Lezingen van de dag – zaterdag 3 december 2016


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus Xaverius († 1552)santo-fransiskus-xaverius

Franciscus Xaverius (eigenlijk Francisco de Yasu y Javier) sj, Sancian, Zuid-Oost-Azië; missionaris

Hij werd op 7 april 1506 geboren op het landgoed Javier in Navarra, Baskenland, Noord-Spanje. Hij studeerde te Parijs met een glanzende carrière in het vooruitzicht. Maar een ontmoeting met zijn landgenoot Iñigo (Ignatius) van Loyola zou van beslissende betekenis worden voor zijn leven. Deze Ignatius probeerde Franciscus over te halen tot zijn ideaal om ‘de zielen te helpen’, mensen in hun geloof en gebed te begeleiden en gelukkig te maken door aandacht te besteden aan Gods werk in ieders persoon. Met grote moeite liet Franciscus zich hiervoor winnen. Tezamen met nog acht anderen legden Ignatius en hij in 1534 de geloften af dat ze hun verdere leven enkel en alleen in dienst van God zouden stellen. Dat gebeurde in het kapelletje van Montmartre, dat destijds even buiten Parijs lag.

Meteen daarna ging Franciscus theologie studeren. De tien vrienden in de Heer hielden contact, ook al raakten ze verspreid over het toenmalige Europa. Ze ontmoetten elkaar in Venetië met de bedoeling samen naar het Heilige Land te gaan, om daar in de voetstappen van Jezus te treden. In die tijd ontving Franciscus de priesterwijding, 1537. Toen hun plannen werden gedwarsboomd door een oorlog tussen Turkije en Venetië, besloten ze naar hun diensten aan te bieden aan de paus in Rome. In 1540 kregen ze officieel toestemming van paus Paulus III († 1549) om een religieuze orde op te richten: de Sociëteit van Jezus (‘jezuïeten’). Op aanvraag van de koning van Portugal werd Franciscus in 1541 naar de nieuwe missiegebieden van Achter-Azië gezonden.

Vanaf dat moment begon er een rusteloos leven van reizen en trekken. Het doet sterk denken aan Paulus, de grote apostel uit de eerste eeuw van het christendom († ca 67; feest 29 juni). Franciscus legde zelfs een beduidend langere afstand af dan de Apostel. Achtereenvolgens zou hij verkondigend en dopend door India trekken (1542-1544), de Molukken (1544-1547) en Japan (1548-1551).

Eerst zette hij vanuit Goa in India koers naar de oostkust dwars door het vasteland. In het voorbijgaan bezocht hij te Madras het graf van de apostel Thomas († 1e eeuw; feest 3 juli). Vandaar zette hij koers naar Malakka, deed de Molukken aan, Ambon waar al christenen woonden en Ternate, nog volledig onbekend met de christelijke godsdienst. Hij deed zelfs Molotai aan, een eiland dat bekend staat om zijn koppensnellers. Overal probeerde hij met behulp van tolken mensen tot het christelijk geloof te bewegen. Als hij ook maar enigszins meende dat zij het doopsel waardig waren, diende hij het toe. Hij werd daarbij tot heilige ijver gedreven door zijn overtuiging dat ongedoopten in het hiernamaals voorgoed verloren zouden gaan, een opvatting die toen heel gewoon was en algemeen verspreid.
Franciscus was gegrepen door de persoon van Jezus en de liefde van zijn Vader. Met zijn vurig Baskisch temperament leefde hij voor het evangelie.
Ruim een jaar na zijn aankomst in zijn missiegebied schreef hij in volkomen eenzaamheid vanuit een gehucht op 800 kilometer afstand van zijn standplaats Goa, India:

“Menigten van mensen komen hier niet in contact met Christus om de eenvoudige reden dat er niemand klaar staat voor de heilige taak om hen erover te vertellen. Vaak heb ik gepopeld van verlangen om de Europese universiteiten binnen te rennen, vooral de Sorbonne in Parijs, en daar als een uitzinnige te keer te gaan tegen degenen die meer geleerdheid bezitten dan de bereidwilligheid om er goed gebruik van te maken. Ik zou hun aan het verstand willen brengen hoeveel mensen van de hemel niet weten en ongelukkig blijven door hun nalatigheid.”

Franciscus gaat er zonder meer vanuit dat het Evangelie als enige de weg wijst naar het werkelijke geluk: de inwendige wetenschap door God zomaar bemind te zijn en van daaruit je leven te in te richten.

“Zij zouden niet alleen de wetenschappen moeten bestuderen, maar ook voor ogen moeten houden met welke bedoeling God hun deze talenten heeft geschonken. Dan zouden zij zich vast en zeker veel meer toeleggen op hun gebedsleven; zij zouden God van meer nabij leren kennen en een plaats geven in hun leven; zij zouden alle neigingen in hun leven afwegen en het goede weten te kiezen, en zij zouden roepen: ‘Heer, hier ben ik. Wat wilt u dat ik doe? Stuur mij maar overal naar toe waar u wilt, al was het naar Indië!’ Met hoeveel meer vreugde in hun hart zouden zij dan leven…”
Deze vertaling is een bewerking van een tekst zoals afgedrukt in James Brodrick s.j. ‘De Heilige Franciscus Xaverius 1506-1552’ Utrecht, De Fontein, 1953 (Ned. vert. van J. Duprés) p.106-107.

