Lezingen van de dag – zaterdag 3 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gerardus van Brogne (+ 959)sint-gerardus-van-brogne

Gerardus (ook Gebhard) van Brogne (ook van Bronium of van Namen) osb, België; abt & kloosterhervormer;
† 959

Hij werd geboren rond 895 en was een zoon van graaf Stance en gravin Plectrudis. Op jonge leeftijd kwam hij in dienst van graaf Berengar van Namen, Zuid-België. Het liefst was hij monnik geworden. In het bos van Marlaigne op het landgoed van zijn vader bevonden zich de vervallen resten van een klooster, dat tweehonderd jaar eerder ten tijde van Pepijn van herstal († 714) gesticht was door Sint Lambertus († 705; feest 17 september). In 914 begon hij met de hulp van zijn beschermheer de kerk te restaureren.
Na de dood van zijn vader besloot hij zijn verlangen te volgen en monnik te worden. Hij maakte van een diplomatieke missie in Frankrijk gebruik om in te treden bij de benedictijner monniken van St-Denis bij Parijs. Hij was diep onder de indruk geraakt van de vroomheid der monniken daar; dat was in 922. Na elf jaar keerde terug als abt om op zijn geboortegrond te Brogne een klooster te stichten.

In het jaar 928 kwam hij in botsing met bisschop Stefanus van Luik. Gerardus wilde de relieken van bisschop Eugenius naar zijn kerkje halen; Eugenius lag begraven te St-Denis vlakbij Parijs. Hij had natuurlijk over hem gehoord gedurende zijn verblijf daar. Bisschop Stefanus weigerde; hij wist niets van deze Eugenius. Maar toen werd hij ziek. Hij liet daarop twee waskaarsen maken die hetzelfde gewicht en dezelfde omvang hadden als hijzelf. Deze liet hij op het graf van genoemde Eugenius opbranden. Wat prompt genezing bracht. Nu was hij ervan overtuigd dat Eugenius wel degelijk een heilige was. Hij gaf een monnik opdracht om Eugenius’ levensbeschrijving te komen voorlezen op de plaatselijke bisschoppenvergadering. Vervolgens voegde hij er zijn eigen wonderbaarlijke genezing aan toe. Reden genoeg om alsnog zijn toestemming aan Gerardus te geven om de relieken in zijn kerkje te plaatsen en te vereren.

In opdracht van graaf Arnulf van Vlaanderen voerde Gerardus gedurende 22 jaar kloosterhervormingen door in de abdijen van St-Ghislain, St-Bavo, St-Blandin, St-Bertin, Mouzon en St-Amand; wat hij er precies tot stand bracht, weten we niet, maar hem gebeurde niet wat zijn collega abt Erlwin van het naburige Gembloers overkwam die de monniken van Lobbes tot strengere tucht wilde brengen: zij staken hem de ogen uit en stuurden hem naar zijn eigen klooster terug!

Gerardus stond bekend om zijn grote mildheid en zachtmoedigheid…
Hij wordt vereerd als patroon tegen koorts, geelzucht en kliergezwellen. In de Ardennen is de berberis vulgaris (‘épine-vinette’) naar hem genoemd: ‘Bwès d’sint Djèrâ’. In de plaatsjes Noville en Recogne dronk men een uur voor de maaltijd wijn, die getrokken was uit de tweede schors van dit kruid; deze was dan vermengd met een liter Moezelwijn. Dit drankje heette Sint-Gerard-thee en hielp tegen de geelzucht.

ZATERDAG IN WEEK 26 DOOR HET JAAR


Uit het boek Baruch 4, 5-12 + 27-29

Jeruzalem richt zich tot zijn eigen volk. Het verklaart waarom het volk van God werd weggevoerd en gestraft: om zijn ontrouw. Maar het zet ook aan tot volharding.

Verlies de moed niet, mijn volk, een schim nog maar van Israël. Je bent aan vreemde volken verkocht, maar niet om ten onder te gaan. Je bent aan je vijand uitgeleverd omdat je Gods woede hebt gewekt. Want jullie daagden je schepper uit: niet Hem, maar demonen bood je offers aan. Hem die je koesterde, vergat je: de eeuwige God; ook haar die je grootbracht deed je verdriet: Jeruzalem.
Toen zij zag hoe Gods toorn zich tegen jullie keerde, sprak zij: ‘Luister naar mijn klacht, buurvrouwen van Sion: God gaf mij een groot verdriet te dragen. Ik moest de verbanning aanzien van mijn zonen en dochters, het onheil dat de Eeuwige over hen bracht. Met vreugde bracht ik mijn kinderen groot, maar jammerend van verdriet moest ik hen laten gaan. Laat niemand zich vrolijk maken over mij, een weduwe, door iedereen verlaten, vereenzaamd vanwege de zonden van mijn kinderen. Want zij hebben zich van Gods wet vervreemd: Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan; Hij die jullie in nood bracht, zal jullie niet vergeten.
Zoals jullie je inspanden om van God af te dwalen, zo moeten jullie, tot inkeer gekomen, met tienvoudige inzet Hem weer zoeken. Want Hij die dit kwaad over je bracht zal je ook redden en je eeuwige vreugde schenken.’

 

Psalm 69, 33-37

Refr.: God luistert naar wat een arme Hem vraagt.

De nederigen zien het en verheugen zich, 08.01_De_Maagd_vVladimir,_Icoon_14e
wie God zoeken, hun hart zal opleven.

Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.

Hemel en aarde moeten Hem loven,
de zeeën, met alles wat daarin leeft.

Want God zal Sion redden
en de steden van Juda herbouwen.
Daar zal worden geleefd en geërfd.

Het volk dat Hem dient, zal het land bezitten,
wie zijn Naam liefheeft, mag er wonen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 17-24

De tweeënzeventig leerlingen komen terug van hun eerste zending. Ze vertellen over hun successen. Jezus brengt hen terug tot de werkelijkheid. Het Evangelie is geen zaak van machts- en krachtvertoon, ook niet van toeëigening. Het Evangelie moet gebracht worden met lege handen; het is voor de eenvoudigen, niet voor wijzen en verstandigen.

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Van Woord naar leven

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’

God is groot in het kleine en tegelijk is Hij klein in het grote. Jezus – Gods Zoon – was arm, nederig, klein, Hij ontledigde zich, was gehoorzaam, legde z’n eigen wil in de wil van de Vader. Hij sprak geen eigen Woord, maar keek naar de Vader en sprak Gods woord. Dat is kind-zijn in de religieuze betekenis van het woord.

Dit ‘geheim’ wordt inderdaad verborgen gehouden voor zogenaamde wijzen en verstandigen, maar wordt gelovig begrepen en geleefd door hen die zijn als kleinen, als kinderen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, johannes-chrysostomus6
geef ons dat eenvoudige hart,
waar plaats en leegte is voor U.
Maar ons innerlijk arm,
om te kunnen groeien in U.
Neem alles uit ons weg
wat een belemmering vormt
op uw weg in ons.
Alle dagen van ons leven,
amen.