Lezingen van de dag – zaterdag 25 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Monteau († 1394)8446

Dorothea van Montau (ook van Marienwerder, van Pruisen, de Prussia, Schwartz of Swartz), Marienwerder, Pruisen; weduwe, kluizenares & mystica

Dorothea werd geboren te Gross-Montau aan de Weichsel in West-Pruisen op 6 februari van het jaar 1347; zij is dus genoemd naar de patrones van haar geboortedag. Het schijnt dat zij één van negen kinderen was. Haar ouders waren welgestelde boeren. Op haar zestiende trad zij in het huwelijk met een zekere Adalbert en ging met hem wonen in de Oost-Pruisische stad Dantzig. Haar man was zwaardveger van beroep. Alszodanig was hij in dienst van de teutoonse ridders die de Pruisen onderworpen en gekerstend hadden. Ook zij kregen negen kinderen, van wie er tenslotte maar één in leven bleef, een meisje. Dat zou later intreden bij de benedictinessen; ze leefde nog toen haar moeder in 1404 tot de eer der altaar werd verheven en dus officieel als heilige werd erkend door de plaatselijke bisschop.

De bronnen zijn het niet helemaal eens over het echtelijke leven. Er zijn er die zeggen dat het echtpaar een voorbeeldig leven geleid heeft. Anderen zeggen dat het huwelijk juist stroef verliep. Haar man zou opvliegend en kortzichtig van aard geweest zijn. Zijn handen zaten nogal los. Desondanks – of misschien wel juist daardoor? – ondernamen zij samen meerdere pelgrimsreizen, o.a. naar Aken en Einsiedeln. Tot het moment dat haar man er te oud voor werd: ze scheelden twintig jaar. Zo kwam het dat Dorothea in het jaar 1389 zonder haar man als pelgrim naar Rome trok om aanwezig te kunnen zijn bij het jubeljaar in 1390. Onderweg bedelde deze vrouw van voorname komaf haar brood bij elkaar. Ze had nauwelijks oog voor de schoonheid van het landschap, omdat ze in God verzonken was. In Rome werd ze behoorlijk ziek en moest een aantal weken verpleegd worden in het gasthuis van Maria Auxiliatrix. Toen ze na lange tijd weer thuiskwam kreeg ze te horen dat haar echtgenoot al sinds enkele maanden was overleden.

Nu kon ze alsnog toekomen aan haar diepste verlangen: zich terugtrekken in de eenzaamheid om zich helemaal aan een leven met God te wijden. Het was eigenlijk altijd al haar liefste wens geweest om in een klooster te treden. Ze was destijds dan ook alleen maar getrouwd om haar ouders niet teleur te stellen. Zou daar toch ook niet een oorzaak gelegen hebben van het soms zo moeizaam verlopen huwelijk, ook al zal zij loyaal geprobeerd hebben haar huwelijksbelofte trouw na te komen?

Nu trad ze toe tot de kloostergemeenschap van Marienwerder, waar zij sinds 1391 geestelijke leiding ontving van Johannes van Marienwerder. Na een zware proeftijd van twee jaar liet zij zich op 2 mei 1393 als kluizenares inmetselen in een cel die tegen de muur van de kerk was aangebouwd. Deze ruimte was twee meter in het vierkant en drie meter hoog; er zaten drie venstertjes in. Het eerste keek uit op de hemel, het tweede op het altaar in de kerk vanwaar zij de communie ontving en het derde op het kerkhof. Door dat laatste raam schoven gelovigen haar voedsel toe.

Daar kwamen ook vele mensen, van hoog tot laag, haar raad inwinnen. Het was ook in die besloten ruimte dat zij zich met hart en ziel toelegde op het enige waarvoor zij nog leefde: het gebed. Hartstochtelijk zocht zij niets anders dan de vereniging met God. Daarbij ontving ze bijzondere mystieke genaden. Het opvallendste was wel dat zij de stigmata droeg. Zozeer wist zij zich één met haar geliefde Heer. Omdat zulk een leven haar lichaam uitputte en haar krachten sloopte, stierf ze al ruim een jaar later: 25 juni 1394. Haar leidsman schreef later op wat zij hem had verteld over alles wat zij in haar gebed doormaakte.

Zij is patrones van Pruisen en van de Duitse Orde.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 12 door het jaarbijbel


Uit het boek Klaagliederen 2, 2 + 10-14 + 18-19

De profeet Jeremia roept de verwoeste en verlaten stad Jeruzalem op tot berouw. Zij ziet nu waartoe valse profeten haar gebracht hebben. Ook de grootste beproeving en het diepste lijden is te verwerken in het plan van God.

