Lezingen van de dag – zaterdag 22 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Florentius van St.-Florent-le-Vieux († 5e eeuw)

Florentius (ook Florent of Floris) van St-Florent-le-Vieux (ook van Angers, van Glomne, van Glonne, van Roye, van Saumur, Senior of van Tours), kluizenaar en abt, Frankrijk; † 5e eeuw.

Sint Florentius was afkomstig uit Beieren en werd leerling van Sint Martinus te Tours († 397; feest 11 november). Door hem werd hij priester gewijd en erop uitgezonden om het evangelie te brengen in de Poitou. Later trok hij zich terug op de berg Glonne in Anjou om het leven van een kluizenaar te leiden. Hij verzamelde er een groot aantal leerlingen rond zich. Zo ontstond het naar hem genoemde klooster St-Florent-le-Vieux. Hij moet op zeer hoge leeftijd gestorven zijn; misschien was hij op dat moment zelfs wel honderddrieëntwintig jaar oud.

Naast het kleine plaatsje St-Floris, waar hij wordt afgebeeld in een bruine kluizenaarspij met een kruis in de opgeheven rechterhand, is hij ook patroon van de Noord-Franse plaats Roye.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 24 door het jaar


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 15, 35-37 + 42-49

Dikwijls maken mensen moeilijkheden tegen de verrijzenis omdat ze zich de toestand van de verrijzenis niet kunnen voorstellen. Paulus waarschuwt ons voor deze vergissing. Het verrezen lichaam zal eenvoudig niet te vergelijken zijn met het huidige. Het vergankelijke dat wij nu kennen zal helemaal onvergankelijk worden.

Broeders en zusters,
iemand zou kunnen vragen: ‘Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’
Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders.
Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.

 

Psalm 56, 10c + 11 + 12 + 13

Refr.: Ik kan wandelen onders Gods hoede.

Dit weet ik: God staat mij ter zijde.
Op God, wiens woord ik prijs,
op de Heer, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een mens mij aandoen?

Aan U, God, heb ik geloften gedaan,
met dankoffers wil ik U betalen,
U hebt mijn leven aan de dood ontrukt,
mijn voet voor struikelen behoed.
Nu kan ik wandelen onder Gods hoede
in het licht van het leven.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 8, 4-15

Lucas verhaalt ons de parabel van de zaaier evenals Matteüs en Marcus. Maar hij onderlijnt meer de vele mogelijkheden die de wasdom van het zaad kunnen bemoeilijken. Ondanks deze vele kansen tot mislukking blijft de zaaier zijn zaad kwistig uitstrooien. Het Woord van God vindt wel hier of daar een goed stukje in ons waar het kan ontkiemen.

Toen er vanuit de steden mensen naar Jezus toe gekomen waren en er zich een grote menigte verzameld had, vertelde Hij deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Er viel ook wat zaad op rotsachtige bodem, maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. Ander zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze het. Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten.’
Hij voegde er met luide stem aan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.’
Zijn leerlingen vroegen Hem wat deze gelijkenis betekende.
Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven. Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig. Het zaad dat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen. Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen.’

Van Woord naar leven

Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien …

God is de zaaier, zijn zaad is het Woord, ons hart is het land waarvan het de bedoeling is dat het goede aarde is, een gunstige bodem, waar het zaad welkom is, waar het in liefde kan gedijen en kan opschieten tot een rijke oogst.

Jezus waarschuwt ons vandaag dat dit geen vanzelfsprekend gebeuren is. Want wanneer we ons hart niet verzorgen kan het zijn dat het zaad z’n kracht verliest en weinig of geen vrucht voortbrengt. Of erger nog, dat het zaad zelfs helemaal geen wortel schiet. Dus zorg besteden aan ons hart is van fundamenteel belang willen we christelijke vruchten voortbrengen in ons dagelijks leven.

De realiteit leert ons dat we doorgaans niet zo’n goede boeren zijn wat betreft het zorg dragen van de aarde van ons hart. En God weet dat. Hij weet dat we vanuit ons allerindividueelste ikje tot weinig in staat zijn. Hij weet dat, en het is goed dat we dat zelf ook weten.

God heeft ons een Helper gegeven om de aarde van ons land te bewerken: zijn Geest. Het is de Geest die ons hart naar God doet verlangen, Hij is het die samen met ons de aarde van ons hart voorbereidt om de goddelijke zaden in liefde en overgave te kunnen ontvangen.

Daarom is het goed, en van fundamenteel belang, de heilige Geest welkom te heten ons leven. Hij is het die ons hart in gebed brengt, Hij is het die ons wezen naar God richt, die ons doet verlangen, hunkeren, dorsten naar Gods liefde. Hij is het die ons in het ja-woord voert van Jezus diep in onszelf, om verenigd met Hem in te treden in die innige eenheid met de Vader om volledig getransformeerd te worden tot zijn liefde; ieders roeping.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, onze God,
keer op keer zaait Gij uw woord en Gij geeft het de dauw van uw genade zodat het kan gedijen. Kom met uw heilige Geest over ieder van ons en maak ons hart tot een gunstige bodem, open en ontvankelijk voor elk woord dat van U komt, en de kracht in zich draagt vruchten voor te brengen; uw vruchten.
In Christus, amen.