Lezingen van de dag – zaterdag 27 augustus 2016


Heilige (of feest) van de dag

Monica van Thagaste († 387)saint-monica

Ostia, Italië; moeder Augustinus & weduwe

(vooravond van Augustinus’ bekering)

Monica werd in 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij – zoals toen de gewoonte was – uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica’s onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek ‘Confessiones’ (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.
Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door het woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: “Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan.”
Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige († 397; feest 4 april) bisschop Ambrosius. Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament. Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome’s havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus’ bekering werd gevierd: die stond op 5 mei; sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1970) staat het op de vooravond van Augustinus: 27 augustus.

Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse ‘gordelbroederschappen’ (= religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

In Bourgondië wordt zij op verschillende plaatsen aangeroepen ter bescherming tegen de hagel; dit nadat het plaatsje Germolles-sur-Grosne te lijden had gehad onder een gigantische hagelbui en zich vervolgens aan de bescherming van de heilige Monica had toevertrouwd. Hier en daar werd Sint-Monica – 4 mei – er zelfs gevierd als zondag: eerst naar de kerk, dan verder vrij.
In de stad Utrecht werd in de vorige eeuw een kerk gebouwd ter ere van Monica (thans deelt zij de parochie met Nicolaas); daarnaast bestaat er ook nog een Monica-kapel. De stad Delft heeft een bejaardenhuis dat aan Monica is toegewijd (heeft dat te maken met de aanwezigheid van augustinessen destijds?); ook Esch in Noord-Brabant heeft een bejaardenhuis Monica.

Ze wordt afgebeeld als matrone, het hoofd vaak bedekt met een (zwarte) sluier wat duidt op haar levensstaat als weduwe in gesprek met haar zoon; ook wel als augustines of met rozenkrans en (gebeden)boek: verwijzing naar haar niet aflatende gebed dat haar zoon het goede spoor vindt in zijn leven).

zaterdag in week 21 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 1, 26-31

Het is maar moeilijk te geloven dat God kleinen en armen heeft uitverkoren. Christus is hun wijsheid, hun kracht en hun rijkdom.

Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren. Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.
Door Hem bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’

 

Psalm 33, 12 + 13 + 18 + 19 + 20 + 21

Refr.: Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft.

Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft,
de natie die Hij verkoos als de zijne. Drieeenheid_2

Uit de hemel ziet de Heer omlaag,
en slaat Hij de sterveling gade.

Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen,
en hopen op zijn trouw.

Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal Hij hun leven sparen.

Wij verwachten vol verlangen de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.

Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op zijn heilige naam vertrouwen wij.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 14-30

Het leven is een gave en een taak die wij samen en ieder naar zijn mogelijkheden en talenten moeten helpen uitbouwen. Wij worden aangemoedigd ze ten volle te laten ontwikkelen zodat de anderen ervan kunnen genieten en er geen schade van ondervinden.

Jezus hield zijn leerlingen volgende gelijkenis voor:
‘Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij.
Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Van Woord naar leven

Laten we, om deze parabel goed te verstaan, vertrekken van het woord talent. Dit woord roept iets op dat je gegeven wordt. Een talent kan je niet kopen in een grootwarenhuis. Er bestaat nergens een firma waar talenten gemaakt worden. Niemand in heel de wereld heeft er een patent op. Talenten zijn aangeboren.
Wat uit de parabel nog het duidelijkst naar voor komt, is dat ieder mens talenten van God meekrijgt. God gaat, wat dit betreft, aan niemand helemaal voorbij. Van onszelf durven we niet zo vlug zeggen dat we talenten hebben. God zegt: ieder mens heeft er. Wat meer is: het komt er niet zozeer op aan of je vijf of twee of maar één talent hebt. De beloning is voor ieder dezelfde, zolang je de gekregen talent(en) maar niet oppot of begraaft als dood kapitaal. Omdat we van God allemaal talenten ontvingen, mogen we ons allemaal ook als een bevoorrecht kind van God zien.

Een tweede les over God is de volgende: God vertrouwt de mensen. Hij vertrouwt alles van zichzelf, zijn rijkdom, zijn genade, zijn kracht, zijn liefde, en zijn goedheid aan mensen toe. Hij wil het risico met ons lopen dat we er niets mee doen. Het eigenaardigste van alles is: God maakt zijn beloning niet afhankelijk van de vruchten die onze talenten opleveren. Die vruchten komen er gewoon bij. Het enige wat God niet duldt, is dat we uit angst niets durven doen met de gaven uit zijn hand.
In volle vertrouwen vraagt de Heer ons groei, aangroei. Hij rekent erop dat wij de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven werkelijk opnemen, de risico’s inbegrepen. Maar die zijn er zowel langs de kant van God als langs de kant van de mensen.

Ten derde, zegt Matteüs, de heer van de parabel is de Heer van het Rijk. De talenten die Hij ons schenkt, geeft Hij met het oog op de uitbouw van het Rijk. We dienen ze te gebruiken, niet ten bate van onszelf, maar van God. We mogen er nooit aan voorbij gaan dat de Heer ons die talenten schenkt om zijn Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid te vestigen; een Rijk waar hardheid vervangen wordt door goedheid, en egoïsme door voortdurende dienstbaarheid jegens God en de medemensen.
Waar wij met ons vermogen om vrede te stichten ruzies vermijden, daar groeit Gods Rijk. Wie het talent heeft om goed te doen en lief te hebben en dat ook doet met het hart, handen en voeten, bouwt aan het Rijk Gods.

We zullen straks verbaasd opkijken als onze God van trouw en vertrouwen tegen ons zegt: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,yun_3792
maak ons bewust van talenten en gaven die wij van God ontvangen hebben. Geef dat wij ze niet zouden oppotten in onszelf als dood kapitaal, maar dat we ze ten volle mogen gebruiken ter opbouw van uw Rijk. In uw naam, amen.