Lezingen van de dag – zaterdag 25 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Jacobus Apostel (+ ca 44)compostela112

Santiago, Spanje; martelaar met zijn bekeerling, de schriftgeleerde Josias

Hij was één van ‘de twaalf’; de kring van Jezus’ meest intieme leerlingen. Om hem te onderscheiden van de andere Jacobus uit de Twaalf, wordt hij ‘Maior’, ‘de Meerdere’ (= de oudere) genoemd. Ook zijn jongere broer Johannes, de latere evangelist, hoorde daartoe. Zij waren zonen van Zebedeus, een welvarende visser uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennesareth; hun moeder heette Maria Salome.

Markus vertelt, hoe hij en Johannes Jezus’ leerlingen waren geworden. ‘Toen Jezus eens langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl ze bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: “Komt, volgt Mij; Ik zal maken, dat je vissers van mensen wordt. Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeus, en diens broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeus achter en volgden Hem’ (Markus 01,16-20).

Johannes en Jacobus worden in de evangelies ook wel ‘zonen van de donder’ genoemd (Markus 03,17). Zou vader bars of driftig van karakter geweest zijn? Of zijzelf? Dat zij inderdaad nogal drastisch te werk konden gaan, wordt verteld in het verhaal, dat Jezus en zijn leerlingen in een Samaritaans dorp niet ontvangen werden, omdat Jeruzalem hun reisdoel was. Gastvrijheid was in die dagen een sociale verplichting. Maar nu was er dus niemand die hen uitnodigde voor de nacht. ‘Toen de leerlingen Jacobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze: “Heer, wilt U dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?” Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht’ (Lukas 09,54-55).

Volgens Mattheus kwamen de twee op een keer met hun moeder op Jezus af en wierpen zich aan zijn voeten ten teken dat zij iets te vragen hadden. Hij vroeg aan moeder: “Wat verlangt u?”
Waarop zij antwoordde: “Laat deze twee jongens van mij in uw koninkrijk zitten één aan uw rechterhand en één aan uw linkerhand.”
Moeder had blijkbaar een grote carrière voor ogen. Tot woede van de andere tien. Het was de aanleiding voor Jezus iets te zeggen over ware grootheid: “Wie onder jullie groot wil worden, moet dienaar van jullie zijn” (Mattheus 20,20-28).

Met Petrus en Johannes maakte Jacobus deel uit van het groepje van drie apostelen dat getuige was van een aantal grote momenten uit Jezus’ leven. Ze mochten erbij zijn, toen Jezus Jaïrus’ dochtertje uit de dood deed opstaan (Markus 05,35-43); ze waren bij Jezus’ gedaanteverandering op de berg (Markus 09,02-08) en op de vooravond van zijn lijden en dood in de tuin van Gethsemani, waar Jezus zich afzonderde om in doodsangst tot zijn Vader te bidden (Markus 14,32-34).

Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Jacobus op last van koning Herodes met het zwaard gedood (Handelingen 12,02). Dat moet omstreeks het jaar 44 gebeurd zijn. Over de oorzaak van deze terechtstelling zeggen de Handelingen niets, maar de legende weet te vertellen dat hij weigerde met koning Herdodes in debat te gaan. Hij is de eerste martelaar in de kring van de Twaalf.

De naam Sant-Iago is de Spaanse weergave van Sint-Jacobus. Sinds de 9e eeuw vormt deze plaats één van de beroemdste en drukst bezochte bedevaartsoorden van de westerse wereld. In de middeleeuwen kwam het na Rome en Jeruzalem op de derde plaats. Langs de aanlooproutes in Frankrijk (‘Melkweg’ genoemd) ontstonden gedurende de middeleeuwen tallozen kerken, kloosters, kapellen en gasthuizen.

Hij is patroon van pelgrims, bedevaartgangers, reizigers en mensen onderweg; vandaar uit ook voor schippers en binnenschippers (in de middeleeuwen o.a. te Antwerpen en Gent), en wellicht in het verlengde daarvan weer van vissers (Nieuwpoort, België); van ridders, paardrijders en ruiters; van krijgers, soldaten en oorlogvoerenden; van waskaarsenmakers (omdat pelgrims vaak waskaarsen brandden bij een beeld van Sint Jacobus); van hoedenmakers (omdat pelgrims een insigne op hun hoed of kleding bevestigden; o.a. te Brussel en Turnhout), dus ook van kousenmakers, lakenwevers (Brugge), lakensnijders (Brugge) en lakenververs (Gent), van bontbewerkers; ook van lorrenboeren (bv. Brussel) en voddenkooplui (omdat de pelgrims er vaak nogal haveloos bijliepen); in het verlengde daarvan ook van lastdragers, dagloners, arbeiders en behoeftigen; van apothekers en drogisten (omdat je bij hen net als bij Jacobus voor alle kwalen terecht kon); van molenaars (vanwege de oogsttijd; en tenslotte van de kettingsmeden (?).

