Lezingen van de dag – zaterdag 30 juli 2016


Heilige (of feest) van de dag

Petrus Chrysologus ( † 450)07-30-0450-petrus_1

Ravenna, Italië; bisschop & kerkleraar

Hij werd rond 406 geboren in de Italiaanse stad Imola. Zelf had hij zich het liefste teruggetrokken in de eenzaamheid om zich als kluizenaar geheel en al aan God toe te wijden. Maar als diaken had hij reeds te zeer de aandacht op zich gevestigd. De moeilijkste opdrachten had hij steeds tot een goed einde weten te brengen. Toen aartsbisschop Johannes van Ravenna stierf, rond 432, was het paus Sixtus III († 440) zelf die in een droomgezicht de ingeving ontving Petrus als de opvolger van Johannes te kiezen.

Een oude levensbeschrijving geeft het volgende beeld van zijn werkzaamheid:
“Petrus toonde zich eerder verslagen dan ingenomen met zijn benoeming. Maar toen hij haar eenmaal had aanvaard, wijdde hij zich aan zijn taak met alle energie die hem gegeven was. Hij preekte zeer dikwijls, hoorde biecht, bezocht zieken, gaf troost en raad waar hij maar kon, bestreed misbruiken; en als hij dan zo’n dag had besteed aan zijn herderlijke plichten, besteedde hij de nacht aan studie en gebed. Bij het schijnsel van de lamp schreef hij zijn heldere en gedegen uiteenzettingen tegen de ketterijen en dwaalleren van zijn tijd.”
Zijn welsprekendheid stond zo hoog aangeschreven dat hij daaraan zijn bijnaam dankt: ‘Chryso-logus’ = ‘guldenwoord’.

Niet alleen richtte hij zich in zijn preken en toespraken tot het gewone kerkvolk, hij schrok er ook niet voor terug de overdadige levenswijze aan het keizerlijke hof in Ravenna aan de kaak te stellen.
Het was in zijn tijd dat de heilige Germanus van Auxerre († 448) in Ravenna verbleef voor een kerkelijke diplomatieke missie, en stierf. Petrus omgaf het stoffelijk overschot met de grootst mogelijke eer, en stuurde het terug naar Frankrijk, zodat het daar door de gelovigen en de pelgrims als heilige kon worden vereerd.
Niet lang daarna is hijzelf gestorven. Om in alle rust te kunnen sterven, legde hij het bisschopsambt neer en liet zich overbrengen naar zijn geboorteplaats Imola. Daar riep hij de patroonheilige van de kerk aan, Cassianus († 304), om hem in zijn stervensuur terzijde te staan.
Een groot aantal van zijn preken zijn bewaard gebleven.

Paus Benedictus XIII († 1730) riep hem in 1729 uit tot kerkleraar.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen koorts en hondsdolheid.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 17 door het jaarbijbel


Uit de profeet Jeremia 26, 11-16 + 24

De profeet Jeremia wordt, om zijn profetieën tegen de stad, voor de rechters gesleurd. Ze geven hem de schuld van het onheil dat hij heeft voorzegd. Het ging hem om de mensen tot bekering te brengen, zodat zij hun leven zouden beteren en naar de Heer hun God zouden luisteren. Sommigen zien dit in en redden Jeremia.

De priesters en de profeten namen het woord. Ze zeiden tegen de leiders en alle andere aanwezigen: ‘Deze man verdient de dood. U hebt zelf kunnen horen wat hij over deze stad heeft geprofeteerd.’
Jeremia antwoordde: ‘Het is de Heer die mij gezonden heeft om te profeteren wat u over deze tempel en deze stad hebt gehoord. Beter daarom uw leven en luister naar de Heer, uw God, opdat Hij afziet van het onheil dat Hij u heeft aangekondigd. Wat mijzelf betreft: ik ben in uw handen, u kunt met mij doen wat u goed en rechtvaardig acht. Maar besef wel dat u door mij te doden onschuldig bloed vergiet, waarvoor u zelf, deze stad en de inwoners zullen boeten, want werkelijk, de Heer heeft mij gestuurd om u te waarschuwen.’
Toen zeiden de leiders en de andere aanwezigen tegen de priesters en de profeten: ‘Deze man kan niet ter dood gebracht worden, want hij heeft in de naam van de Heer, onze God, tot ons gesproken.’
Jeremia werd beschermd door Achikam, de zoon van Safan, zodat hij niet werd uitgeleverd aan het volk, dat hem wilde doden.


Psalm 69, 15 + 16 + 30 + 31 + 33 + 34

Refr.: Mijn gebed, Heer, richt ik tot U.

Trek mij uit het slijk voordat ik wegzink,
laat mij ontkomen aan wie mij haten,
haal mij uit dit diepe water.Drieeenheid_2

Laat de stroom mij niet meesleuren,
het slijk mij niet verzwelgen,
de afgrond zijn muil niet boven mij sluiten.

Ik ben verzwakt, ik ben verwond,
maar uw hulp, o God, zal mij beschermen.

De Naam van God wil ik loven met een lied,
zijn grootheid met een lofzang prijzen.

Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.

Hemel en aarde moeten Hem loven,
de zeeën, met alles wat daarin leeft.


Uit het evangelie volgens Matteüs 14, 1-12

Mensen die het gedrag van anderen ontmaskeren en aanklagen worden niet zelden letterlijk of figuurlijk uit de weg geruimd. Johannes de Doper sprak ook te vrijmoedig over het wangedrag van Herodes en de zijnen. Herodes liet hem onthoofden.

In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’
Herodes had Johannes destijds laten arresteren en in de boeien laten slaan en hem in de gevangenis geworpen vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Johannes had namelijk tegen hem gezegd: ‘U mag haar niet tot vrouw nemen.’ En hoewel hij hem wilde doden, deed hij dat niet uit vrees voor het volk, dat hem voor een profeet hield.
Toen Herodes een feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. Daarom zei hij dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een eed. Door haar moeder daartoe aangezet zei ze: ‘Breng me dan op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.’
Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het haar zou brengen, en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het Hem te vertellen.

Van Woord naar leven

In het proces tegen Jezus was het in eerste instantie Pontius Pilatus die het voor Jezus opnam, maar tenslotte ging hij toch door de knieën. En waarvoor ging hij door de knieën? Voor de stem van het volk, gemobiliseerd door de hogepriesters! Er dreigde oproer te ontstaan. ‘Maar Jezus leverde hij over aan hun willekeur’, zo staat het er (Lc 23,25).

En wij… zijn wij bereid ons geweten te laten vormen enkel en alleen door de Heer, door zijn Woord, door zijn aanwezigheid in en onder ons, door zijn Kerk. Of laten we ons liever leven door de publieke opinie, alsof ons geweten een holle doos zou zijn.
Dat laatste is het zeker niet, integendeel. Het geweten zou gevormd moeten worden door onze Godsontmoeting in Christus, door zijn liefde uitgestort in ons hele zijn. Dat zou ons handelen, elke keuze die we maken, moeten bepalen en richting geven.

Laten we ons richten naar de Heer; met heel ons hart, ons geweten, ons hele zijn. Omwille van hen die God ons gegeven heeft. Ja, de liefde. Altijd de liefde.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer, IMG_3885_1024x1024
help ons te luisteren naar ons diepste geweten, de plaats waar Gij tot ons spreekt, ons vormt en kneedt. Dat wij gehoor mogen geven aan uw stem, opdat wij met U de weg mogen gaan die de Vader voor ons droomt. Tot in lengte van dagen. Amen.