Lezingen van de dag – zaterdag 4 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth van Portugal (+ 1336)

Elisabeth (ook Isabella) van Portugal, Estremoz (bij Lissabon), Portugal; koningin & stichteres; † 1336.

Zij werd in 1271 geboren in paleis Aljafería als dochter van koning Pedros III van Aragón en de heilige Constantia van Aragón († 1302; feest 8 april). Haar ouders vernoemden hun kind naar haar oudtante, de heilige Elisabeth van Thüringen († 1231; feest 17 november). Van jongs af aan was ze veel bezig met gelovige praktijken, zoals gebed en versterving. Op haar twaalfde huwde ze met koning Dionysius (Dinis) I van Portugal. Ze schonk hem twee kinderen: Constantia – zij zou later koningin van Castilië worden, en Alfonso, die zijn vader zou opvolgen. Haar man bleek vaak ontrouw, maar zij behandelde zijn onwettige kinderen met evenveel liefde als die van henzelf. Nooit kwam er een klacht over haar lippen jegens de talrijke maîtresses van haar man, die aan het hof gedurig voor een sfeer van stiekemdoenerij en jaloezie zorgden.

Zo was er eens een hoveling die jaloers was op de page van Elisabeth; hij genoot haar vertrouwen; ze liet hem dagelijks zonder dat anderen daar iets van hoefden te weten aalmoezen naar de mensen brengen. De jaloerse hoveling ging naar zijn heer, de koning, met de boodschap dat die page hem bedroog door intieme betrekkingen te onderhouden met zijn vrouw, hare majesteit Elisabeth. Hoe ongelooflijk het ook klinkt, maar de koning was zelf zo verdorven dat hij geloof hechtte aan deze praatjes. Hij besloot hem uit de weg te ruimen. Toen hij die dag op zijn paard uitgereden was, kwam hij langs een bakker die bij een grote over aan het werk was. Onmiddellijk steeg hij af en gebood de man: “De eerste de beste die morgenochtend namens mij naar je toekomt met de vraag of de opdracht van de koning is uitgevoerd, grijp je onmiddellijk bij de kladden en smijt je inde oven. Ik heb een appeltje met hem te schillen. Het gaat dus om de woorden: ‘Is de opdracht van de koning uitgevoerd. Begrepen?’ De volgende morgen stuuurde de koning de bewuste page naar die bakker. Maar toen de man langs een kerk kwam en bemerkte dat er een mis aan de gang was, ging hij naar binnen en woonde ook nog de volgende mis bij. Hij was nu eenmaal een vroom man en de koningin had niet voor niets juist hem tot haar vertrouweling gemaakt. Intussen wachtte de koning in het paleis vol ongeduld tot het moment dat het vonnis voltrokken moest zijn. Nu stuurde hij de verklikker erachteraan om te zien of zijn opdracht inderdaad was uitgevoerd. Zo kwam hij als eerste bij die bakker aan. En deze deed aan hem wat de koning hem had opgedragen. De booswicht kwam om in de vlammen.

Elisabeth was een voorbeeldig koningin. Ze ijverde veel voor de verbreiding van de christelijke geest en cultuur. Zo stichtte ze een gasthuis en een opvangcentrum voor vondelingen. In het politieke leven trad ze nooit uit de schaduw van haar man, tenzij hij daar uitdrukkelijk om vroeg. Onophoudelijk probeerde ze in zijn omgeving op zijn goede kanten te wijzen, zodat de mensen hem zouden beminnen. Ze bemiddelde tijdens de gewapende strijd tussen hem en hun zoon Alfons, die al bezig was een leger tegen zijn vader te verzamelen. Maar achterbakse vertrouwelingen van de koning deden hem geloven, dat zij onder één hoedje speelde met haar zoon en in het conflict tegen hem, de koning, had gekozen. Om van alle gezeur en twijfel af te zijn, liet hij haar verbannen naar Alanquer, een ver afgelegen burcht. Dat maakte, dat zij zich nog meer toelegde op boete en gebed. Uiteindelijk werden haar gebeden verhoord: vader en zoon verzoenden zich met elkaar. Daardoor kon zij weer op het paleis terugkeren. Zelf had zij de hand in de verzoening tussen koning Ferdinand IV van Castilië en diens mededinger naar de kroon, Alfonso de la Cerda. Op dezelfde manier bracht zij weer eenheid tot stand tussen haar broer Jakob van Aragon en haar schoonzoon de koning van Castilië.

Toen zij op 6 januari 1325 weduwe was geworden, besteedde ze de erfenis aan nog meer nieuwe vestigingen van christelijke deugd en naastenliefde, en tenslotte trok ze zich terug in het clarissenklooster te Coimbra dat ze zelf had gesticht.