Zijn voorspraak werd ingeroepen tegen allerhande ziekten, m.n. reumatiek; voor het gedijen van appels (de eerste appels van het jaar heetten sint-jakobsappels) en van rogge (omstreeks Sint-Japik begint de roggeoogst); voor goede oogst en mooi weer.

Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim: lange mantel, breedgerande hoed, staf, reistas, drinkfles. Op zijn hoed en op zijn borst is de pelgrimsschelp te zien. Deze St-Jakobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago en als souvenirs meegenomen, meestal vastgenaaid op de hoed of een andere opzichtige plek op de kleding. Het werd het pelgrims- en trekkersinsigne bij uitstek. In onze eeuw heeft de oliemaatschappij Shell datzelfde beeldmerk overgenomen; men vindt het bij alle benzinepompen: symbool immers van mensen onderweg. Wie in de middeleeuwen dergelijke schelpen droegen, stonden onder de persoonlijke bescherming van Sint Jacobus en waren haast onschendbaar.

Op afbeeldingen die ouder zijn dan de 9e eeuw of daarop geïnspireerd zijn, draagt Jacobus nog wel eens zwaard: het instrument waarmee hij gedood is. Na de 14e eeuw is het zwaard definitief vervangen door een pelgrimsstaf.

Santiago de Compostela

Santiage de Compostela

Jakobus, apostel

feest  –  eigen lezingen

Jakobus behoorde tot de ‘grote drie’ onder de apostelen. Hij was ‘kroongetuige’ bij het Tabor-gebeuren en bij de doodstrijd van Jezus in de Hof van Olijven. Zijn karakter deed hem vanzelf op de voorgrond treden. Impulsief, niet zonder ambitie wenste hij een ereplaats wanneer Jezus in zijn Rijk gekomen was. Met Johannes werd hij ‘donderzoon’ genoemd. Deze bijnaam tekent hem. Jezus wist dit vurig karakter in goede banen te leiden. Hij werd een actieve missionaris die trouw de weg van zijn meester bewandelde. Als eerste onder de apostelen stierf hij de marteldood.
De liturgie besteedt eigen lezingen aan het feest van Jakobus.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 7-15

In ons sterfelijk bestaan wordt het leven van Jezus zichtbaar.

Broeders en zusters,
wij dragen een schat in aarden potten; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.
Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.
Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren.
Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.

 

Psalm 126, 1-6

Refr.: Bij U is de bron van het leven.

Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond, obj10448geo6338pg19p295
onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:
‘De Heer heeft voor hen iets groots verricht.’
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Keer ook nu ons lot, Heer,
zoals U water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 20, 20-28

‘Mijn beker zullen jullie drinken’.

De moeder van de zonen van Zebedeüs kwam met haar zonen naar Jezus toe. Ze viel voor Hem neer om Hem een gunst te vragen.
Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’
Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast U mogen zitten, de een rechts van U en de ander links.’
Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’
‘Ja, dat kunnen wij’, antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’
Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers.
Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Wie leeft vanuit z’n diepste zelf (waar God van gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis) heeft zich een thuis verworven in de liefde. Hij is niet bezig om plaatsen van eer te verwerven; zowel niet op vlak van plaats, functie, woorden of wat dan ook. Hij leeft enkel in de liefde: daar en enkel daar is zijn thuis. Daar ontvangt hij van God, leeft hij in Hem en geeft van wat hij ontvangt: liefde.

Laat ons leven in de Liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
geef dat wij niet op zoek zouden zijn naar ereplaatsen, letterlijk of figuurlijk. Wil ons brengen op de weg van het ware liefhebben. Trek ons op deze weg in uw eigen ja-woord, opdat wij met U, in U en door U de Vader voortdurend mogen verheerlijken door een leven te leiden getekend door uw Liefde. Amen.