Na de ontmoeting met een bekeerde Japanner ging hij naar Japan en probeerde door te dringen tot de keizer. Dat lukte pas na vele vergeefse pogingen en vergeefse pogingen, en dan alleen nog maar nadat ze zich hadden uitgedost in de kleding van westerse hoogmogendheden, compleet met dure relatiegeschenken, zoals klokken, muziekdoosjes, spiegels, kristal, kostbare kleding en wijn. De keizer gaf toestemming om het christelijk geloof te verkondigen. Hij voegde eraan toe dat het ieder in zijn rijk vrij stond dat geloof inderdaad te kiezen, wanneer men van mening mocht zijn dat men er gelukkiger van werd.
De prediking en organisatie ter plaatse liet Franciscus vervolgens over aan medejezuïeten. Zelf verlangde hij ernaar het ‘magische’ China te bereiken, het toenmalige culturele centrum van heel Achter-Azië. Hij was ervan overtuigd dat alle omringende culturen mee zouden gaan, als China voor het christendom kon worden gewonnen.
Om zich op dit alles voor te bereiden ging hij eerst terug naar Goa. Onmiddellijk daarop waagde hij de sprong. Op een onooglijk eilandje voor de Chinese kust werd hij ziek en stierf.

Zijn relieken rusten sinds 1554 in Goa (India). Een deel van zijn rechterarm werd in 1615 overgebracht naar de Gesùkerk te Rome. Tezamen met Ignatius werd hij in 1622 heilig verklaard. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne missie en wordt dan ook vereerd als patroonheilige van de missies, met name van de buitenlandse katholieke missies (sinds 1927) en van de voortplanting van het geloof.

Daarnaast is hij patroon van het Verre Oosten, en in het bijzonder van Goa, India (sinds 1748), Macau en Pakistan; van Portugal; in Italië: van Bastia, Bologna, Cremona, Parma en Piacenza;; en in Spanje van Navarra en Pamplona. Bovendien is hij beschermheilige van jezuïeten, van zeelieden in het Verre Oosten; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest; tegen hagel en storm en voor een goede reis overzee.

Hij wordt afgebeeld in zwarte toog, witte halflange superplie met stola eroverheen; vaak een kruis in de hand voor zich uit (symbool van geloofsverkondiging aan niet-christenen).

zaterdag in de 1e week van de adventbijbel


Uit de profeet Jesaja 30, 19-21 + 23-26

Het is een troost voor de mens, dat hij nooit vergeefs aanklopt bij de Heer. Wanneer wij ophouden verkeerde wegen te gaan en bereid zijn ons leven te beteren, dan vinden wij onmiddellijk gehoor bij Hem. Heel de gemeenschap zal er wel bij varen. Vestigingen zullen gesloopt worden, de aarde zelf zal overvloedig vruchtbaar zijn.

Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want de Heer zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: ‘Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.’
Dan zal Hij regen geven voor het zaad waarmee je het land hebt ingezaaid. Alles wat het land voortbrengt zal mals en voedzaam zijn. Op die dag zullen je kudden op uitgestrekte weidegronden grazen. De runderen en ezels die het land bewerken, krijgen voer dat verrijkt is met zuring, nadat het met vork en zeef is gewand. Op de dag van het bloedbad, wanneer de torens vallen, zullen er beken en waterstromen neervloeien van iedere hoge berg en van elke heuvel die zich verheft.
Dan is het licht van de maan als het licht van de zon, en het zonlicht wordt verzevenvoudigd, als het licht van zeven dagen tegelijk. Op die dag verbindt de Heer de wond van zijn volk en geneest Hij de striemen die het zijn toegebracht.

 

Psalm 147, 1-6

Refr.: Gelukkig allen die de Heer verwachten.

Hoe goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen. annunciation-icon1

De bouwer van Jeruzalem, dat is de Heer,
Hij brengt de ballingen van Israël bijeen.

Hij geneest wie gebroken zijn,
en verzorgt hun diepe wonden.

Hij bepaalt het getal van de sterren,
Hij roept ze alle bij hun naam.

Groot is onze Heer en oppermachtig,
zijn inzicht is niet te meten.

De Heer richt de vernederden op,
en drukt de goddelozen neer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 35 – 10, 1 + 5-8

De God van het Oude Testament is genadig voor allen die tot Hem roepen. Jezus is ook door medelijden bewogen bij het zien van de menigte, want ‘ze zagen er uitgeput en hulpeloos uit, als schapen zonder herder’. Daarom zal Hij zijn leerlingen zenden als arbeiders om te oogsten en om het Koninkrijk te verkondigen.

Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.
Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’
Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we: ‘Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’

Laten we eens kijken naar de mensenmenigte van vandaag; wereldwijd, maar ook in onze straat, en misschien wel in eigen huis.
Velen zijn uitgeput, hulpeloos, als schapen zonder herder. Misschien ook wel wijzelf.

