Lezingen van de dag – zaterdag 28 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Nazarius van Milaan († 68)

Italië, martelaar met Celsus

Nazarius’ moeder, Perpetua, was nog gedoopt door de apostel Petrus († 67; feest 29 juni). Geïnspireerd door het voorbeeld van zijn moeder, verlangde hij ernaar Christus te verkondigen en trok door Noord-Italië, tezamen met de jonge Celsus, die een doopleerling van hem was geweest. In Milaan werden zij door heidenen gevangen genomen. Juist in die tijd kwamen de christenvervolgingen onder keizer Nero (54-68) op gang. De stadhouder liet de twee geruime tijd in de boeien aan hun lot over. Uiteindelijk gaf hij opdracht ze te onthoofden.

Aanvankelijk lagen Nazarius en Celsus apart begraven. Op 10 mei 395 werden de beide lichamen ontdekt en door bisschop Ambrosius († 397; feest 7 december) plechtig overgebracht naar de kathedrale apostelkerk.

Nazarius is patroon van de Franse plaats Saint-Nazaire (dep. Loire-Atlantique); zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de kinderen.
Hij wordt afgebeeld als martelaar (met palmtak); soms als (belangrijke) soldaten.

zaterdag in week 16 door het jaar


Uit de profeet Jeremia 7, 1-11

De profeet Jeremia waarschuwt dat Gods aanwezigheid in de tempel en de eredienst die men Hem daar brengt niet mag misbruikt worden. God vereren heeft geen zin als wij zijn aanwezigheid in de anderen met de voeten treden door hen te benadelen en te ergeren.

De Heer richtte zich tot Jeremia:
‘Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap: Luister naar de woorden van de Heer, Judeeërs; luister, jullie die door deze poorten naar binnen gaan om de Heer te vereren.
Dit zegt de Heer van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen. Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de Heer ! De tempel van de Heer ! De tempel van de Heer !”
Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat Ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn.
Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten.
Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor Mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn Naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!
Denken jullie soms dat het huis dat mijn Naam draagt een rovershol is?
Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de Heer.’

 

Psalm 84, 3 + 4 + 5 + 6 + 8 + 11

Refr.: Gelukkig wie wonen in het huis van God.

Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.

Zelfs de mus vindt een huis
en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, Heer van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.

Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven.
Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken,
met in hun hart de wegen naar U.
Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor God te verschijnen.

Beter één dag in uw voorhoven
dan duizend dagen daarbuiten,
beter op de drempel van Gods huis
dan wonen in de tenten der goddelozen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 24-30

Wij zijn geneigd om er maar onmiddellijk de zeis erin te zetten wanneer wij rondom ons kwaad vaststellen. De Heer is zo niet. Hij laat het onkruid met de tarwe opgroeien tot de oogst. Wij riskeren door onze houding met het onkruid van het kwaad ook de tarwe uit te trekken. De Heer is geduldig en geeft nog een kans tot herstel.

Jezus hield de menigte deze gelijkenis voor:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer.
Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn.
De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?”
Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.”
De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?”
Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’

Van Woord naar leven

De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken.

Wanneer wij kwade mensen zouden verwijderen, verwijderen we heel die mens, ook het goede in die kwade mensen, dat tot dan toe misschien weinig kans kreeg om te ontplooien. Jezus’ barmhartigheid bestaat er juist in elke mens altijd opnieuw kansen te geven om het kwade achter te laten opdat het goede ten volle tot bloei zou kunnen komen.

In zijn overgrote liefde geeft God ons de vrijheid om te kiezen tussen goed en kwaad. En laat ons eerlijk zijn: soms laten we ons leiden door kwaad, kiezen we er zelfs voor, soms heel subtiel, maar wel reëel. Moest God ons telkens verwijderen… wat zou de wereld dunbevolkt zijn.

Jezus kent de zwakheid van de mens, van ieder van ons. Hij kent onze neigingen tot zonde. In het hart van die neigingen wil Hij tot ons komen, ons ten diepste aanraken, om ons te genezen, te bevrijden, op te tillen in zijn licht.

Hij heeft ons het sacrament van de biecht gegeven niet enkel opdat we vergeving van zonden zouden krijgen, maar ook om ons werkelijk tot genezing te brengen.
In de biecht, waar we ons weer verzoenen met God, ontvangen we de genade aangeraakt te worden door Jezus die ons de kracht schenkt de weg van diepe genezing te gaan, geleid door Hem.

Jammer dat de biecht zo wat verdwijnt uit ons kerk-gebeuren. We zouden dit sacrament opnieuw moeten ontdekken; met een open en fris hart. Het is een weldaad voor ieder mens, door God zelf in het leven geroepen.

Ook wijzelf zouden naar de ander moeten kijken met Gods barmhartigheid. Eigenlijk zouden we altijd (altijd !) vriendelijk moeten zijn tegen mensen. We weten immers nooit wat die mens, soms in diepe stilte of eenzaamheid, doormaakt. Onze taak is het niet om te oordelen, wel om lief te hebben, met een oeverloze barmhartigheid, met een warmte die haar oorsprong vindt in God zelf.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
leer ons elkaar zien met uw ogen, vol geduld en barmhartigheid. Geef dat wij alle oordeel naar anderen toe stoppen, maar juist hen zo tegemoet treden dat ieder uw liefde mag ontmoeten. Schenk ons het feest van de vergeving, waar alle Goeds mogelijk wordt. Kom in ons Heer, trek ons in de gloed van uw liefde. Maak ons tot een zonovergoten gemeenschap met elkaar, in U.
Alle dagen van ons leven, amen.