Lezingen van de dag – zaterdag 24 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Antonia-Maria Claret y Clara (+ 1870)index

Antonio-Maria Claret y Clará, Santiago, Cuba; stichter & aartsbisschop; † 1870

Hij werd op 23 december 1807 geboren in de Catalaanse plaats Sallent. Terwijl hij in zijn levensonderhoud voorzag als wever, studeerde hij voor priester. In 1835 werd hij gewijd en werkte vooral als volksmissionaris. Hij omringde zich met priesters die zijn ideaal deelden en stichtte in 1849 de naar hem genoemde missiecongregatie claretijnen: officieel staan ze te boek als de ‘Congregatie van de Missiezonen van het Onbevlekt Hart van Maria’. Zes jaar later kwam daar een vrouwelijke tak bij: de claretinnen, ofwel het ‘Apostolische vormingsinstituut van de Onbevlekte Ontvangenis’: de leden daarvan legden zich toe op onderwijs en opvoeding van meisjes.
In 1850 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Santiago de Cuba. Daar onderscheidde hij zich doordat hij vooral optrad als beschermer van de negerslaven. Zeven jaar later keerde hij terug naar Spanje, omdat hij benoemd was tot persoonlijk biechtvader van koningin Isabella II († 1904). Het jaar daarop kwam daar de functie bij van president van het Escoriaal, het koninklijk paleis ten noorden van Madrid. In die hoedanigheid richtte hij een vereniging op van katholieke kunstenaars en schrijvers.
Gedurende al die tijd bleef hij actief als predikant en schrijver van devote lectuur. Van hem wordt verteld dat hij de gave van profetie bezat en kon wonderen verrichten.
In 1868 moest hij uitwijken naar Frankrijk. Op 24 oktober 1870 overleed hij op weg naar het Eerste Vaticaans Concilie in Rome – in de Zuid-Franse abdij van Fontfroide bij Narbonne.

Zijn relieken bevinden zich in Vic bij Barcelona, werd zalig verklaard in 1934, en heilig in 1950. Hij is patroon van spinners en wevers.

ZATERDAG IN WEEK 29 DOOR HET JAAR


Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 1-11

‘De eigen natuur’ is voor Paulus de mens die zich opsluit in zichzelf en in zijn zonden. ‘De Geest’ is een kracht tot nieuw leven. God geeft de Geest van de verrezen Heer aan zijn gelovigen opdat zij zouden leven.

Broeders en zusters,
wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.
De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht.
Vanwege de zonde heeft Hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest.
Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil.
Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede.
Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat.
Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.
Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe.
Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen bent aangenomen.
Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.

 

Psalm 24, 1-6

Refr.: Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft.

Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen.

Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, angel
op de stromen heeft Hij haar verankerd.

Wie mag de berg van de Heer bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats ?

Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert.

Zegen zal hij ontvangen van de Heer
en recht verkrijgen van God, zijn redder.

Dat valt hun ten deel die U zoeken,
die zich tot U wenden; het volk van Jakob.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 13, 1-9

Zoals een boom krijgt ieder de nodige verzoeningstermijn om tot vruchten te komen.

Er waren enkele mensen aanwezig die Jezus vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers.
Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel. Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.”
Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag is een les in geduld en barmhartigheid.

De vijgenboom zonder vrucht – die de grond uitput – mag nog niet omgehakt worden. Hij moet blijven staan en wie weet draagt hij volgend jaar wél vrucht.

Zo gaat God om met ieder die geen vrucht draagt. God wenst niet dat die mensen zouden verdwijnen. Wat Hij wenst is dat deze mensen zulke weg zouden bewandelen dat zij in hun leven vruchten zouden dragen.

Er zijn allerhande redenen waarom mensen vruchteloos door het leven gaan. Het kan gaan om kwaadaardige motieven als egoïsme of de drang naar cocooning binnen je eigen gezinnetje of vriendenkring. Maar het kan evengoed zijn dat mensen angst hebben om vruchten voort te brengen; angst door kwetsuren uit het verleden, angst zichzelf te verliezen, angst zichzelf te geven,…

Wij allen dragen daarin een zeer belangrijke verantwoordelijkheid naar elkaar toe. We zouden zo bij elkaar moeten zijn dat we het beste bij elkaar naar boven halen, opdat ‘dat beste’ ten volle besteed kan worden in de samenleving. De kiemen van de vruchten zijn immers in ieder van ons aanwezig, maar dikwijls krijgen ze nauwelijks of geen water en komen ze niet tot bloei, wat jammer is.

Laten we elkaar bevruchten, elkaar tot voeding zijn, opdat Gods kiemen, in ieder van ons door Hem gezaaid, tot bloei kunnen komen. Laten we dit doen met veel geduld, barmhartigheid en een diepe zin voor gemeenschap.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,dag_1
het gebeurt dat ons leven goede vruchten aflevert. Maar het gebeurt ook dat er helemaal geen vruchten zijn, opdat de kiemen geen voeding krijgen en daardoor niet tot bloei komen. Geef ons allen een diepe zin voor gemeenschap opdat wij met geduld en barmhartigheid elkaar nabij zouden zijn, opdat ‘het beste’ in ieder van ons naar boven kan komen ten bate van Kerk en samenleving.
Kom heilige Geest. Amen.