Lezingen van de dag – zaterdag 26 dec. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Stefanus van Jeruzalem (1e eeuw)220px-Stefanus

Stefanus, (ook van Jeruzalem), Palestina; diaken & eerste martelaar (= Protomartelaar); † ca 33 à 36

Alwat we weten van Stefanus, staat verteld in het bijbelboek Handelingen van de Apostelen: 06,08-07,60. Om te beginnen horen we hoe enige tijd na Jezus’ heengaan het aantal leerlingen toeneemt onder invloed van de verkondiging der apostelen. Omdat zij – in tegenstelling tot hun Joodse broeders – geen onderscheid maakten tussen joden en niet-joden nam ook het getal van Griekse (of Hellenistische) volgelingen toe. Maar kennelijk kroop het bloed waar het niet gaan kon. De Hellenisten begonnen zich bij de apostelen te beklagen dat hun weduwen achtergesteld werden bij die van de joden. Daarom werden er zeven diakens aangesteld, die op een eerlijke verdeling van goederen moesten toezien. Eén van hen was Stefanus. Van hem wordt gezegd dat hij was “een man vol geloof en Heilige Geest”. Nadat nog wordt opgemerkt dat het getal der leerlingen in Jeruzalem almaar toenam, richt zich alle aandacht op Stefanus.

Stefanus nu, vol genade en kracht, deed grote wondertekenen onder het volk. Sommige leden echter van de zogenaamde synagoge der vrijgelatenen, Cyreneeërs en Alexandrijnen en sommige mensen uit Silicië en Asia begonnen met Stefanus te redetwisten, maar zij konden niet op tegen de wijsheid en de geest waarmee hij sprak. Toen stookten zij heimelijk mannen op om te verklaren: “Wij hebben hem lastertaal horen spreken tegen Mozes en tegen God.” Tegelijkertijd ruiden zij zowel het volk als de oudsten en schriftgeleerden op. Onverhoeds maakten zij zich van hem meester en brachten hem voor het Sanhedrin, waar men valse getuigen liet optreden die beweerden: “Die man houdt niet op te spreken tegen de heilige plaats en tegen de Wet. Want wij hebben hem horen zeggen, dat die Nazoreeër Jezus deze plaats zal afbreken en de voorschriften veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd.” Alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op hem en zagen dat zijn gelaat leek op dat van een engel.

De hogepriester vroeg nu: “Is dat werkelijk zo?” Hierop nam Stefanus het woord. [In zijn toespraak doorloopt hij het oudste gedeelte van Gods geschiedenis met zijn volk, ‘de Wet’, de eerste vijf boeken van Mozes. Daarin toont hij aan dat de Joodse gebruiken, met name de tempel, van voorbijgaande aard is. Hij besluit zijn toespraak als volgt:] “Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor, nog altijd weerstreeft u de heilige Geest, juist zoals uw vaderen deden. Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd? Gedood hebben zij hen die de komst aankondigden van de Rechtvaardige, wiens verraders en moordenaars u nu geworden bent, u nog wel die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen; maar u hebt ze niet onderhouden.”

Toen ze dit hoorden, werden ze woedend en knarsetandden tegen hem. Maar hij, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden, bad hij: “Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luider stem: “Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij.

De overeenkomsten tussen Stefanus en Jezus zijn opvallend. Stefanus draagt de eretitel van ‘Eerste Martelaar’: zijn martelaarschap wordt natuurlijk opzettelijk zo beschreven dat de herinnering aan Jezus zich voortdurend opdringt. Ook Jezus hebben ze gearresteerd; ook Hij moest zich verantwoorden voor de Joodse autoriteiten. Ook naar Hem hebben ze niet willen luisteren toen Hij de Schriften uitlegde; ook bij Hem traden er valse getuigen op; ook Hem hebben ze buiten de stad gedood; ook Hij zei vlak voor zijn sterven: “Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest;” en ook Hij bad op het moment van zijn dood om de vergiffenis van zijn moordenaars… In de persoon van Stefanus is het alsof Jezus zelf onder ons is teruggekeerd. Hij is een andere Christus, een ‘alter Christus’.

Legende: hoe Stefanus werd begraven
Volgens de Legenda Aurea zou hij in hetzelfde jaar gestenigd zijn als Jezus ten hemel voer, en wel op de 3e augustus daaraan volgend. Aan het eind van zijn hoofdstuk over Stefanus merkt Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli) nog op, “dat Sint Stefanus niet op deze dag (26 december) werd gemarteld, maar op de dag dat de terugvinding van zijn relieken wordt gevierd, terwijl die terugvinding eigenlijk plaatsvond op 26 december.” Hij belooft op dit gegeven terug te komen, wanneer hij te spreken komt over het feest van Stefanus’ terugvinding.

