Lezingen van de dag – zaterdag 27 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag

Ariald van Como (+ 1066)

www.heiligen-3s.nl/heiligen/06/27/06-27-1066-Ariald-Como.php

Ariald van Como, Italië; diaken & martelaar; † 1066.

Stamde af van lagere adel uit Cuciaco in de buurt van Como. Had in Europa rondgereisd en daarbij veel kennis opgedaan. Als diaken ijverde hij ervoor dat priesters arm en ongehuwd zouden blijven en in gemeenschap bijeen zouden wonen. In Milaan was hij betrokken bij de oprichting van de Pataria, een volkspartij die naar kerkelijke hervormingen streefde; zij was tegen de keizer gericht. Bij schermutselingen door zijn vijanden in de buurt van het Lago Maggiore om het leven gebracht.

In de kerk van zijn dagen zaten vele geestelijken die niet leefden in overeenstemming met hun ambt: ze hadden een relatie, lieten zich betalen voor hun diensten en verbleven het liefste in kringen van rijken en hooggeplaatsten. In die situatie was Ariald’s stellingname glashelder: hij koos voor de strenge levenswijze in de kerk en voor duidelijke regels gebaseerd op de oud-christelijke tijden.

In 1056 verbleef hij in Milaan. Sinds elf jaar was Wido aartsbisschop; deze beschermeling van keizer Hendrik III was een steen des aanstoots voor de kerk van die dagen. In alle vrijmoedigheid verhief Ariald zijn stem tegen de levenswijze van de aartsbisschop, zocht medestanders. Aanvankelijk werd zijn beweging beschouwd als een storm in een glas water, temeer, omdat zij voornamelijk bestond uit gewone mensen uit het lagere volk. Maar zelfs toen zich geleidelijk aan ook geestelijken en hooggeplaatsten begonnen aan te sluiten, deed de aartsbisschop dit alles met een cynisch schouderophalen af. Intussen ging Ariald predikend rond, waarbij hij zich beriep op de heilige Schrift en zijn woorden onderstreepte met zijn strenge, heilige levenswijze. Hij noemt de levenswijze van de geldbeluste geestelijken een ketterij.

Uiteindelijk zien Wido en de zijnen in dat ze ernstig rekening moeten gaan houden met deze kritische beweging in de kerk. Wido begint meteen met grove middelen, hij excommuniceert Ariald, d.w.z. dat hij niet meer in de kerk mag komen en geen sacramenten meer mag ontvangen. Ariald wendt zich tot de paus en komt terug met de opdracht niet eerder te rusten voor hij de kankergezwellen in de kerk van Milaan met succes heeft bestreden. De kwestie loopt nu zo hoog dat er een burgeroorlog dreigt. Ariald probeert het volk in bedwang te houden. Intussen verschijnen er pauselijke gezanten die zelf de zaak in ogenschouw willen nemen. Bisschop Wido vermijdt een ontmoeting en zorgt dat hij buiten de stad is. Ze hebben nog niet hun hielen gelicht, of daar is hij weer. Nu keert hij zich openlijk tegen de paus. Een moordaanslag op Ariald mislukt. De bisschoppen van de landstreek Lombardije komen in vergadering bijeen, erkennen dat hun levenswijze verwarrend is en beloven beterschap en bekering. Wido is een van hen. Maar eenmaal thuis hervat hij zijn oude levenswijze, alsof er geen mede door hem ondertekende belofte bestond. Het komt van kwaad tot erger. Ariald stuurt een bericht naar de paus. Deze antwoordt, dat de bisschop afgezet moet worden en uit zijn bisdom verbannen. Wido stuurt aan op vervolging van zijn tegenstanders en probeert de mensen van de stad aan zijn kant te krijgen door ze rijke schenkingen te doen. Ariald voelt zich hoe langer hoe meer bedreigd, verlaat de stad en vindt onderdak bij een geestelijke ergens in de omgeving. Deze heeft hem verraden. In de buurt van het Lago Maggiore kregen aanhangers van Wido Ariald te pakken; daarbij geholpen door een nicht van de bisschop. Op gruwelijke wijze hebben ze hem om het leven gebracht.