De Heer heeft Jakobs weidegrond meedogenloos verwoest, Hij heeft in zijn woede de vestingen van Juda vernietigd, Hij heeft het koninkrijk vernederd en zijn leiders onteerd.
De oudsten van Sion zitten zwijgend op de grond, met stof op hun hoofd, gehuld in een rouwkleed. De meisjes van Jeruzalem buigen het hoofd ter aarde.
Mijn ogen zijn door tranen verteerd, mijn ingewanden staan in brand, mijn maag keert zich om – vanwege de wonden van mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad.
Ze blijven hun moeders vragen: ‘Is er geen brood en wijn?’, versmachtend op de pleinen van de stad, als gewonden op het slagveld; in de armen van hun moeders stroomt het leven uit hen weg.
Waarmee zal ik je vergelijken, Jeruzalem, welk voorbeeld kan ik je tonen? Waaraan zal ik je gelijkstellen, vrouwe Sion? Hoe kan ik je troosten? Wijd als de zee gapen je wonden – wie kan je genezen?
Je profeten hebben je bedrogen met valse visioenen–hadden ze maar je wandaden onthuld om je lot nog te keren! Ze hebben je valse orakels verkondigd om je te misleiden.
Het hart van het volk schreeuwt tot de Heer. O, muur van Sion, laat je tranen stromen als een rivier, dag en nacht, aan één stuk door; gun je ogen geen rust.
Weeklaag in de nacht, jammer tot aan de ochtend, stort je hart uit als water, ten overstaan van de Heer. Hef je handen naar Hem op, voor het leven van je kinderen, die op elke straathoek van honger versmachten.


Psalm 74, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 + 20 + 21

Refr.: Heer, vergeet ons niet.

Waarom, God, hebt U ons voor altijd verstoten,
brandt uw woede tegen de schapen die U hoedt ?
Denk aan het volk dat U ooit hebt verworven,
de stam die U hebt vrijgekocht, uw eigen bezit,
de Sionsberg waar U ging wonen. Drieeenheid_2

Kom naar de stad die voor altijd in puin ligt,
de vijand liet niets van het heiligdom heel.
In het hart van uw huis brulden uw tegenstanders,
zij zetten er hun zegetekens neer.

Zoals met kapmessen wordt ingehakt
op struikgewas en kreupelhout,
zo sloegen zij met bijl en breekijzer
al het snijwerk kort en klein.

Ze hebben uw heiligdom in de as gelegd,
de plaats waar uw naam woont, verwoest en ontwijd.
Kom uw verbond met ons na,
vol is het land met duistere oorden, holen van geweld.
Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan,
laat zwakken en armen uw naam loven.


Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-17

Niet alleen voor de Joden is Jezus gekomen. Het Rijk Gods is toegankelijk voor iedereen. De genezing van de knecht van de centurio is daarvan een teken. Alle volkeren, die Jezus’ boodschap in geloof aanvaarden, behoren voortaan tot het volk van het nieuwe Verbond.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.
Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag Hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor Hem te zorgen.
Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel bevel dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’

Van Woord naar leven

Ik wil vandaag met u stil staan bij de woorden die Jezus richtte aan de centurio toen deze Hem om hulp vroeg voor zijn slaaf die bij hem thuis verlamd op bed lag en hevige pijn leed. Jezus zei namelijk: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’

Je zou dan denken dat Jezus inderdaad met de centurio zou zijn meegegaan, maar dat heeft Hij niet gedaan. Tenminste, het staat er niet dat Hij het deed. Wat er wel staat is, dat Jezus de centurio prees om zijn groot en sterk geloof, en dat hij naar huis mocht gaan onder de belofte dat zijn slaaf genezen zou zijn. Wat inderdaad ook zo was.

Wie gelooft in Jezus, in die zin van ‘wie zich geeft aan Jezus’ aanwezigheid’, mag er van uitgaan dat Jezus met hem meegaat. Niet letterlijk, wel in het hart. We hebben de fysische aanwezigheid van Jezus niet nodig om Hem bij ons te weten. Dat is nu zo en dat was zelfs al zo toen Jezus hier op aarde fysisch rondliep.

Ons leven zou één grote onderdompeling moeten zijn in die heilige tegenwoordigheid van de Heer: badend in zijn liefde, drinkend van zijn genade, ‘ja’ zeggend in zijn ‘ja’ tot de Vader.

Wie zo mét de Heer gaat, zal ervaren dat hij ten diepste genezen wordt daar waar nodig is, omdat hij bereid is opgenomen te worden door Hem, gehuld in Gods liefde. En die liefde, lieve mensen, geneest.

Kom Jezus, kom.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,zz - Pinksteren 5
moge uw Geest ons bezielen opdat wij er met ons hele zijn altijd bewust van zouden zijn dat Gij zonder ophouden bij ons zijt. Moge uw inwoning ons ervoor behoeden te leven vanuit ons allerindividueelste ikje, maar integendeel juist in overgave aan U, opdat Gij – innig verenigd met ons – uw lied van Liefde moogt zingen naar allen die God op ons levenspad brengt.
Tot in lengte van dagen.
Amen.