Volgens sommige middeleeuwse legenden werd Stefanus’ lijk door wilde dieren bewaakt, totdat het werd geborgen. Jacobus de Voragine sluit het verhaal over Stefanus’ dood als volgt af: “Sint Gamaliël en Nicodemus die nog altijd voor de christenen in de Hoge Raad zitting hadden, kwamen zijn lijk halen en begroeven het op Gamaliëls akker. En ze hieven een intense rouwklacht over hem aan. In de tijd daarna had er een grote christenvervolging plaats in Jeruzalem. Nu Stefanus, één van hun kopstukken, dood was, raakten ze danig in de war. Met uitzondering van de apostelen, die moediger waren dan de anderen, verspreidden zij zich over het gehele Joodse land: precies dat had de Heer hun opgedragen, toen Hij zei: ‘Wanneer ze u in de stad vervolgen, vlucht dan naar een andere.'”

H. STEFANUS, EERSTE MARTELAAR

feest

Licht en donker, goed en kwaad, liggen in ons leven vaak niet ver uiteen. Onmiddellijk na het hoogfeest van Kerstmis, confronteert de kerk ons met het droeve tafereel van de marteldood van Stefanus. Alleen een consequent geloof zoals dat van Stafanus kan die tweestrijd in ons overwinnen. Net als Saulus, zijn ook wij vaak passieve toeschouwers die het kwaad laten woekeren en gebeuren. Gelukkig is er de goddelijke barmhartigheid die ons deze zonde wil vergeven.

 

Uit de Handelingen van de Apostelen 6, 8-10 + 7, 54-60

Ik zie de hemel geopend.

Stefanus verrichtte dankzij Gods genade en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk.
Enkele leden van de synagoge van de Vrijgelatenen, waartoe ook Joden uit Cyrene en Alexandrië behoorden, evenals Joden uit Cilicië en Asia, kwamen echter in verzet en begonnen met hem te redetwisten, maar ze konden niet op tegen zijn wijsheid en tegen de heilige Geest die hem bezielde.
Toen ze hem hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden.
Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’
Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen.
De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette.
Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’
Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’
En na deze woorden stierf hij.

 

Psalm 31, 3cd + 4 + 6 + 8 + 16 + 17

Refr.: In uw hand, Heer, leg ik mijn leven.

Heer, wees voor mij een rots,
een toevlucht, een vesting
die mij redding biedt.

U bent mijn rots, mijn vesting,
U zult mijn gids zijn, mij leiden, Icon Lamp
tot eer van uw Naam.

In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God,
U verlost mij.

Ik zal mij verblijden,
juichen over uw trouw,
want U ziet mijn ellende,
U kent de nood van mijn ziel.

In uw hand liggen mijn lot en mijn leven,
bevrijd mij uit de greep
van mijn vijanden en vervolgers.

Laat het licht van uw gelaat
over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 17-22

Al wie Gods zending uitdraagt, zal ook de nodige tegenkantingen ondervinden zoals Jezus zelf. Hij moet zich er dan niet om bekommeren wat hij zal doen of zeggen ter verdediging. Als hij verbonden blijft met de Heer, zal hem worden ingegeven wat hij moet zeggen. Niet hij is het die dan spreekt, maar door hem spreekt de Geest van de Vader.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen. Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven.
Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt.

Van Woord naar leven

Stefanus viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’ En na deze woorden stierf hij.

Gisteren vierden we de geboorte van Jezus op aarde. Vandaag gedenken we de marteldood van Stefanus; zijn geboorte in de hemel. Beide feesten zijn in wezen geboortefeesten.

Er is over Stefanus veel te zeggen, maar laten we eens stilstaan bij de woorden die hij richtte tot de Heer over zijn beulen: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’
Hij volgt hiermee zijn Jezus die bad op het kruis: ‘Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen’.

De sfeer van onze huidige maatschappij is dikwijls tegen de geest van het schenken van vergeving, tegen de geest van Jezus. En het vraagt moed om als christen de geest van het schenken van vergeving levend te houden. Vergeving vragen aan God en zelf vergeving schenken schept ruimte, het schept mogelijkheden tot iets nieuws.

In het schenken van vergeving ligt namelijk een diep en blij mysterie verborgen: het mysterie van verzoening, van broederschap, van feest. Het is de weg banen voor het Pasen van de Heer: het langskomen van Hem, het door Hem aangeraakt worden, zijn genezing toelaten daar waar de liefde gekwetst was.

Ja lieve mensen, laat ons elkaar vergeven, alle gevoelens van haat loslaten. Laat ons de liefde van God welkom heten, en werkzaam zijn.
Laten we in zijn heilige Adem gaan staan, om één met Jezus te doen wat Hij ons geleerd heeft: de wil van God te doen op aarde, zoals die in de hemel gebeurt.

Laten we Gods barmhartigheid liefhebben, en vanuit Hem zelf barmhartig zijn.

Ook dat is kerstmis.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,1303HolyWeek
schenk ons de genade in U te blijven, zoals Gij in ons blijft. Schenk ons die heilige moed om in onze samenleving tekens te stellen van uw aanwezigheid; tekens van verzoening, van vergeving, van vrede. Kom Jezus, breng ons samen, en maak ons tot haarden van vrede. Amen.