Lezingen van de dag – zaterdag 3 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Foebe van Rome († 1e eeuw)candle-1129354_640

Foebe van Rome, Italië; medewerkster van apostel Paulus

Foebe komt één keer voor in het Nieuwe Testament. Wanneer Paulus op het eind van zijn brief aan de Romeinen de groeten doet, begint hij Foebe aan te bevelen:

‘Ik beveel u onze zuster Foebe aan, diacones van de gemeente te Kénchreae. Ontvangt haar hartelijk, zoals christenen past en staat haar bij in alle zaken waarin zij hulp nodig heeft. Zelf is zij voor velen, en met name ook voor mij, een echte beschermengel geweest’ (Rom.16,01-02).

Het was te Kénchreae (of Kenchreeën) dat Paulus zijn brief aan de Romeinen had geschreven, rond het jaar 55. Kénchreae was de oostelijke haven van Korinte, en vormde in die tijd een kruispunt van handelsroutes over land en water.

Opmerkelijk is, dat Foebe ‘diacones’ wordt genoemd. Dit is de enige keer dat het woord in het Nieuwe Testament wordt toegepast op een vrouw. Waarin haar werk precies bestond…? Uitdelen van eten en goederen aan de armen, waarschijnlijk, en onder hen dan vooral de vrouwen. Sommige commentaren op de Romeinenbrief vertalen ‘diacones’ met ‘gastvrouw’; in dat geval zou zij haar huis beschikbaar hebben gesteld aan de huisgemeente van de christenen in Kénchreae en naar we mogen aannemen aan Paulus, toen hij zijn brief dicteerde aan Tertius. Blijkbaar was zij het die de brief van Paulus overbracht naar de christengemeente van Rome.

In later tijd zullen de diaconessen ook assisteren tijdens de liturgie van het doopsel. Dopelingen gingen geheel naakt onder in het water van het doopbekken. Wanneer ze eruit te voorschijn kwamen werden ze afgedroogd en in smetteloos witte kleren gehuld door diakens, als het mannen waren, en door diaconessen als het om vrouwen ging.

Over Foebe is verder niets bekend. Alleen de liefdevolle aanbeveling van Paulus aan het slot van zijn Romeinenbrief was voor de traditie voldoende om haar in de rijen der heiligen op te nemen. Dat is niet zo overdreven als het lijkt. Zij behoort tot de pioniers van de christelijke godsdienst. Om je eigen cultuur met alle waarden en normen die daarbij horen en die je van huis uit hebt meegekregen, op te geven ten bate van een nieuwe godsdienst, die in de maatschappij nog nauwelijks iets voorstelt…, en om dat vol te houden, zó dat Paulus haar een ‘ware beschermengel’ durft noemen: dat betekent dat je tot de groten behoort.

zaterdag in week 22 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 6-15

Elke christen wordt bedreigd door de bekoring de gaven voor anderen bestemd, tot eigen nut te misbruiken. Zelfs in het geven kan hij anderen hooghartig onderdrukken. Dit is totaal misplaatst. Wij zijn wat wij zijn door Christus, die ons alles heeft toevertrouwd voor anderen. Zo heeft Paulus het evangelie beleefd.

Broeders en zusters,
ik heb over Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van u. U moet namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd u aan wat geschreven staat. U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.
Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?
Maar natuurlijk–u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, u bent al koningen geworden zonder ons. Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn.
Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.
Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.

 

Psalm 145, 17-21

Refr.: De Heer waakt over wie Hem liefhebben.

Rechtvaardig is de Heer in alles wat Hij doet,
zijn schepselen blijft Hij trouw. Drieeenheid_2

Allen die Hem aanroepen is de Heer nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.

Hij vervult het verlangen van wie Hem eren,
Hij hoort hun klacht en komt te hulp.

De Heer waakt over wie Hem liefhebben,
maar wie Hem afwijzen, vaagt Hij weg.

Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer,
en alles wat leeft zijn heilige naam prijzen,
tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 1-5

Wetten zijn er nodig en voorschriften ook. Maar ze mogen niet gehandhaafd worden ten koste van mensen, noch ten koste van de persoonlijke ontmoeting tussen God en mensen. Daarom moeten voorschriften en wetten als hulpmiddel gezien worden om tot de echte evangelische geest te komen.

Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan.
Enkele Farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?’
Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’
En Hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

Van Woord naar leven

Is ons geloof leven of theorie?
Beperken wij ons geloofsleven tot een nauwkeurig afgebakend terrein, omzoomd met paaltjes van wetten, voorschriften en geboden?
Is onze godsdienstbeleving verworven tot een parcours van regels, praktijken en verplichtingen waar me met een zekere geloofsroutine of schriftgeleerdheid na een tijd moeiteloos doorheen slalommen?

Of is het een op weg gaan met Jezus door de velden van ons leven met slechts dit ene gebod om handen ‘Bemin God, bemin uw naaste’?
Pas waneer wij zo door het leven gaan zullen wij beseffen: ‘Heer, hoe groot zijt Gij, wij buigen voor uw majesteit’. Gelovig buigen wij voor de Mensenzoon, die de Heer van de sabbat en de grondwet van ons leven is, de innerlijke stuwkracht van onze liefde voor allen die God op ons levenspad brengt.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,daisy-761410_640
leer ons gehoor te geven
aan de geest van de letter,
meer dan aan de letter van de wet.
Amen.