Lezingen van de dag – zaterdag 28 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Thomas van Aquino († 1274)

Thomas van Aquino (ook Aquinas) op, Fossanova, Italië; kerkleraar (‘doctor angelicus’ = ‘engelachtige leraar’)

Hij werd rond 1225 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccasecca bij Aquino. Hij was de jongste zoon van graaf Landulfo van Aquino. Voor zijn vorming werd hij toevertrouwd aan de benedictijner monniken van het nabijgelegen klooster Monte Cassino. Maar na enige tijd voelde hij zich aangetrokken tot de zojuist door de Spanjaard Dominicus Guzmán († 1221; feest 8 augustus) gestichte orde der predikheren, de Dominicanen.

Hij ging in Parijs theologie studeren en behaalde er de doctorsgraad. Eenmaal afgestudeerd, was hij was een veelgevraagd docent. Hij gaf theologie achtereenvolgens aan de universiteiten van Parijs (1252-1260), van Orvieto (12601-1264), van Rome (1265-1267), van Viterbo (1268), terug in Parijs (1269-1271) en tenslotte aan de universiteit van Napels (1272-1274).

Ondanks zijn intelligentie en in weerwil van de waardering die hij overal ontmoette vanwege zijn gelovige scherpzinnigheid, bleef hij een bescheiden mens. Hij was een man van gebed. Op weg naar het concilie van Lyon, stierf hij te Fossanova, vlakbij Rome.

Hij werd in 1323 heilig verklaard en in 1567 uitgeroepen tot kerkleraar.

Hij heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Op zijn sterfbed zou hijzelf hebben gevraagd alles te verbranden, omdat al die woorden niet in staat waren het ware geheim van God ook maar enigszins te benaderen. Aan zijn verzoek hebben zijn tijdgenoten niet voldaan. Tot op de dag van vandaag wordt zijn Summa Theologica (Samenvatting van de Theologie) nageslagen en bestudeerd.

Eén van de vragen die hij in zijn Summa behandelt, luidt, of Jezus terecht een groot leraar wordt genoemd. Hij merkt daarbij op dat een leraar des te belangrijker is, naarmate hijzelf geen enkel geschrift heeft nagelaten. Pas als zijn leerlingen hun best doen alle woorden van hun meester voor het nageslacht te bewaren en op te schrijven, hebben we te doen met een werkelijk groot leraar, aldus Thomas. Hij dacht hierbij natuurlijk aan Jezus, wiens woorden en daden door de evangelisten zijn opgetekend. Waarschijnlijk ook aan de Griekse wijsgeer Socrates (470-399 vóór Chr.), wiens woorden door zijn leerling Plato voor het nageslacht zijn bewaard. Toch is die opmerking van Thomas niet zonder humor, als je bedenkt hoeveel dikke boeken hijzelf geschreven heeft…

Diezelfde humor valt te bespeuren in Thomas’ opmerking dat een mens een minimum aan materiële voorzieningen nodig heeft, wil hij aan godsdienstig leven toekomen. Ieder weet, dat Thomas zeer dik was, en dat er zelfs gezien zijn dikke buik, een stuk uit de tafel was gezaagd op de plek waar hij de maaltijd gebruikte…

Hij geldt als patroon van de dominicaner orde. In 1880 werd hij patroonheilige van alle katholieke universiteiten en studiehuizen. Daarnaast is hij beschermheilige van theologen, studenten, boekhandelaars en potloodfabrikanten. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen onweer.

zaterdag in week 3 door het jaar


Uit de brief aan de Hebreeën 11, 1-2 + 8-19

Als Paulus hier uitlegt wat het geloof is, geeft hij een systematische bepaling. Hij haalt het voorbeeld aan van Abraham en Sara. Zij waren op een woord van de Heer weggetrokken uit hun land en volk, naar onbekende verten. Ook voor ons blijft het geloof een ingaan op een belofte ons door de levende Heer gedaan. Wij hopen dat Hij haar zal volbrengen.

Broeders en zusters,
het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.
Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede–erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan. Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, zoveel nakomelingen voort als er sterren aan de hemel staan, ontelbaar als zandkorrels op het strand langs de zee.
Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland. En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd. Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.
Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen’, zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.

 

Lucas 1, 69-75

Refr.: Geprezen zij de Heer !

