Lezingen van de dag – zaterdag 31 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Alfonsus Rodriguez (+ 1617)10-30

(ook Alonso) Rodríguez sj, Palma de Mallorca, Spanje; lekenbroeder; † 1617

Hij werd geboren in de Spaanse stad Segovia in de dertiger jaren van de 16e eeuw. Hij heeft enige tijd aan het jezuïetencollege van Alcalá gestudeerd. Maar toen zijn vader stierf, werd hij naar huis teruggeroepen om diens stoffenhandel over te nemen. In 1557 trouwde hij. Het echtpaar kreeg twee zoons en een dochter. Eerst ging zijn bedrijf failliet en vervolgens kwamen kort na elkaar zijn dochtertje, zijn vrouw, zijn twee jongens en zijn moeder te overlijden. Toen had hij alleen nog zijn geloof om zich aan vast te klampen. Hij was achtendertig jaar en net als Sint Paulus destijds stelde hij de vraag: ‘Heer wat wilt Gij dat ik doe?’

Op 31 januari 1571 trad hij te Valencia in bij de jezuïeten als lekenbroeder. Hij werd gezonden naar het college Montesion te Palma de Mallorca. Hij arriveerde er op 10 augustus van hetzelfde jaar en zou ruim vijfenveertig jaar onafgebroken de functie van broederportier vervullen.

Hij was een man van gebed, grote eenvoud en diepe vroomheid. Velen kwamen hem opzoeken om goede raad van hem te ontvangen. Een van hen was de priesterstudent Pedro Claver († 1654; feest 9 september). Als voormalig handelsman wist hij te vertellen dat er in de Nieuwe Wereld vreselijke dingen gebeurden. Vanuit Afrika werden door Spanjaarden, Portugezen, Hollanders en Engelsen negers naar Zuid-Amerika overgebracht, om daar voor goudgeld op de markt verkocht te worden. Ze werden in de goud- en zilvermijnen te werk gesteld en stierven als ratten. “Het goud en zilver waar onze kerken en paleizen mee zijn versierd, kost duizenden mensenlevens, en er schijnt niemand te zijn die zich om die arme mensen bekommert”, zo besloot broeder Alfonso. Van dat ogenblik af, stond het voor Pedro vast dat hij daar naartoe wilde. Pedro zou uitgroeien tot de Apostel van de negerslaven.

Broeder Alfonsus werd in 1888 door paus Leo XIII († 1903) heilig verklaard.

ZATERDAG IN WEEK 30 DOOR HET JAAR


Uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome 11, 1-2 + 11-12 + 25-29

Wanneer God iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan.

Broeders en zusters,
heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een Israëliet, een nakomeling van Abraham, afkomstig uit de stam Benjamin. God heeft zijn volk, dat Hij al van tevoren uitgekozen heeft, niet verstoten.
Maar nu vraag ik weer: ze zijn toch niet gestruikeld om ten val te komen? Dat in geen geval, maar door hun overtreding konden de heidenen worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden. Maar als hun overtreding al een rijke gave voor de wereld is en hun falen een rijke gave voor de heidenen, hoeveel rijker zal dan de gave zijn wanneer zij zich allen hebben bekeerd.
Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ‘De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. Dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.’ Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat Hij de aartsvaders heeft uitgekozen. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan.

 

Psalm 94, 12-15 + 17-18

Refr.: Nooit zal de Heer zijn volk verstoten.

Gelukkig de mens, Heer, die door U wordt geleid,
en onderwezen in uw wet en uw leer.wwd9hy

Hij zal rust vinden in kwade dagen,
terwijl voor de wettelozen een kuil wordt gegraven.

Nee, de Heer zal zijn volk niet verstoten,
zijn liefste bezit niet verlaten.

De rechtspraak voegt zich weer naar het recht,
de oprechten van hart sluiten zich aan.

Had de Heer mij niet geholpen,
dan woonde ik al in de stilte van het graf.

Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 14, 1 + 7-11

In het kader van een maaltijd op sabbat brengt Lucas enkele tafelgesprekken van Jezus. Hier gaat het over het kiezen van een plaats. De hooghartige Farizeeën hadden de voornaamste plaatsen ingenomen. Jezus’ houding getuigt van goddelijke eenvoud en nederigheid.

Toen Jezus op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze Hem in het oog. Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen.
Hij zei tegen hen:
‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.
Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Van Woord naar leven

‘Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden’, zo zegt Jezus ons vandaag.

Volgelingen van Franciscus van Assisi noemt men wel eens franciscanen, verwijzend naar hun stichter. Maar eigenlijk is dat niet wat Franciscus wou. Hij wou namelijk dat zijn broeders zich minderbroeders zouden noemen; mindere broeders. Het hoort ook perfect thuis in de spiritualiteit die uitgaat van Franciscus, namelijk leven als minderen van allen en alles, bereid zijn steeds de minste te zijn. Dit mindere-zijn heeft in wezen te maken met nederigheid; nederigheid tegenover je Schepper, tegenover jezelf, tegenover je naaste, tegenover elk schepsel. Het is jezelf niet zien als een meerdere die het voor het zeggen heeft, maar als een mindere die enkel uit is op ‘dienst’.

Dit heeft niets te maken met een soort psychologische zelfvernedering waar je op termijn aan ten onder gaat. Het gaat om liefdevol door het leven gaan in de meest zuivere zin van haar betekenis.
Naar God toe betekent dit dat je je gelovig bewust bent dat je zijn kind bent, door Hem geschapen, gewild en bemind. Het betekent instrument willen zijn van zijn liefde door jou heen: God de fluitspeler, jij de fluit, de melodie je leven (lees: zijn liefde).
Naar jezelf toe betekent dit jezelf ten diepste beminnen, wetende dat je door Hem gemaakt bent en door Hem bemind wordt. Het betekent trachten erachter te komen wat God met je leven wil en deze roeping van harte beminnen, haar koesteren, haar meenemen en dragen als een bron van voortdurende groei in God, in zijn liefde.
Naar de naaste toe betekent dit voortdurend erop uit zijn de ander lief te hebben vanuit God die zijn liefde in jou heeft gelegd. Het betekent de ander ten diepste eren omdat ook hij een kind van God is en uit zichzelf vraagt bemind te worden. Het betekent naast de ander gaan staan, niet boven hem, maar naast hen, één van hem, als een werkelijke broer of zus.
Naar de schepping toe betekent dit met volle eerbied omgaan met het mooie dat God de mensheid heeft toevertrouwd. Het betekent dit alles diep koesteren, het met dankbaarheid en eerbied ‘gebruiken’, zonder het stuk te maken of het te misbruiken ten nadele van anderen.

Nederigheid heeft in wezen te maken met de ontvangen gaven van God niet toe te eigenen maar ze terug te schenken aan Hem door een leven te leiden van zuivere liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,6a00d8345468bd69e200e54f3e72128834-800wi
maak ons arm van geest, nederig van hart, warm van ziel. Leer ons U, onszelf, de ander en de hele schepping te beminnen vanuit uw liefde waarmee Gij ons bewoont. Moge wij kleiner worden opdat Gij groter moogt worden.
In Christus’ naam. Amen.