Lezingen van de dag – zaterdag 30 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Maugille van St-Riquier (+ 685)

Maugille (ook Madelgisilus) van St-Riquier (ook van Montrelet), Frankrijk; † 685.

Hij behoorde tot de medewerkers van Fursey in East-Anglia; stak met hem mee over naar het vasteland en werd prior in de kloostervestiging van Lagny. Na Fursey’s dood sloot Maugille zich aan bij de kluizenaars van Centula (later naar de stichter St-Riquier geheten); daar trof hij o.a. de Ierse monniken Caidoc en Fricor († 7e eeuw; feest 1 april) die Riquier († 645; feest 26 april) indertijd hadden bekeerd en enthousiast gemaakt voor het kluizenaarsideaal. Maar niet lang daarna ging hij het evangelie verkondigen langs de oevers van de Athie. Hij bewoonde een hutje op enige afstand van het riviertje in Montrelet. Het kapelletje dat hij ernaast bouwde, heeft meer dan duizend jaar dienst gedaan als parochiekerk en druk bezocht bedevaartsoord.

In de loop van de tijd werd zijn gebeente overgebracht naar het klooster van St-Riquier. Sindsdien ontstond de gewoont om op zijn feestdag te voet van St-Riquier naar Montrelet te trekken. Er schijnen heel wat wonderen bij te zijn gebeurd.

ZATERDAG IN WEEK 8 DOOR HET JAAR

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 51, 12-20

Jezus Sirach besluit zijn beschouwingen over de wijsheid. Hij onderlijnt dat ze niet het resultaat is van zijn eigen inspanningen. Het is een gave waarmee hij heeft gewoekerd om ze in de praktijk te brengen. Zo is ze gegroeid omdat hij er zich voortdurend toe heeft willen bekeren.

Heer en Koning, U hebt mij voor de ondergang behoed, uit de benauwenis gered. Daarom zal ik U danken en prijzen, de Naam van de Heer zal ik loven.
Toen ik nog jong was, voordat ik ging reizen, zocht ik in mijn gebeden openlijk naar wijsheid. Staande voor de tempel bad ik om haar, tot het einde toe zal ik haar zoeken. Wanneer zij gedijde als een rijpende druif, verheugde ik me over haar. Ik ging op de rechte weg, vanaf mijn jeugd heb ik haar spoor gevolgd. Ik hoefde maar te luisteren om van haar te leren, ik heb veel onderricht gekregen. Ze heeft me vooruitgebracht; wie mij wijsheid geeft zal ik eren.
Ik legde mij erop toe haar te volgen, ik zocht het goede en werd niet teleurgesteld. Ik heb om haar gevochten en de wet nauwlettend nageleefd. Ik hief mijn handen op naar de hoge hemel en merkte dat ik weinig van haar wist. Ik richtte me op haar en door mij te reinigen heb ik haar gevonden. Vanaf het begin gaf ze me inzicht; daardoor werd ik niet verlaten.

 

Psalm 19, 8-11

Refr.: De richtlijn van de Heer is betrouwbaar.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.golden-bible

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 11, 27-33

De schriftgeleerden vragen Jezus naar zijn gezag. Hij ontwijkt hun vragen, want het zou niets helpen als Hij zou antwoorden. Zij blijven aandringen en staan niet open voor Gods openbaring. Om Hem echt te kunnen ontmoeten en te herkennen als hun messias, zouden zij meer open en ontvankelijk moeten zijn.

Jezus kwam met zijn leerlingen weer in Jeruzalem aan.
Toen Hij zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om zo te handelen?’
Jezus antwoordde: ‘Ik zal u een vraag stellen; als u me daarop antwoord geeft, zal Ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik zo handel. Doopte Johannes in opdracht van de hemel of in opdracht van mensen? Antwoord mij.’
Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” zal Hij zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen,” wat dan?’ Ze waren namelijk bang voor de menigte, want iedereen hield Johannes voor een echte profeet. Dus zeiden ze tegen Jezus: ‘We weten het niet.’
En Jezus zei tegen hen: ‘Dan zeg Ik ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik die dingen doe.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus Sirach zeggen in de eerste lezing: Ik richtte me op haar (de wijsheid) en door mij te reinigen heb ik haar gevonden.

De reiniging is dus de sleutel om de wijsheid te vinden.
Graag wil ik verwijzen naar een gebeuren uit het evangelie, namelijk net voor de instelling van de eucharistie. Jezus knielt daar als Zoon van God voor de leerlingen om hen de voeten te wassen. Petrus vond dit maar niets en protesteerde. Hij vond het niet kunnen dat de Heer zijn voeten zou wassen, het zou eerder andersom moeten. En dan die prachtige woorden van Jezus: ‘Als Ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.’ Zo staat het in de Nieuwe Bijbelvertaling. In de Willibrordvertaling staat er: ‘Als je je niet door mij laat wassen, kun je mijn deelgenoot niet zijn.’ Met andere woorden: Als we ons niet laten reinigen door God, door Jezus, zullen we nooit ten volle de wijsheid kennen om ‘in God’ te kunnen leven. Het is juist de reiniging die ons zuivert van al die dingen die een belemmering vormen te leven voor en in God.

In het verhaal van de voetwassing lezen we dat Jezus een linnen doek gebruikte om de voeten te wassen en af te drogen van de leerlingen. Wanneer we naar de biecht kijken mogen we stellen dat dat linnen doek de priester is in de handen van de Heer. Doorheen de priester reinigt Jezus de biechteling. En wie vertrouwt is met dat rijke sacrament van de biecht weet vanuit ervaring hoe genadevol dit gebeuren kan zijn.
Wat er gebeurt in een biecht is ook prachtig: wij belijden onze zonden (en dat doen we waarschijnlijk zeer onvolmaakt, met oog voor details die eerder het gevolg zijn van een oorzaak) en Jezus vergeeft. De biecht noemt dan ook terecht het ‘sacrament van de verzoening’. Je verzoent je namelijk met God. Je was door je nee-woorden vervreemd van Hem geraakt, en dat kom je – door zijn genade – weer goed maken. Hij vergeeft je, verzoent je met Hem, neemt je in Hem op.

De reiniging van de biecht begint reeds bij het verlangen om te biechten. God is dan al aan het trekken. Hij bespeelt de snaren van je verlangen. Hij nodigt je uit en trekt je naar Hem toe. Hier is de reiniging reeds begonnen. Het verlangen laten groeien, de beslissing om het te gaan doen, en het uiteindelijke biechten, reinigt je ten volle en schenkt je méér genade dan je vermoedt.

Jezus Sirach profeteerde dit reeds: Ik richtte me op haar (de wijsheid) en door mij te reinigen heb ik haar gevonden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,crocifisso_san_damiano_volto
naar U willen we toegaan, naar U willen we opkijken, van U willen we ontvangen. Raak ons aan, genees ons, reinig ons. Opdat we in ons dagelijks leven daadwerkelijk mogen ervaren voor God te staan van aangezicht tot Aangezicht. Dat dit gebeuren ons mag aanzetten een leven te leiden vervuld van Gods liefde voor ieder die we ontmoeten, voor ieder die we in ons hart dragen, in elke handeling die we doen, en niet doen.
Amen.