Een reddende kracht
heeft Hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar,
zoals hij van oudsher heeft beloofd
bij monde van zijn heilige profeten:
bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.

Zo toont Hij zich barmhartig
jegens onze voorouders
en herinnert Hij zich zijn heilig verbond:
de eed die Hij gezworen had
aan Abraham, onze vader,
dat wij, ontkomen aan onze vijanden,
Hem zonder angst zouden dienen,
toegewijd en oprecht,
altijd levend in zijn nabijheid.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 4, 35-41

Zo iets kan toch niet gebeuren. Stormen en crisis rollen steeds aan in toenemende hevigheid. En de Heer schijnt alles maar te laten begaan. De leerlingen beginnen aan Hem te twijfelen. Als zij Hem in hun angst wekken, krijgen zij verwijten te horen om hun klein geloof. Ze hebben Hem nog steeds niet herkend als hun Messias, als de gezondene van God.

Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei Jezus tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’
Ze stuurden de menigte weg en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.
Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’
Toen Hij wakker geworden was, sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’
De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust.
Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’
Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?’

Van Woord naar leven

Ook al klinkt het heel cliché … wij allen hebben in ons leven met stormen te maken. Geloofstwijfel, ongeloof, tegenslag, leed, rouw, … stormen die ons vroeg of laat allen overkomen. Ze zijn in staat onze hele binnenkant overhoop te gooien. Hoe moet het verder, in Gods naam …

En waarschijnlijk klinkt ook dit cliché, maar Jezus is niet minder aanwezig in deze stormen van het leven, dan op momenten dat onze levenszee schijnbaar rustig is. Net zoals de leerlingen zullen we in het hart van de storm ook soms van mening zijn dat Jezus slaapt. In zekere zin doet Hij dat misschien ook, maar feit is: Hij is er wel, en wakend !

En zoals Hij het gezag heeft om de storm te luwen, zo laat Hij schijnbaar ook toe dat het af en toe stormt. Alsof het bij het leven hoort.

En inderdaad, het hoort bij het leven. We hebben het zelfs nodig. Moesten we de stormen niet nodig hebben … het zou ook niet stormen.

Stormen voeden op. Ze maken ons volwassen in het geloof. Ze bevrijden ons van een zekere kinderachtige en oppervlakkige geloofsbeleving waar de liefde schijnbaar een van de grootste vanzelfsprekendheden is geworden die er bestaan. Vergeet het. Dat is de liefde dus niet. Liefde is kruis en is dus helemààl niet vanzelfsprekend. Laat het je niet wijsmaken !

Liefde vraagt vertrouwen op, en overgave aan, de Heer. Dit is tegen de menselijke natuur in die geneigd is z’n eigen buik te volgen. Christelijke liefde trekt je weg van je buik, en doet je schenken aan Christus die in je woont. Deze Christus zal je trekken in de brand van zijn eigen liefde, in het vuur van zijn totaal gegeven-zijn voor de wereld, in volle overgave aan de wil van de Vader.
Is dat vanzelfsprekend ? Nee !
Is dat onze roeping ? Ja !

Een mens heeft stormen in z’n leven nodig om los te komen van z’n eigen buik.
Hij moet soms de duisternis in om te weten hoe licht de Heer wel is.
Jezus moet zich soms wegsteken om ons uit ons ‘kot’ te lokken, om onze dorst naar Hem groter te maken.
Jezus zwijgt dikwijls totdat we zelf zwijgen … om Hem op een volwassen wijze (terug) te vinden, sterker dan ooit.

Laten we niet te snel boos zijn op de stormen die ons leven tarten.
Maar laten we de waas van onze ogen verwijderen en de Heer zien, die misschien ook dan tot ons zegt: ‘Kom, kleingelovige, Ik zal je sterk maken, in staat om lief te hebben’.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
het is gewoon zo: we zijn dikwijls zéér kleingelovig, amper in staat U één meter te volgen. Als het Gods wil is … dat het dan maar stormt in ons leven. Bevrijd ons dan van alle oppervlakkigheid en schenk ons de genade van een volwassen geloof dat zich naakt aan U doet schenken, los van zoete gevoelens of sfeertjes die we denken zo nodig te hebben. Ja Heer, leer ons liefhebben zoals Gij ons liefhebt. Doe ons uw kruis beminnen, en ga met ons mee op deze weg.
Kom Heer Jezus, kom. Amen.