Ze stierf uiteindelijk in Estremoz tijdens de zoveelste verzoeningspoging, nu tussen haar zoon, Alfonso IX van Castilië, en diens zoon, koning Alfonso IV van Portugal. Ze slaagde, maar de inspanningen waren teveel geweest. Ze werd ernstig ziek. Op een goed moment zei Elisabeth tegen haar schoondochter, die bij haar was blijven waken: “Wees zo vriendelijk om even een zetel te halen voor de edele vrouwe die ons komt bezoeken.” Dat was Moeder Maria die haar kwam halen. Ze werd begraven te Coimbra. Haar relieken rusten er in de Santa-Clara-kerk.

Ze werd in 1625 door paus Urbanus VIII († 1644) heilig verklaard.

Haar feest wordt in Coimbra uitbundig gevierd als ‘Festas da Rainha Santa’ (feest van de heilige koningin).

Ze is patrones van Portugal, Coimbra, Estremoz en Zaragoza; daarnaast van bruiden en echtgenotes, vooral van ontrouwe mannen; ze wordt aangeroepen bij jaloezie en huwelijksproblemen, in oorlogstijd en bij oorlogsleed (omdat ze een veldslag tussen haar man en haar zoon verhinderde).

Ze wordt afgebeeld als claris met beide handen een kruisbeeld; onder haar linkerarm houdt ze een boek geklemd; haar kroon afgelegd en rozen bij zich, vaak in haar schoot; aalmoezen uitdelend.

ZATERDAG IN WEEK 13 DOOR HET JAAR


Uit het boek Genesis 27, 1-5 + 15-29

Door de bedrieglijke tussenkomst van Rebekka geeft Isaäk de goddelijke beloften door aan zijn zoon Jakob in plaats van aan zijn oudste zoon Esaü. De Schrift wil hierdoor niet het onrecht goedpraten maar wel onderlijnen dat God zijn uitverkiezing geeft aan wie Hij wil.

Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon’ , zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’
Toen pakte Rebekka kleren van haar oudste zoon Esau, de kostbaarste die ze kon vinden, en die liet ze haar jongste zoon Jakob aantrekken. En over zijn handen en over zijn gladde hals trok ze het vel van de bokjes. Hierna overhandigde ze Jakob het smakelijke gerecht dat ze had klaargemaakt, met brood erbij.
Zo ging hij naar zijn vader. ‘Vader,’zei hij. ‘Ja, mijn zoon,’ zei Isaak, ‘wie ben je?’
Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de Heer, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’ Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esaus handen. Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. ‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem.
Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de Heer heeft gezegend.
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’


Psalm 135, 1-6

Refr.: Laat ons loven de Naam van de Heer.b4863c8e11af33fbd463de21ce3cbc01

Loof de Naam van de Heer,
loof Hem, dienaren van de Heer,

u die staat in het huis van de Heer,
in de voorhoven van het huis van onze God.

Loof de Heer, want Hij is goed,
bezing zijn Naam, zo lieflijk van klank.

De Heer heeft Jakob uitgekozen,
Israël als zijn kostbaar bezit.

Ik weet het: groot is de Heer,
onze Heer overtreft alle goden.

De Heer maakt alles wat Hij wil
in de hemel en op de aarde
en in de diepten van de oceanen.


Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-17

De leerlingen van Johannes de Doper vragen waarom de leerlingen van Jezus de gewone vastenwetten van de Farizeeën niet onderhouden. Het antwoord komt hierop neer dat Jezus’ komst iets totaals nieuws inluidt en daarom breekt met die bepaalde traditionele gewoonte. De mensen moeten veeleer verheugd zijn omdat de Heer nu met hen is. Er zal nog tijd genoeg zijn (en dat geldt dus ook voor ons nu) om te vasten wanneer ze de Heer niet meer zullen zien.

De leerlingen van Johannes bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Men giet geen jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’

Elders zegt Jezus dat Hij de oude wet niet is komen opheffen maar dat Hij er de vervulling van is. Hij is de vervulling van de aloude wet van de liefde, Hij is de genade. En deze genade, Christus zelf, mogen wij in ons dragen opdat wij, verenigd met Hem, beeld zouden worden van de goedheid van God.

De Kerk, de gemeenschap van alle christenen, is geroepen deze vervulling – Jezus dus – te belichamen. Christen-zijn is geen privé-zaak, het is een gemeenschapsgebeuren waarin gedeeld en ontvangen wordt, waarin we van elkaar leren en elkaar verrijken, waarin we elkaar aanvullen en elkaar tot gist zijn.

Laten we – individueel én als gemeenschap, van harte in dit ‘nieuwe’ staan. Blij, dankbaar om Jezus’ aanwezigheid, biddend dat Hij het levend centrum mag zijn van ons christelijk leven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,images
de Kerk, waarvan Gij het levend hart zijt, is de nieuwe wijn-zak waarin wij ons mogen nestelen, om als gemeenschap van U de genade te ontvangen te leven vanuit uw leven. Heer, neem ons op in uw Drie-ene Liefde. Amen.