lezingen van de dag – zaterdag 29 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Abraham van Rostov († ca 1107)saint_abraham_of_rostov

Abraham (ook Abraamios, Avraamij Bogolavjenskij of Awramios) van Rostov, Rusland; archimandriet & wonderdoener

Hij was van jongs af aan monnik. Hij bracht Christus naar Rostov dat destijds nog volkomen heidens was. Door zijn toedoen werd het grote afgodsbeeld op wonderbare wijze vernietigd. Op dezelfde plaats bouwde hij zijn cel met een kapelletje. Daaruit groeide het Theofanieklooster.

zaterdag in week 30 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Filippensen 1, 18b-26

Het leven is Christus en sterven is winst.

Broeders en zusters,
wat telt is dat Christus verkondigd wordt, hoe dan ook. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt – dát het gebeurt verheugt me. En mijn vreugde is blijvend, omdat ik weet dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt. Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven.
Want voor mij is leven Christus en sterven winst. Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven. Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt. Wanneer ik bij u terugkeer, hebt u des te meer reden om u op Christus Jezus te laten voorstaan.

 

Psalm 42, 2 + 3 + 5

Refr.: Mijn ziel heeft dorst naar de levende God.

Zoals een hinde smacht Drieeenheid_2
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel naar U, o God.

Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en Gods gelaat aanschouwen ?

Weemoed vervult mijn ziel nu ik mij herinner
hoe ik meeliep in een dichte stoet
en optrok naar het huis van God;
een feestende menigte, juichend en lovend.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 14, 1 + 7-11

In het kader van een maaltijd op sabbat brengt Lucas enkele tafelgesprekken van Jezus. Hier gaat het over het kiezen van een plaats. De hooghartige Farizeeën hadden de voornaamste plaatsen ingenomen. Jezus’ houding getuigt van goddelijke eenvoud en nederigheid.

Toen Jezus op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze Hem in het oog.
Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: ‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.
Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Van Woord naar leven

De wereld lijkt een grote zaal, een ruimte waarin de mensen op zoek zijn naar de voornaamste en eerste plaatsen. Maar in die zaal zit Jezus ook nu nog terzijde en haalt ons zijn gelijkenis voor. “Als ge ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen.” Zo worden ook wij door Jezus op onze plaats gezet. Hij doet dat met reden. Hij ziet verder dan wij zien.

Want Hij is op aarde gekomen met een uitnodiging voor ieder van ons. Wij mogen zijn gasten zijn op het bruiloftsmaal dat Hij voor ons aanricht. Hij is nu reeds bezig met de plaatsbespreking en de tafelschikking: “Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden… Dan kom Ik terug om u op te nemen bij mij” (Joh. 14, 2-3).

De normen voor deze opname heeft Hij zelf in woord en daad voorgeleefd. Het zijn andere normen dan wij gewoon zijn: geen competitiegeest maar een geest van dienstbaarheid; geen elleboog, maar werken van barmhartigheid; niet het bidden met opgeheven hoofd van de Farizeeër, maar het deemoedig op de borst kloppen van de tollenaar; niet wie tot Mij zegt: Heer, Heer, maar wel die de wil doet van mijn Vader; niet de leerlingen die onderweg woorden wisselen over de vraag wie de grootste is, maar zij die het Koninkrijk Gods aannemen als een kind.

Zo worden wij door de goddelijke Gastheer op het feestmaal uitgenodigd. Een heel voorkomend Gastheer. Hij nodigt niet alleen uit, Hij bespreekt niet slechts de plaats. Hij wijst ook de weg daarheen. “Ik ben de weg”.

En dat is nu voor ons het voornaamste. Wij hoeven ons niet het hoofd te breken over onze plaats aan tafel. Laat dat de taak van de Gastheer zijn. Want de tijd om aan te liggen is nog niet aangebroken. Wij zijn nog onderweg. Wij kunnen beter op de weg letten, want de zekerste manier om veilig op onze bestemming te komen, is gelovig ‘een heer te zijn in het verkeer’.

Uit ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij Brepols (Turnhout)

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,bild002
geef ons een arm en nederig hart in alle omstandigheden van ons leven; nederig voor U, nederig voor de medemens, nederig voor iedere situatie op ons levenspad. Dat wij op deze wijze in u liefde mogen blijven, in de wil van de hemelse Vader.
Amen.