Als we het evangelie ernstig willen nemen (en dat willen we toch…) worden wij, net zoals de leerlingen, uitgezonden om naar deze mensen toe te gaan. Het is geen makkelijke opdracht. En wanneer je er aan begint… het zal geen einde kennen.
Want jammer genoeg is onze samenleving van vandaag getekend door vele mensen die innerlijk en/of letterlijk op de dool zijn. Niet alleen jongeren, maar ook volwassenen en mensen op hoge leeftijd (breng maar eens een bezoekje aan menig rusthuis).
Velen ontsporen, lopen verloren, kunnen de leegheid niet aan, hebben last van verveling, zijn depressief,… en ieder tracht dit te overleven op zijn manier.
Gewoonlijk is dat een zeer eenzame weg… want hoe je het ook draait of keert… voor vele zogenaamde ‘sterke’ mensen zijn deze mensen ‘storend’ in hun leven.

Jezus voelde mede-lijden met hen… Hij koos er voor om met hen mee te lijden. Hij had hen zo lief dat Hij hun lijden in hart en ziel meedroeg. Dat is ware empathie, échte broederschap.
En dan zag Hij, achter al dat lijden, de werkelijke nood van deze mensen: ze leefden als schapen zonder herder.

En dan de woorden van Jezus tot de leerlingen: ‘Ga naar deze verloren schapen en verkondig: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’

De zending van de leerlingen is geen andere dan de onze. Ook wij worden gezonden naar hen die uitgeput en hulpeloos zijn, naar hen die – zoals Jezus het zegt – leven als schapen zonder herder.

Wat kunnen we doen ? Wat mogen we doen ?
Wel, op de eerste plaats oog hebben voor hen die uitgeput zijn. Met andere woorden: ze ‘willen’ zien, ons niet afkeren van hen. Dit vraagt dikwijls al een hele ommekeer.
En dan naar hen toegaan… niet makkelijk ! Maar Jezus vraagt het wel…
We kunnen al beginnen met hen onze vriendschap aan te bieden, belangeloos. ‘Om niet heb je ontvangen, om niet moet je geven’, zegt Jezus ons vandaag. Niet vanuit een hogere positie, maar vanuit een diep verlangen écht broederschap met hen te vormen. Niet als een meerdere, maar als een gelijke.
Onze vriendschap voor hen mogen wij beleven vanuit de Heer die ons bewoont. Dat maakt onze vriendschap niet enkel christelijk, maar ze zal vervuld zijn met de liefde van de Heer. En dan (en da’s niet onbelangrijk !) zijn we niet meer alléén bezig. De Heer is door ons heen, met ons, aan het liefhebben. En we weten hoe genadevol de liefde van de Heer was, en is; ook dus op deze momenten dat wij onze vriendschap aanbieden.
Al weldoende trok de Heer rond… lezen we elders in het evangelie. Wel, dat wilt Hij nog steeds vandaag doen, en wel met ons.

Wie vanuit Gods liefde naar de ander gaat, zal de ander niet meer zien als een soort sukkelaar, maar als een kind van God, net zoals wij dat zijn. En hoe meer we zullen vaststellen dat iemand verdwaald is (hoe dan ook) hoe sterker het vuur van liefde zal aanwakkeren in ons hart. Dat is de Geest die ons in beweging wil zetten.

Het mooiste zou zijn dat allen die verdwaald zijn bij de Heer konden gebracht worden. Dit is echter gewoonlijk niet mogelijk vanaf de eerste moment. Dit vraagt tijd, geduld, en vooral heel veel liefde, toewijding, trouw én gebed. Maar voor wie het evangelie werkelijk wil beleven, leeft in de zekerheid en het geloof dat voor God niets onmogelijk is.

Laten we in deze advent aandacht hebben voor ons eigen hart, niet bedoeld als egotrip, maar juist in het licht van de liefde.
Hoe is het gesteld met ons hart ?
Is het in zichzelf gekeerd, ogen en oren toe voor de wereld, of is naar het evangelie gekeerd, met een grote liefde voor de mensen in de wereld.
Laten we de deuren en de ramen van ons hart wijd open zetten en de samenleving inkijken. Laten we naar de mensen toegaan, bijzonder naar hen die ‘uitgeput’ en ‘hulpeloos’ zijn, onze vriendschap en Gods liefde aanbiedend. Nederig, als werkelijke broeders en zusters van elkaar.

Ja, laat ons Kerk zijn; met onze huisgenoten, in onze straat, op onze werk, in onze scholen en universiteiten,… Blij, biddend, eenvoudig, verstandig en met een voortdurende liefdevolle knipoog naar hierboven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,image-789389_640
maak ons bewust van de zending die Gij in ieder van ons gelegd hebt. Leer ons met uw liefde de wereld in te kijken, en vol mededogen naar allen te gaan die dorsten naar ‘leven’. Geef dat wij doorheen onze belangloze vriendschap uw genadevolle liefde mogen schenken aan allen die Gij vanuit ons ja-woord op ons levenspad brengt. Amen.