870 kregen de Spaanstalige bisdommen over de hele wereld toestemming om dit feest te vieren op 31 mei, ter afsluiting van de aan Maria toegewijde meimaand. Eind 1954, het eeuwfeest van de afkondiging van het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, breidde paus Pius XII († 1958) het feest uit tot over heel de kerk. Sinds de liturgieherziening van het Tweede Vaticaans Concilie (1969) staat het feest op 22 augustus, de octaafdag van 15 augustus, waarop de kerk vanouds viert dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Zo komt de samenhang tussen beide feesten beter tot zijn recht.

foto_1282078633

ZATERDAG IN WEEK 20 DOOR HET JAAR


Uit het boek Ruth 2, 1-3 + 8-11; 4, 13-17

Boaz neemt zijn familielid Ruth op. Zoals de wet voorschrijft, nam hij haar ook tot vrouw. Hieruit werd Hobed geboren de vader van Isai, die het leven zou geven aan David, stamvader van de messias. Zo werden ze opgenomen in de geslachtslijst van Christus.

Noömi was van de kant van haar echtgenoot Elimelech verwant aan een belangrijk man, die Boaz heette. Ruth, de Moabitische, zei tegen Noömi: ‘Ik zou graag naar het land willen gaan om aren te lezen bij iemand die me dat toestaat.’ Noömi antwoordde: ‘Doe dat maar, mijn dochter.’ Ze ging dus naar het land om aren te lezen, achter de maaiers aan. Het toeval wilde dat de akker waar ze kwam van Boaz was, het familielid van Elimelech. Daarop zei Boaz tegen Ruth: ‘Luister goed, mijn dochter. Je moet niet naar een andere akker gaan om aren te lezen; ga hier niet weg maar blijf dicht bij de vrouwen die voor mij werken. Volg ze op de voet en houd je ogen gericht op het veld waar gemaaid wordt. Ik zal mijn mannen zeggen je niet lastig te vallen. Als je dorst hebt, ga dan naar de kruiken en drink van het water dat ze daar scheppen.’ Ze knielde, boog diep voorover en zei: ‘Waaraan heb ik het te danken dat u zo goed voor mij bent, terwijl ik toch maar een vreemdeling ben?’ En Boaz antwoordde: ‘Meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man: dat je je vader en moeder en je geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat je volkomen onbekend was.
Daarna nam Boaz Ruth bij zich, zij werd zijn vrouw, en hij sliep met haar. De Heer liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon. De vrouwen zeiden tegen Noömi: ‘Geprezen zij de Heer, die jou vandaag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal. Moge zijn Naam in Israël blijven voortbestaan! Hij zal je je levensvreugde teruggeven en je onderhouden als je oud bent, want je schoondochter, die je liefheeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ Noömi nam de jongen op haar schoot en bleef hem vanaf dat moment verzorgen. De buurvrouwen gaven hem zijn naam. ‘Noömi heeft een zoon gekregen,’ zeiden ze, en ze noemden hem Obed. Hij is de vader van Isaï, die de vader is van David.

 

Psalm 128, 1-5

Refr.: Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer.

Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer
en de weg gaat die Hij wijst:Trinity-EHP
je zult eten wat je werk opbrengt,
geluk en voorspoed vallen je toe,
je vrouw als een vruchtbare wijnstok
in het midden van je huis,
je kinderen als jonge olijfbomen
in een kring om je tafel.

Ja, zo wordt gezegend
de man die ontzag heeft voor de Heer.
Ontvang de zegen van de Heer uit Sion,
verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,
alle dagen van je leven.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 23, 1-12

Jezus klaagt de gebreken van de Farizeeën aan en wijst op de plichten tegenover de verantwoordelijken in de nieuwe gemeenschap. De christen zal de nederige dienaar zijn van zijn broeders. Hij zal zich niet de eigenschappen aanmatigen die alleen aan God of aan zijn Zoon toekomen.

Jezus richtte zich tot de menigte en tot zijn leerlingen en zei:
‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd. Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.’

Net voor het instellen van de eucharistie heeft Jezus getoond wat eucharistisch leven betekent. Hij (de Zoon van God !) knielde voor zijn leerlingen neer om hen de voeten te wassen. Hij, de belangrijkste, werd dienaar van zijn leerlingen. Na de voetwassing zei Hij: ‘Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.’

Christen zijn is dus dienaar zijn. Niet enkel voor hen die ons liggen, maar ook (en misschien vooral) voor hen die ons niet zo liggen. In de dienstbaarheid ligt een stille genade verborgen die mensen ten diepste raakt. Doorheen de dienstbaarheid is Jezus werkzaam en raakt Hij aan. Daarom is het goed dat we onze dienstbaarheid in naam van de Heer doen, dat wil zeggen: vanuit zijn tegenwoordigheid in ons; met Hem en in Hem. Dus geen zelfprestatie, maar in pure overgave aan de aanwezige Heer.

Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: ‘Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.’

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,jesus-washing-the-feet-calvin-carter
leer ons wat het betekent de mindere te willen zijn. Niet uit een gevoel van onwaardigheid, maar juist vanuit het waardebesef dat Gij ieder van ons uitkiest om door ons heen dienstbaar te zijn. Leer ons de liefde van het evangelie te verstaan en te beminnen. Alle dagen van ons leven.
Amen.