Lezingen van de dag – zaterdag 29 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Marteldood van Johannes de DoperHead_of_John_the_Baptist_icon

Viert de kerk op 24 juni Johannes’ geboorte; op 29 augustus wordt zijn dood herdacht. Daarover wordt verteld in de synoptiche evangelies.

Daar horen wij hoe Johannes optreedt als doper bij de Jordaan en de nabijheid van het Rijk Gods aankondigt. Hij roept op tot bekering van het hart; en wijst zijn gelovige toehoorders erop dat geloven niet erfelijk is, maar bestaat in een relatie tussen God en ieder persoonlijk, waar ieder ook zijn of haar eigen antwoord op moet geven door middel van een passende levenswijze.
Herodes laat Johannes arresteren, wanneer hij kritiek levert op diens relatie met Herodias, de vrouw van zijn broer. Vanuit zijn gevangenis laat Johannes een keer aan Jezus vragen of Hij nu werkelijk de Messias is. Spreekt daar twijfel of zelfs vertwijfeling uit? Had Johannes gehoopt dat Jezus als Messias hem zou komen bevrijden? Jezus laat aan Johannes antwoorden, dat hij op de tekenen van de Messiaanse tijd moet letten: doven horen, blinden zien, zieken worden genezen en aan armen wordt het Koninkrijk gegeven. En aan zijn toehoorders zegt Jezus, dat Hij in Johannes de Voorloper ziet. Het volk meende dat de Messias niet zou verschijnen, zonder dat Elia eerst zou terugkeren om voor Hem uit te gaan. Welnu, aldus Jezus, Elia ís teruggekeerd… En we herinneren ons dat Johannes destijds bij zijn optreden aan de Jordaan werd getekend, zoals Elia getekend wordt in de oude boeken: verblijvend in de woestijn; gehuld in een kleed van kameelhaar; een leren riem om zijn gordel; zich voedend met sprinkhanen en wilde honing.
Herodes luisterde graag naar hem. Kennelijk liet hij hem geregeld uit zijn gevangenis halen en voor zich optreden? Of schreeuwde Johannes van onder uit zijn kerker zo hard dat het door het paleis schalde? Dat alles zal Herodias extra verontrust hebben. Zij grijpt dan ook de eerste de beste kans die haar geboden wordt. Als hun dochter Salome een verleidelijke dans opvoert bij een banket waar een aantal grootmogende heren bij aanliggen, belooft haar vader haar elke beloning die ze vraagt. Op aandringen van haar moeder vraagt ze het hoofd van Johannes de Doper op een schotel. Herodes zit ermee in, maar kan niet meer terug. Als Johannes’ leerling

MARTELDOOD VAN JOHANNES DE DOPER

Gedachtenis     –     eigen lezingen

Johannes de Doper komt ons misschien als een zonderling over. Zijn primitieve levenswijze, zijn ruige kledij, zijn vreemde eetgewoontes, zijn vinnige manier van spreken, maken hem tot de stem van een roepende in de woestijn. Over zichzelf en zijn verhouding tot Jezus zegt hij: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’. Misschien is dit de beste typering van Johannes. Dit voorbereidend dienstwerk heeft de Doper op een onnavolgbare manier volbracht.


Uit de profeet Jeremia 1, 17-19

‘Ik zal je terzijde staan – spreekt de Heer’

In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij:
‘Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat Ik je opdraag. Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal Ik jou angst aanjagen in hun bijzijn. Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk. Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want Ik zal je ter zijde staan en je redden – spreekt de Heer.’

 

Psalm 71, 1-6 + 17

Refr.: Al in de moederschoot was U het die mij droeg.

Bij U, Heer, schuil ik, icon-johnbaptist
maak mij nooit te schande,
red en bevrijd mij, doe mij recht,
hoor mij en kom mij te hulp.

Wees de rots waarop ik kan wonen,
waar ik altijd heen kan gaan.
U hebt mijn redding bevolen,
mijn rots en mijn burcht, dat bent U.

Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken,
uit de greep van wrede onderdrukkers.
U bent mijn enige hoop, Heer, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.

Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.
U onderwees mij van jongs af aan,
en steeds nog vertel ik uw wonderen.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 17-29

Uit dit verhaal blijkt duidelijk hoe moeilijk het is om met de waarheid over zijn eigen leven geconfronteerd te worden. Alle middelen zijn dan goed om het gezicht te redden.

Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.
Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

Van Woord naar leven

Johannes is Jezus’ voorloper, voorloper in de zin dat hij Hem aanwijst, dat hij als een heraut aan Hem voorafgaat, maar ook voorloper in het slachtoffer zijn. Jezus én Johannes, beiden zijn ze slachtoffer. Jezus was slachtoffer van een gerechtelijke moord. Johannes was het slachtoffer van een machtsdronken koning en van de dans van een lichtzinnig meisje.

Hun beider dood was het gevolg van hun ja-woord, hun trouw tot het uiterste. En ja, in sommige gevallen leidt dat tot de dood, letterlijk.
Maar dood betekent hier niet dood. Dood betekent hier juist leven-gevend. Dergelijke dood draagt de stille genade in zich van genezing, van opstanding.

Wij zijn geroepen een dergelijke weg te gaan. Daarom niet de weg van het fysieke martelaarschap, maar zeker wel de weg van de trouw; trouw tegen alle mogelijke kwaadaardige stromingen in. Dat vraagt moed, zin voor geweldloosheid, overgave aan God, enz… Niet vanzelfsprekend. Maar wel mogelijk. Ook voor ons.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,cosmic-christcu
maak van ons trouwe mensen in alle omstandigheden van het leven. Geef dat wij nooit van uw zijde zouden wijken, maar juist in uw naam ons ja-woord steeds vernieuwen als een gebed zonder ophouden, de weg beminnend die God met ons wilt gaan, de mensen liefhebbend die Hij ons geeft op onze weg, zijn aanwezigheid in U in ons hart koesterend, als een bron van gevende vrede.
Amen.