Lezingen van de dag – zaterdag 26 mei 2018


Heilige (of feest) van de dag

Filippus Neri († 1595)

Filippus Neri or, Rome, Italië; priester & stichter

Hij werd in 1515 geboren als zoon van een Florentijnse advocaat en kreeg zijn eerste opleiding in de stad bij de dominicanan van het San-Marcoklooster.  Zijn vader had bedacht dat er voor zijn zoon een goede toekomst weggelegd lag in de handel en stuurde hem naar zijn broer op de Monte Cassino om het vak te leren. Oom is bijzonder gecharmeerd van de jongeman en vat het plan op om hem tot zijn algeheel erfgenaam te maken.

Maar Filippus zelf heeft heel andere plannen. Hij trekt in 1533 naar Rome, neemt er de vorming op zich van een Florentijnse rijkeluiszoon en studeert tegelijkertijd filosofie en theologie. Op zijn negenentwintigste ondergaat hij een extatisch visioen dat zijn leven lang blijft nagloeien in zijn hart. Toen men na zijn dood autopsie deed, constateerden de artsen een aanzienlijke hartverwijding; zij voerden die terug op zijn extase van vijftig jaar tevoren!

In 1551 wordt hij priester gewijd en is zulk een toegewijd zielenherder dat hij al spoedig de bijnaam krijgt van ‘Apostel van Rome’. Andere benamingen waarmee men hem aanduidt, luiden ‘Pippo buono’ (= Goede Flip) of  ‘de Heilige Nar’. Hij is charmant, heeft gevoel voor humor, houdt van katten, en kinderen zijn dol op hem. Hij kan goed luisteren, en is een uitstekend begeleider van mensen in hun gebeds- en geloofsleven.

Omdat met name het gebedsleven van priesters hem zeer ter harte gaat, richt hij in 1552 – tezamen met veertien andere priesters – een priestercongregatie op: de Oratorianen. Al vanaf 1548 – dus nog vóór zijn priesterwijding – had hij priesters regelmatig bij zich thuis uitgenodigd om samen te bidden en te spreken over geestelijk leven en pastoraat. Het doel van de congregatie komt duidelijk door in de benaming ervan: Oratorianen (= ‘bidders’). Het Oratorium wordt al spoedig een centrum van toegewijd religieus leven in Rome. Ze zou van diepgaande invloed blijken, en tot voorbeeld dienen voor grote heiligen als Ignatius van Loyola († 1556; feest 31 juli), Carolus Borromaeus († 1584; feest 4 november), Camillus de Lellis († 1614; feest 14 juli) en Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

In 1575 geeft paus Gregorius XIII († 1585) officieel zijn goedkeuring aan de nieuwe stichting, nog eens bekrachtigd in 1583. Philippus zelf wordt de eerste algemeen overste. Deze functie legt hij neer in 1595. Nog in het voorjaar van datzelfde jaar sterft hij.

Hij wordt in 1622 heilig verklaard, tegelijk met vier Spanjaarden: Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius († 1552; feest 3 december), Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober) en Isidorus van Madrid † 1130; feest 15 mei).

Hij is patroon van Rome, Napels en Mantua; van verenigingen voor kinder- en in het bijzonder meisjesbescherming; ook van humoristen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen jicht en kwalen aan de ledematen, voor onvruchtbare vrouwen, en tegen aardbevingen.

zaterdag in week 7 door het jaar


Uit de brief van Jakobus 5, 13-20

In deze lezing beschrijft ons de apostel Jakobus hoe wij als Kerk zieken moeten benaderen. Ook zij zijn leden van hetzelfde Lichaam, dat de Kerk is. Door onze menselijke attenties, door ons gelovend gebed, en door onze vergevingsgezindheid kunnen wij deze mensen helpen op hun tocht naar de definitieve ontmoeting met de Heer, door lijden en dood heen.

Broeders en zusters,
als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen.
Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieëneenhalf jaar lang geen regen gevallen op het land. Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort.
Broeders en zusters, als een van u afdwaalt van de waarheid en een ander laat hem daarheen terugkeren, dan mag hij weten: wie een zondaar van het dwaalspoor terugbrengt, redt hem van de dood en wist tal van zonden uit.

 

Psalm 141, 1 + 2 + 3 + 8

Refr.: Laat mijn gebed voor U zijn als reukwerk.

Heer, U roep ik aan, kom mij te hulp,
luister naar mij nu ik tot U roep.

Laat mijn gebed voor U zijn als reukwerk,
mijn geheven handen als een avondoffer.

Zet een wacht voor mijn mond, Heer,
een post voor de deur van mijn lippen.

Maar Heer, mijn God: naar U zijn mijn ogen gericht,
bij U schuil ik, giet mijn leven niet weg als water.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 13-16

In het Rijk der hemelen is er plaats voor al wie er open voor staat. Kinderen zijn er spontaan voor ontvankelijk. Ook volwassenen, die menen alles zelf eerst te moeten verwerken en in volle bewustheid te moeten beslissen, moeten als kinderen open staan.

De mensen probeerden kinderen bij Jezus te brengen om ze door Hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen.
Toen Jezus dat zag, wond Hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’
Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we bij Jakobus: ‘Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.’

Gisteren had ik een mooie ontmoeting met een bevriend priester. Toen ik huiswaarts keerde beloofden we voor elkaar te zullen bidden. Want, zo zeiden we nog: ‘Het gebed is krachtiger dan wij mensen doorgaan vermoeden’.

En dat is inderdaad zo. Bidden voor de medemens is een zeer krachtige vorm van naastenliefde voor elkaar. In het bidden dragen we niet enkel elkaar, maar we leggen degenen waarvoor we bidden in de schoot van de Vader, nederig vragend of Hij hen in Christus wil aanraken.

En dit dag na dag, rustig lang volhoudend.

Belangrijk is, zo leert Jakobus ons vandaag, dat we dit doen als ‘rechtvaardigen’, als mensen die zelf leven in innige verbondenheid met Christus. Het gebed voor anderen gebeurt dan vanuit de liefdesband die we hebben met de Heer.
Wie in deze verbondenheid leeft en bidt, zal gewaar worden dat het de Heer zelf is die in je bidt, die door je bidt, die met je bidt. Het is Christus die onze gebeden opneemt en deze legt in de schoot van de Vader.

Geliefde mensen,
laat ons bidden voor elkaar, bidden voor de Kerk, bidden voor de gehele mensheid, bidden voor gans de schepping. Opdat Christus’ licht mag stralen, tot welzijn van allen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,
moge uw Geest ons gebed bezielen, opdat Jezus het hart mag zijn van ons bidden.
De hele mensheid willen wij in Hem bij U neerleggen. Wil ons allen aanraken, genezen, optillen, opdat we als één grote gemeenschap beeld en gelijkenis mogen zijn van U.
Groeiend in Christus. Amen.