In 1904 door paus Pius X heilig verklaard.

ZATERDAG IN WEEK 12 DOOR HET JAAR

Uit het boek Genesis 18, 1-15

De belofte dat de oude Sara een zoon zal baren wordt herhaald. Jahwe zelf komt Abraham die belofte brengen. In een ietwat mysterieuze vorm beloven drie bezoekers een zoon aan een onvruchtbaar echtpaar. Abrahams gastvrijheid toont aan dat hij ongeduldig wacht op Gods tussenkomst in zijn leven.

De Heer verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’
Zij antwoordden: ‘Wij nemen uw uitnodiging graag aan.’
Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug,’ ‘zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’
Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.
‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem.
‘Daar, in de tent’ , antwoordde hij.
Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’
Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.
Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar. Daarom lachte ze in zichzelf. Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze. Ik ben immers verwelkt, en ook mijn man is al oud.
Toen vroeg de Heer aan Abraham: ‘Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen? Is ook maar iets voor de Heer onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’
Geschrokken ontkende Sara: ‘Ik heb niet gelachen.’
Maar hij zei: ‘Ja, je hebt wel gelachen.’

 

Lc. 1, 46 + 47 + 48 + 49 + 50 + 53 + 54 + 55

Refr.: Barmhartig is de Heer, van geslacht op geslacht.

Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder.

Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. olph7-5
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen.

Ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn Naam.

Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie Hem vereert.

Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven,
maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd.

Hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-17

Niet alleen voor de Joden is Jezus gekomen. Het Rijk Gods is toegankelijk voor iedereen. De genezing van de knecht van de centurio is daarvan een teken. Alle volkeren, die Jezus’ boodschap in geloof aanvaarden, behoren voortaan tot het volk van het nieuwe Verbond.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.
Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag Hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor Hem te zorgen.
Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel bevel dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’

Van Woord naar leven

Ik wil vandaag met u stil staan bij de woorden die Jezus richtte aan de centurio toen deze Hem om hulp vroeg voor zijn slaaf die bij hem thuis verlamd op bed lag en hevige pijn leed. Jezus zei namelijk: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’

Je zou dan denken dat Jezus inderdaad met de centurio zou zijn meegegaan, maar dat heeft Hij niet gedaan. Tenminste, het staat er niet dat Hij het deed. Wat er wel staat is, dat Jezus de centurio prees om zijn groot en sterk geloof, en dat hij naar huis mocht gaan onder de belofte dat zijn slaaf genezen zou zijn. Wat inderdaad ook zo was.

Wie gelooft in Jezus, in die zin van ‘wie zich geeft aan Jezus’ aanwezigheid’, mag er van uitgaan dat Jezus met hem meegaat. Niet letterlijk, wel in het hart. We hebben de fysische aanwezigheid van Jezus niet nodig om Hem bij ons te weten. Dat is nu zo en dat was zelfs al zo toen Jezus hier op aarde fysisch rondliep.

Ons leven zou één grote onderdompeling moeten zijn in die aanwezigheid van Jezus. We zouden Hem bij ons moeten dragen als een Vriend, door God gezonden om ons te leiden, te behoeden, te bevrijden, om ons te brengen in de Wil van de Vader doorheen zijn eigen ja-woord dat Hij verenigd met ons steeds opnieuw doet.

Moge ons geloof een beweging van overgave zijn aan de Heer, opdat we, innig verenigd met Hem, groeiend in zijn liefde, steeds meer die mensen mogen zijn die God voor ieder van ons ‘droomt’.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,zz11
moge uw Geest ons bezielen opdat wij er met ons hele zijn altijd bewust van zouden zijn dat Gij zonder ophouden bij ons zijt. Moge uw inwoning ons ervoor behoeden te leven vanuit ons allerindividueelste ikje, maar integendeel juist in overgave aan U, opdat Gij – innig verenigd met ons – uw lied van Liefde moogt zingen naar allen die God op ons levenspad brengt.
Tot in lengte van dagen. Amen.